Op 2 november heeft de Minister van Financiën waarachtig alweer een wetsontwerp aanhangig gemaakt in het wetgevingstraject, zoals al in de vorige Blog aangegeven, om toch de kleine spaarders en vermogensgaarders in Box 3 enigszins te ontzien. Heinen kwam het uitvoerig toelichten op de televisie. In het actualiteiten-praatprogramma van Sven Kockelman. Want die had die bewindspersoon min of meer gedagvaard. Omdat dat zoveelste wijzigingsontwerp was gezonden naar de Raad van State zonder een bijbehorende toelichting over de dekkingsposten, nu de Minister enerzijds een aanmerkelijke inkomstenpost had geschrapt, maar anderzijds opzettelijk had nagelaten precies op te geven waar dan de centen vandaan te halen waren die toch door de belastingbetalers opgehoest moeten worden omdat die eerder geraamde inkomsten die ingevorderd zouden worden bij de kleinere spaarders, beleggers en vermogensgaarders nu uitblijven. Dat staat niet in de bijbehorende memorie van toelichting. Kockelman bleef maar drammen. Waar dacht de bewindspersoon toch de inkomsten te halen om de begroting sluitend te krijgen? De bewindspersoon bleef stoïcijns glimlachen, permitteerde zich enige snaaksheden maar gaf geen verdere explicatie. Nu vond ik het al vreemd dat de Minister niet opmerkte dat hij die explicatie wel conceptueel achter de hand had, maar dat hij die alleen maar zou geven aan de Eerste Kamer, omdat dat orgaan in het wetgevingsproces –inderdaad zuiver als staatsrechtelijke procedure bekeken — thans aan zet is, nu de Tweede Kamer eigenlijk verder volledig akkoord ging met de eerder voorgelegde rijksbegroting als wetsvoorstel waarin alle spaarders en beleggers rücksichtslos aangepakt worden op basis van aanslagen weer gebaseerd op fictieve rendementen. Rendementen waarvan de Hoge Raad der Nederlanden in zijn beruchte kerstarrest 2021 had gezegd dat ze niet verenigbaar zijn met de Nederlandse verdragspositie omdat ze op basis van juridische ficties worden opgevoerd. De Hoge Raad gaf aan dat deze ficties de rijksoverheid eigenlijk het recht geven tot diefstal ten laste van de staatsburger. En diefstal mag niet. Voorlopig nog niet. Omdat Nederland denkt en pretendeert een rechtsstaat te zijn.

Die fictie, zo zegt de Hoge Raad, leidt ertoe dat de wet de rijksoverheid legitimeert tot een ontvreemdingshandelingen ten aanzien van vermogenswaarden die het eigendom zijn van de aangeslagene, daar komt dat arrest – – die eindbeslissing dus – – op neer. Uiteraard heeft de Hoge Raad de rijksoverheid nog nimmer beticht van een dergelijke georganiseerde grootschalige – – immers nationaal georganiseerde – – diefstal, dus dat kerstarrest bracht heel wat teweeg onder de fiscale juristen. Die buitelden over elkaar heen om duidelijk te maken dat de Hoge Raad deze beslissing nooit had mogen geven. Die fiscalisten zijn daar nu nog steeds mee bezig. Dat vinden ze heerlijk, want daar draait hun winkel van. Vooral fiscale advocaten. Heeft de Minister Heinen nu een wetsontwerp bevorderd dat aan deze diefstal en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden tot belasting ontwijking en ontduiking een definitief spijkerhard einde maakt? Het lijkt er niet op. Dat is ook niet zijn bedoeling. Hij heeft even tijdelijk een noodoplossing in elkaar gestoken, onvoldragen, zeker — dat geeft de Minister ook toe — omdat de Tweede Kamer eigenlijk vond dat hij de kleinere belastingplichtige in het eerdere wetsontwerp veel en veel te hard aanpakte Op dat kerst-arrrest kwam de Minister dan later in een wat meer wetssystematische context over de grondslagen van de in Nederland oirbare fiscaliteiten nog wel terug. Zei Heinen. Meermalen. Hij bedoelt het goed. En hij kan er ook niks aan doen. Hij dient het Vaderland.
Even voor uw geheugen nader: in dat zogeheten kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire stelsel in box 3 (inkomstenbelasting uit sparen en beleggen) vanaf het belastingjaar 2017 in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). [Belangrijkste punten uit de uitspraak: Schending van grondrechten: Het stelsel met forfaitaire (fictieve) rendementen in box 3 schendt het recht op eigendom (artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM) en het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM). Onevenredige last: Belastingplichtigen werden aangeslagen over een fictief rendement dat in werkelijkheid vaak veel hoger lag dan hun daadwerkelijke rendement (of zelfs bij verliezen/lage spaarrentes). Rechtsherstel: De Hoge Raad bepaalde dat er rechtsherstel moest komen door belasting te heffen over het werkelijke rendement in plaats van het fictieve forfait. Doelgroep en bezwaar: Het arrest had directe gevolgen voor de belastingaanslagen van 2017 en later waar tijdig bezwaar tegen was gemaakt (via de massaalbezwaarprocedure). Het was een dogmatische en apocriefe uitspraak, maar hoezeer de beslissing nog steeds klinkt als een trompetstoot op een WC, de stoot is gegeven en weergalmt nog steeds. Dissonant, verloren en weerkaatsend in de tegelruimte van de plaats waar wij het plengoffers storten van onze stoffelijke beperktheid, maar toch onderdeel van een bezetting vol registers.
