Benedictijnse dijkers II

Maar die keken alleen naar hun eigen grondgebied. Een gemeenschappelijk concept van aanpak bleek ondoenlijk. Pas bij de Bataafsche Republiek in 1796 kwam er een departement voor de rijkswaterstaat. Maar die merkwaardige republiek was failliet. Ook al omdat het onmogelijk bleek te komen tot een uniform belastingsysteem ten aanzien van de directe belastingen. En vooral omdat de Fransen een duur bezettingsleger deden inkwartieren. In de negentiende eeuw kwam het evenmin tot een echte rijksaanpak van de nationale waterstaat. Het gebeurde alleen maar projectmatig.

De droogmaking van het Haarlemmermeer in 1846  had wel doen inzien dat de staat hier moest ingrijpen. Maar de tijd was er nog steeds niet naar. De Zuiderzeewerken tot het leggen van Afsluitdijk en IJsselmeer-polders sloten aan op de trajecten die de Benedictijnen in de vroege middeleeuwen waren begonnen, met als startpunt de drooglegging van de Wieringermeer. Dat gebeurde in de periode die we nu interbellum noemen. 1918-1936. Maar toen stopten de grote dijkages en ontginningen weer.

Pas de immense watersnoodramp van 1953 deed inzien dat hier het rijk interregionaal moest optreden. Dat deed het op basis van de Deltawet. Maar nog steeds is er geen algemene rijkswaterstaatswet. Waarin de principes van de Nederlandse waterstaatshuishouding zijn vervat en taakstellingen en zorgplichten die daaraan eigen zijn voor de staat zijn voorgeschreven.