Fruins vooringenomenheden

Fruin, de leeropdracht gaarne aanvaardend, gaat nu van een simpele werkhypothese uit. Om de Oranje dynastie te kunnen voorstellen als een zegen voor zijn Vaderland moet alle aandacht uitgaan naar de bijzondere verdienstelijkheden van de Graven van Holland voor dat Lage Land bij de zee sedert de vroege middeleeuwen. Die Graven hebben de openbare rechtsorde hersteld die ineengezegen was door de ondergang van het westelijk Romeinse Rijk. Die Graven hebben de Lage Landen tot diep in Zeeland bevrijd van de invallende Noormannen. Die Graven hebben goedgevonden verstaan dat deze Lage Landen gekerstend werden. Zij begunstigden daarom de missionaire activiteiten als iemand als Willibordus, Adalbertus, Bonefacius,, Liudger en Luïbinus. Zij gedoogden dat er kloosters kwamen zoals de Abdijen van Egmond, Utrecht en Hohorst. Zodat er een zekere ideologische eenheid ontstond, een gemeenschappelijke inculturatie van deze Lage Landen.

Want die Graven zagen meteen in dat dat een noodzakelijke samenbindende factor was voor een commuun rechtsleven, vooral op het gebied van het personen- en familierecht, maar ook dat van de koophandel. Het werkte goed totdat de Rooms-Katholieke geestelijkheid misbruik begon te maken van deze bijzondere begunstigingen. En vooral een leven ging leiden van onverzadigbare sybarieten, opulente niksnutten die nauwelijks konden lezen en schrijven. Dat verwekte gerechte verontwaardiging bij het Volk. Dat zag de Prins van Oranje, raadsheer en  stadhouder van de Roomse Keizer Karel V Habsburg heel goed. Hij waarschuwde, want als plaatsvervanger van die Keizer was hij ook getreden in diens rechten als Graaf van Holland. Maar natuurlijk luisterde de dynastie Habsburg niet. Daarom kwam er tussen Volk en Keizer een burgeroorlog. Die won het Volk.

Het verzocht Willem nu opperbevelhebber te worden van de strijdkrachten en blijvend Graaf van Holland. Willem zag dat dat heilzaam zou zijn voor dat Volk, wiens vader hij zo graag wilde zijn. Hij werd destijds, zo houdt Fruin ons voor, niet voor niets “Vader des Vaderlands” genaamd. Willem was vast van plan dit Volk op te stuiten in de Vaart der Volkeren. Hij zette dus de heilzame waterstaatskunde van de Graven die hem voorgingen voort. Hij begon ook aan de Groote Ontginning verder te werken die tijdelijk verstoord was door de oorlogshandelingen. Maar Willem werd op last van Rome doodgeschoten door Bathasar Geraerdtsz. Rome zat er weer eens voor iets tussen. Tegen een protestantse natie durfde het dat wel.

Gelukkig was er toen wel een Oranjetelg beschikbaar die Wills zware taak overnam tot welzijn van het gemeen. En deze Willem II kon de maarschalksstaf ook nog overdragen aan Willem III die haar met ere voerde en triomf na triomf scoorde. Koning Willem III, roemrijk regerend, was een nazaat van deze volkstribunen en verdient alleen daarom al ieders achting. maar ook deze Willem, de roeping getrouw van zijn dynastie, zal dit uitverkoren volk leiden naar een land van melk en honing. Want tot hier heeft de Here Here het geholpen. En zo was het, al moest Fruin wel rommelen met zijn bronnen. Hoe hij dat deed leest u onder meer in syllabus 27 gewijd aan De Groote Dijckagie en Ontginning.https://gerardstrijards.nl/wp-content/uploads/2025/08/001-DE-HOLLANDSE-GROOTE-DIJCKAGIE.pdf Zie vooral de Verantwoording in fine.