Er zijn weinig grondwetsvoorschriften zo duidelijk als de betreffende de samenstelling van het landsbestuur. De regeringsraad, in de klassieke termen van de grondwet. Die sedert 1918 in de wandelgangen ook wel wordt aangeduid als “kabinet”. Maar die term komt in de grondwet niet voor. Die heeft het over: regering, regeringsraad of, in uitvoeringswetten van een grondwettelijk voorschrift, regeringsvorm. In de terminologie nog ontleend aan de grondwet van 1814 toen Nederland, Luxemburg en België door Londen werden aaneengesmeed in één ondeelbaar staatkundig amalgaam als De Vereenigde Nederlanden. Want een koninkrijk mocht het nog niet genoemd worden, dat vond Londen vooralsnog niet goed. Die terminologie verried dat deze regering de soevereine vorst zou adviseren. Het was inderdaad een raad ter consultatie van de soevereine vorst. Die benoemde en ontsloeg naar welgevallen.

Die woorden zijn tot op heden nog in de grondwet gehandhaafd en zo is eigenlijk nog steeds de staatshuishoudelijke constructie van die grondwet die echt niet bedoeld is als een samenvatting van vrijblijvende werkhypotheses. Zoals de VVD en D66 deze grondwet hanteerden in de erbarmelijke Rutte-jaren. Pieter Omtzigt hield dat ons, de kiezers, onophoudelijk voor. Nog het fraaist, het meest uitgewogen en het meest academisch in zijn statige Thorbecke lezing van vóór de informatie van het gedrocht dat het kabinet Wilders zonder Wilders zou gaan heten en vermoedelijk ook zo geschiedenis zal maken. De NSC heeft deze grondwet consequent dan ook tot op het laatste van de reguliere kabinetsperiode onophoudelijk veronachtzaamd en geschonden. Alle bewindslieden van NSC stapten uit het kabinet. Zij volgden het voorbeeld van NSC-collega Caspar Veldkamp van Buitenlandse Zaken, die ontslag neemt vanwege onenigheid over extra sancties voor Israël. Hij kan zich niet langer vinden in het kabinetsbeleid, zei hij na afloop van de ministerraad, die uren uitliep. voor de televisie, voor de pers, de media in het algemeen, voor iedere microfoonbol die hem voorgehouden wordt.
Demissionair minister-president Dick Schoof zegt daarop in een verklaring het besluit te betreuren. De week daarna is er een debat over de nieuwe breuk. Nu is het zo dat Veldkamp enorm werd gepiepeld door de Tweede Kamer. Hem werd zelfs deelneming aan genocide op Palestijnen verweten door het smaldeel van GroenLinks. Het moet Veldkamp te machtig zijn geworden. Wat hij had moeten doen was: de Voorzitter van de Volksvertegenwoordiging schorsing der beraadslagingen vragen. Omdat hij redenen had aan te nemen dat hij niet langer zou kunnen voldoen aan de opdracht van de Kroon om tijdelijk het landbestuur te blijven voortzetten. Dan had Veldkamp tijdens deze schorsing de fractie moeten bijeentrommelen. Hij had de fractie de kwestie moeten voorleggen of hij deze opdracht eigenlijk nog wel met haar mandaat redelijkerwijs zou kunnen uitvoeren.
Als dan de fractie die vraag ontkennend had moeten beantwoorden had hij de voorzitter van de regeringsraad moeten inlichten en moeten verzoeken de kroon te vragen of de kroon wellicht deze opdracht zou kunnen herzien, intrekken of tot een ander zou willen richten, want wellicht kon een schaduwkabinet worden geformeerd. Het laatste wat Veldkamp had te doen was wereldkundig te maken, meteen, in het debat, dat hij opstapte. Opdracht van de Majesteit of niet. Eigenlijk was Veldkamps houding die van Majesteitsschennis. Dat is wel niet meer zelfstandig strafbaar. Maar het mag niet. Het is nog steeds wederrechtelijk en verwijtbaar. Maar Veldkamp stapte dus op. Wat Thorbecke daar ook van gevonden zou hebben.
