De op 17 september 2025 ingeleide Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer konden niets nieuws bevatten. Daar gaf deze macro-economische Troonrede geen aanleiding voor. Die bevatte koopkrachtplaatjes, belastingplannen en toezeggingen over de uitvoering van overheidstaken waarvan we nu nu al weten dat ze het papier eigenlijk niet waard zijn waarop ze geschreven staan. We, dat zijn de Nederlandse mensen in hun staatsburgerlijke hoedanigheid als kiezer, die in het stemhokje straks één cirkeltje moeten trachten rood te maken in een van de lijsten uit overvloed van de politieke partijlijsten. In die hoedanigheid spraken de partijwoordvoerders ons aan. Bij die Beschouwingen. Niet de premier en niet de andere bewindspersonen in vak K, waar deze overheidsdienaren op elkaar gedrongen zich merkbaar zaten te vervelen. Ze vlogen elkaar dus als van ouds in de haren. Waarbij steeds weer oorlogsretoriek basso-continuo thema bleek. We moeten ons bewapenen, we moeten regimenten uit de grond dampen, in Europees verband, want Washington zal ons niet langer willen beschermen, ook niet via een flexible nucleair response.

Die USA-atoomparapluie is ingeklapt en we staan dus in een zielig lekkende motregen, want onze eigen regenschermen zijn door de mot aangevreten. Iedere fractie die zich regeringsvaardig meent te weten kwam er eigenlijk wel mee aanzetten. Maar hoe we dan zo’n defensiemacht moeten componeren, dat weten we niet en dus kennen de afgevaardigden die steeds minder geacht blijken te zijn ook de bijbehorende kostenplaatjes niet. U weet dat Trump ons heeft doen weten dat de NAVO-landen geen olie en geen gas meer mogen betrekken vanuit de Russische Federatie, niet middellijk — via India of Afghanistan of Pakistan of zo’n soort land — en niet onmiddellijk en wel terstond. Dat moeten de NAVO-landen beloven. En dat moeten deze landen laten inspecteren door Washington. Doen zij dat niet, dat krijgen ze van het Witte Huis geen militaire steun meer. Dat liet Trump weten via de social media in een eigenhandig opgestelde korte mail. Afgelopen weekeinde.
Een ultimatum. Boven op de afpersingen en de afdreigingen die Trump lanceerde tijdens de Haagse NAVO-top van jongstleden juni. Daar hadden de niet zo geachte afgevaardigden in deze Beschouwingen het echt eens over moeten hebben. Met de heer Schoof. Die doet er dan wel niet zo erg meer toe. Maar die had dan toch iets moeten vinden. En daar had de volksvertegenwoordiging dan eens een standpunt over kunnen bepalen. Dat gaat onze bevolking echt meteen aan. Verkiezingen of niet. Maar neen. Oude wijn in nieuwe zakken. Dit kabinet heeft denk ik daarover ook geen positie. Maar een volksvertegenwoordiging toch nog wel. Een volk dat leven wil, bouwt aan zijn toekomst. Het motto van de Zuiderzeewerken van 1917. Dat begon Nederland toen een oorlog langs flakkerde. De Eerste Wereldoorlog. Die Nederland niet onberoerd liet. En Nederland eindigde het waterstaatsproject succesvol. In het midden van een onvoorstelbare kredietcrisis. In 1932. Die tijden waren bar. Maar dat motto gold. En werd vervuld. Het hoeft er niet hoopvol uit te zien om met dat soort motto’s te starten. Ook niet als je niet weet waar te beginnen.
