Defensiegemeenschap Europa

Trump, die tijdens de NAVO-top werkelijk in ieder opzicht zijn zin kreeg, blijft onberekenbaar. Dat heeft voor Trump en zijn MAGA-aspiraties zin. Want hij trekt er wereldwijd steeds weer de aandacht mee. Maar Europa kan met zo iemand geen langere termijn strategie opbouwen, ook al is Putin glashelder gebleven sedert 2007 over zijn strategische oorlogsdoelen: het herstel van de geopolitieke Yalta-afspraken uit de Tweede Wereldoorlog over territoriale invloedssferen. Dat is met de NAVO niet adequaat te keren omdat Europa niet weet waar men met Washington aan toe is. Trump heeft in de Verenigde Naties nu ineens tot standpunt genomen dat de Ukraïne hersteld moet worden in de territoriale status die het had voor de Russische inval van 2014. Vriend en vijand zijn nog bezig zich daarover op de kop te krabben. Maar daar heeft Europa, de Unie, geen tijd meer voor, al is haar kapsel wel aan een nieuwe kappersbeurt toe. Het eerste wat moet gebeuren is een verdragsmatig akkoord over de organisatie van de Defensiegemeenschap Europa. Daar is  haast bij.

Want het risico van escalatie is steeds groter aan het worden ook omdat de Russische Federatie in ieder geval NAVO en Unie aardig weet te destabiliseren. Omdat die haast er is, moet dus de Europese Defensiegemeenschap weer tot leven worden geroepen op basis van het uitvoeringsakkoord van 1952. Dat voorzag in een Europees Leger en de doelstellingen ervan. Het werd getekend, in afwachting van ratificatie door een nog te bepalen aantal Europese of Transatlantische partijen. Dat plan voor een gezamenlijk Europees leger kwam in 1950 van de Franse minister-president René Pleven. De West-Europese landen waren het er namelijk over eens dat Duitsland de mogelijkheid moest geboden worden zich te beschermen tegen de Sovjet-Unie. Met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen, voelden ze er tegelijkertijd echter weinig voor om Duitsland weer een eigen leger te gunnen. Het plan van Pleven, een voormalig minister van Defensie, was een geschikte oplossing. Met een gemeenschappelijk leger kon de Bondsrepubliek zich verdedigen maar tegelijkertijd ook in de gaten gehouden worden doordat de generale staf samengesteld werd door de deelnemende landen. Het plan voorzag in de oprichting van veertig divisies in Europees verband, die de legers van Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Nederland, België, Luxemburg en Italië zouden moeten vervangen.

Het Verenigd Koninkrijk was niet bij de plannen betrokken, omdat men daar de verplichtingen tegenover de NAVO, de Verenigde Staten en het Gemenebest de prioriteit gaf. Pleven noemde dit nieuwe leger de EDG, de Europese Defensiegemeenschap. Met de defensiegemeenschap zou tevens de Europese Politieke Gemeenschap (EPG) geboren worden. Deze zou zorgen voor een gezamenlijke Europese buitenlandse politiek. Op 27 mei 1952 werd in Parijs het EDG-verdrag ondertekend door de deelnemende landen. Natuurlijk implementeerde Parijs niet, omdat het het opperbevel niet kreeg. En dat komt dan goed uit. Want dat moet Parijs, dat iedere greep op de Republiek kwijt is, ook niet hebben. Dat bevel moet naar Berlijn. Dat weet nog steeds hoe je een leger opzet en commandeert. Ik gaf al aan dat de Volksvertegenwoordiging daarover het had moeten hebben op de 25e dezer. En niet over de vraag of Wilders heeft aangezet tot de Haagse rellen van de 20e. Vindt de Kamer dat Wilders dat deed, dan moet het Wilders in staat van beschuldiging stellen. Maar dat kan de Kamer niet bewijzen. Dus doet de Kamer dat niet. En maakt de Kamer zich belachelijk als een stel hysterisch wasvrouwen bij de dorpspomp.