Koekoeksklok II

Deze koekoeksklok heeft steeds op de zolder gehangen waar mijn oudste broer en ik geacht werden te huizen. Het uurwerk was inzet van een voortdurende strijd. Het ding tikte hard en vooral de onheilspellende kreet van de koekoek die overduidelijk asemtekort had was niet wat ik mij voorstelde toen ik tot aanschaf over ging. Ik had bij een tante van van vaderszijde een grote koekoeksklok gezien en gehoord en daar had het vogeltje melodieus de uren ten gehore gebracht, vooraf gegaan door een geheimzinnige gongslag. Dat deed mijn koekoek niet. Het stiet een schril kortstondig getetter uit dat mijn oudste broer uitermate mishaagde. Dat was ik wel gewoon. Omdat niets van wat ik had of waarmee ik mij omringde de toets van kritiek van mijn oudste broer kon doorstaan. Want dat alles was burgerlijk en benepen: de tomado-wandrekjes vol opbouwende boeken als “Eeuwig zingen de bosschen” en dergelijke Scandinavische romantische prietpraat, de Elzevier encyclopedie in kleurendruk, de lichtende wereldbol op mijn bureau van eiken, de grote zitstoelen speciaal door moeder te mijnen behoeve overtrokken met het tafeltje waarop een vaas met namaakbloemen: je kon duidelijk merken dat de revolutie van 1968 geheel aan mij voorbij was gegaan.

Dat kun je nu nog. Maar nu valt het niet meer zo op. het was allemaal niet best. Je kon ook aan die koekoek merken dat ik niet vaardig was om groots en meeslepend te leven. Mijn broeder besloot daarom onvervaard deze koekoeksklok van de muur te schieten met zijn grote lederen voetbal. En dat lukte best zonder veel inleidend mikkens. Ik ben met de klok naar de leverancier getogen nadat ik van mijn eerste schrik bekomen was. Die meende dat het geval nog wel te restaureren was. Maar hij stond er natuurlijk niet voor in. Dat spreekt, doceerde hij neuzelend. Dat was ik gans met hem eens. Koekoeksklokken zijn er niet voor om met lederen voetballen omlaag geschoten te worden. Dat zei de middenstander er nog bij. Pas op straat, aan de drukke, drukke Strijpsestraat, realiseerde ik mij ineens dat vrijwel niets er voor is om met een lederen voetbal van een muur te worden geschoten. Maar ik ben niet teruggegaan om deze observatie aan de winkelier over te brengen en tot discussiepunt te maken. Dat is jammer, want deze persoon had heel duidelijk goed nagedacht over wat hij mij meende te moeten bijbrengen. Dat alles komt als alsem in mijn ingewanden op, als ik ome Nico op die foto mistroostig zie zitten met op de achtergrond die koekoeksklok. Ik heb aan deze zelfreflectie niet veel. Maar zij dringt zich toch steeds op. Nillens willens zou Guido Gezelle zeggen. Die had van dit soort circulaire zelfkwellingen ook veel last. Maar die was dan ook een groot kunstenaar.