Neutraal Nederland 2025 V

Nederland heeft als kleine natie altijd veel moeite gehad met zijn positionering in de statengemeenschap. Het was kwetsbaar, klein, had geen militaire beslissende doorzettingsmacht en werd intern verscheurd door allerlei twisten tussen minderheidsgroepen. Het is altijd overheerst door een partij die verdomd goed georganiseerd was, precies wist waar haar voordeel lag, goed opgeleide mensen aan boord had en ultiem opportunistisch  bleek. De Anti-Revolutionaire Partij is dat vanaf 1918 tot 1950 steeds geweest. Toch was ze in de Tweede Kamer een minderheidspartij. Ze had tussen de 13 en 15 zetels en soms, als het héél goed ging, had de partij er 17. Maar dat was uitzonderlijk en duurde niet lang. De katholieken waren getalsmatig sterker, veel sterker, maar tegen de goedopgeleide calvinisten konden zij niet op. En ze hadden geen echte staatkundige geharnaste ideologie. Maar zij golden als het oervolk van Nederland dat zich aan Spanjes tirannie ineens had ontrukt. De bepalers van de grondtoon van het volkskarakter, zei Colijn. De mensen van stavast. Zij maakten Nederland tot een zelfstandige staat.

Vanaf 1621 werd de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën in de Lage Landen wel als volwaardige soevereine protestantse staat beschouwd. In dat jaar liep het bestand met het Koninkrijk Spanje af. De toestand van regelmatige geweldshandelingen met dat Koninkrijk herleefde ter land en ter zee, maar een echte oorlogsverklaring werd daarbij door beide partijen niet uitgebracht. Wel notificeerden Hunne Hoogmogenden aan alle hoven waarmee het diplomatieke of consulaire relaties onderhield een verklaring van gewapende neutraliteit. Dat hield mede in dat deze hoven geacht werden de onschendbaarheid van de vaartuigen die de Staatse Vlag – Oranje, Blanje Bleu – rechtmatig voerden te respecteren en voorts dat het gewapende bijstand verwachtte van het Ottomaanse Rijk waarmee het militair geallieerd was, in die gevallen waarin deze onschendbaarheid niet of niet voldoende gerespecteerd werd.

Dat Rijk moest tevens instaan voor zijn militair geallieerden waarmee het verbonden was op dat tijdstip overal ter wereld. Dat waren er in Het Verre Oosten en in Centraal Afrika héél wat. Het betrof staten of mogendheden die doorgaans kaapvaartbrieven afgaven aan particulieren die Kaapvaarders uitreedden of voor eigen rekening en risico in de vaart brachten of hielden: de Ottomaanse Sultan moest zorgdragen dat deze kapers geen schepen aantastten met de Staatse Vlag boven het topzeil. Destijds stelde Istanboel het diplomatieke en consulaire verkeer met de Republiek op hoge prijs. Die kwam doorgaans deze verplichtingen nauwgezet na, vooral in de Middellandse Zee, waar de Barbarijse kapers tuk waren op de aantasting van de zwaar geladen spiegelretourfregatten met die vlag.