Generaal van Heutsz komt op 5 november 1918 te Spa om Keizer Wilhelm II asiel te bieden

Vandaag is het 5 november. De dag waarop de generaal van Heutsz, de Held van Atjeh, die de bevolking van Sumatra knechtte via pacificatiebrigades in het eerste decennium van de twintisge eeuw, zich op het Keizerlijke Legerhoofdkwartier vervoegt om Keizer Wilhelm II asiel aan te bieden in Nederland. In november 1918. Wilhelm is naar Spa gevlucht. Uit Berlijn. Rode horden zijn binnen zijn gemobiliseerde strijdkrachten sedert 26 oktober 1918 aan het muiten. De soldaten willen vrede. Onmiddellijk. Ze geloven niets meer van de praatjes over een overwinning voor Keizerlijk Duitsland. Er is hongersnood in Duitsland. Vanwege de Britse effectieve absolute zeeblokkade komt er al jaren geen primair volksvoedsel in de distributie voor de volksklassen. Alleen de elite eet er nog goed van. Maar aardappelen zijn astronomisch duur geworden, spek en zuivel ook. De Keizer, opperbevelhebber van de strijdkrachten, krijgt de schuld. Hij wil vluchten. Want dit kost hem straks de kop. Net als Tsaar Nicolaas II in Rusland. Waar vergelijkbare toestanden heersen en een staatsgreep heeft plaatsgehad in 1917. Hij laat bij zijn nicht Wilhelmina vragen of zij hem toelaat in Nederland.

Wilhelm had altijd gedacht dat Engeland hem nooit de oorlog zou aandoen, omdat die goede George V dat nooit goed zou vinden. Een Duitse vorst – George was uiteindelijk volgens het Salische recht een Duitser van het huis Saksen-Coburg/Hannover – zou dat de allerhoogste niet berokkenen. Hij had diens spontane verzekering in 1914 dat hij hoopte dat Engeland buiten de oorlog zou blijven óók als een verbindende toezegging van een collega-souverein beschouwd. Als een neutraliteitsverklaring. Daarop had hij zijn strategie afgestemd. Wilhelmina dacht in 1918 nog steeds zó. Wat kon zij nu doen om het vererend verzoek dat namens haar neef aan haar persoonlijk gedaan was om te zetten in daden? Zij zond haar adjudant-generaal J.B. van Heutsz naar Spa op 5 november. Daar zat de keizer.

Zij wist dat, terwijl de Rijkskanselier Max van Baden op dat moment wanhopig op zoek was, in opdracht van de Rijksministerraad en de Rijksdag,  naar de keizer, die hij eigenlijk wilde laten aftreden. Zie hieronder. Van Heutsz bleef op het algemeen hoofdkwartier tot en met de ochtend van 9 november. Toen rinkelde de telefoon op dat kwartier bijna onophoudelijk omdat Rijkskanselier  Max van Baden wilde weten, of de keizer nu zelf zou besluiten af te treden of dat hij daartoe geforceerd moest worden. Het was in Spa, in hôtel Brittanique, waar de verbindingsdienst van de generale staf zat, het gesprek van de dag. Wat kwam die Van Heutsz doen, vroeg kwartiermeestergeneraal Gröner, de hoofdstrateeg van het Duitse Leger,  zich af. Hij kwam kijken hoe dat verzoek geïmplementeerd kon worden waardoor de naam van Wilhelmina tot in de wolken verheven kon worden. Maar hij had gemerkt dat de zaken een onverwachte wending hadden genomen. Er dreigde waarachtig een totale volksopstand in Duitsland of een Bolsjewistische revolte. De rijksregering had kennelijk de binnenlandse zaken niet meer in de hand. Zie over deze gang van zaken: https://gerardstrijards.nl/wp-content/uploads/2024/02/Neutraal-Nederland-1.pdf.