Informaties aan Ruys de Beerenbrouck de 9e

Ruys de Beerenbrouck was net minister-president van een volledig confessioneel kabinet. De Roomsen hadden de Tweede Kamerverkiezingen overweldigend gewonnen en kwamen op dertig zetels uit. Dat was een schok voor de protestantse natie. Nog erger dan de schok die Nederland wedervoer toen Wilders zevenendertig zetels bleek te krijgen in ’s Lands Vergaderzaal in 2023. Wilhelmina die de pest had aan Roomsen en dat maar niet kon bedwingen had het er moeilijk mee. Ze wou eigenlijk die Ruys niet echt zien of spreken. En zeker niet als ze iets inconstitutioneels aan het beramen was. Dat ze dat deed door neef Wilhelm  te inviteren, zal ze best gesnapt hebben en óók dat Nederland met de ontvangst van deze grootste oorlogsmisdadiger aller tijde een raar figuur ging slaan.

Luitenant Brouwer had majoor Van Dijl (ook wel: Deyl) vergezeld naar Eijsden. Brouwer had dat gerapporteerd aan de Generale Staf.  Die lichtte de minister van Oorlog, Alting von Geusau, in. Deze gaf de nota-Brouwer door aan Algemene Zaken. En die legde de nota op het bureau van de premier. Brouwer zette uiteen dat Van Deyl de Keizer had geleid naar het stationnetje van Eijsden en dat het nu de vraag was of aldus de Nederlandse overheid juridisch aan de keizer ook toegang had verschaft. Het antwoord moest zijn dat toegangsverschaffing niet impliceert dat de overheid ook rechtens instemt met het feit van voortgezet verblijf. ”Toegang” impliceert geen “toelating”. Dat laatste is een rechtshandeling, waarmee de overheid aanvaardt dat een persoon verblijf houdt in het binnenland. Maar iemand die door overheidstussenkomst toegang heeft verkregen kan nog heel best nadien uitgezet worden.  Een toegelatene echter niet. Ruys was overdonderd, omdat Van Karnebeek, vermoedelijk op instigatie van het hof, naliet de ministerraad adequaat te informeren over de gang van zaken. Terwijl Van Karnebeek wist dat de keizer aan de grens stond. Ruys kreeg op zondagochtend de 10e  een ijltelegram uit Maastricht, waarin stond dat de Keizer op het perron te Eijsden ronddrentelde, in afwachting van toelating. Dat de Keizer dus fysiek in Nederland wàs, was de grootste verrassing. De Keizer was naar dat stationnetje toe gelopen, begeleid door de Maastrichtse garnizoenscommandant majoor Van Deyl. Die had de grenswacht gelast de slagboom op te halen. Hij had de Keizer gegidst. Verder had hij toegelaten dat de Duitse trein met salonrijtuigen die onder Bressoux, vlak bij Luik, stond te stomen, optrok, de grens passeerde en vóór het perron weer een tijdlang bleef stilstaan. Er lagen versperringsblokken die weliswaar waren verschoven, maar die toch beter verderop van de rails konden worden geplaatst. Van Deyl had daarna de Keizer en zijn gevolg toegestaan in de trein te gaan zitten. Omdat er inmiddels veel volk was samengekomen aan de Eijsdenkant van het stationnetje, waarvanuit beledigingen werden geroepen en stenen werden geworpen. Zie verder hieronder. We gaan eerst weer even terug naar het militaire hoofdkwartier te Spa op 9 november. Ruys vroeg ondertussen bescheid bij Van Karnebeek. Die betuigde van niets te weten. Dat kon Van Karnebeek goed. Daarom zat hij ook op Buitenlandse Zaken. Later zei hij dat hij Ruys met rust had willen laten. Het was zondag en dan zat die Limbo in de kerk op zijn knieën te bidden. Ruys kon het met Van Karnebeek niet vinden. Die was homofiel. En Ruys hield daar niet van. Dat soort eigenaardigheid, dat moest een rijkstopambtenaar niet doen.