Wilhelmina’s verachting voor de Bond 1920

Binnen de Volkenbond bleef de asielering van Wilhelm II nota bene in Nederland steen des aanstoots. Want omdat Wilhelm niet uitgeleverd werd kwam van de hele berechting van regeringsleiders, ministers en opperbevelhebbers in Bondsverband niet terecht. En niemand geloofde dat Wilhelm op eigen doft bij Eijsden was komen aanzetten.  Toch wilden de Nederlanders dat de wereld wijs maken. Hoe onwaarschijnlijk dat ook was.  Van Vollenhoven, Van Karnebeek en Wilhelmina wisten heel goed, hoe ingewikkeld de voorbereiding van deze doortocht was geweest. Ze hebben niets onbeproefd gelaten. Op het allerlaatst ging het nog bijna fout, omdat Wilhelm niet, zoals afgesproken, per trein kwam. Pas toen ontstond verwarring over de toelating. Wilhelm deed deze vragen aan een andere beambte dan beoogd. Vandaar die wandeling naar het stationnetje. Vanaf de grensslagboom naar dat perronnetje in Eijsden.  Daarover is later veel te doen geweest. Binnenskamers, natuurlijk.  Wie had Wilhelm bij de grensboom doorgelaten? Wie was er met de man meegelopen? Dat de vent alleen was komen aanlopen, dat geloofde niemand.Zolang niemand dat ook echt in de Bond aan de orde stelt, is er niets aan de hand. Vindt Wilhelmina. Die Bond, dat is een USA-vinding. Waardeloos.

Die voettocht van Wilhelm II had er naar Wilhelma’s toeleg helemaal niet moeten zijn. Wilhelm was een zwamneus. Die ook op dat moment natuurlijk weer allerlei onberadenheden ging verkopen aan de pers die uiteraard onmiddellijk zou opduiken. Wilhelm zou zeker zeggen, dat hij uitgenodigd was. Dat hij niet als smekeling kwam. Dat was ook het eerste, wat hij tegen de ambtenaren zei, die hem kwamen ophalen op het perron in Eijsden.  Ruys had de secretaris-generaal in algemene dienst, J.B. Kan — de vader van de cabaretier Wim Kan van al die oudjaars-conferences in de vorige eeuw, jazeker — opgedragen Wilhelm op te gaan halen. Dat was allerminst in de oorspronkelijke planning opgenomen door Wilhelmina en Van Karnebeek. De Keizer moest als het ware al in Utrecht zijn. Per trein. En dán zou er toelating namens hem worden aangevraagd vanuit die trein. Dat kon makkelijk: er waren langs het spoor overal telegraafverbindingen met Den Haag te maken, eventueel via de draden langs de palen. Dat kon via eenvoudige knijperverbindingen op de draad vlak achter de porceleinkappen gedaan worden. Kan gaat nu met E.O.J.M. van Hövell tot Westerflier, de commissaris van de Koningin te Limburg naar Eijsden, per trein. Bij hen is nu onderweg gekomen W.I. Doude van Troostwijk, de kabinetschef van de minister van Buitenlandse Zaken van Karnebeek.  Maar ook Friedrich Rosen, de Duitse gezant te Den Haag, met diens tweede secretaris Köster, allen hooggehoed. Ze trekken ook in Maastricht veel bekijks. Het loopt anders dan gepland in de nazomer. Lastig.

Ik gaf al aan, dat Verbrugge van ’s-Gravendeel juist als diplomatieke zendbode uit Brussel  de stationschef van Eijsden. Willem de Clercq,  was komen waarschuwen, dat hij de versperringsblokken op het spoortraject moest laten weghalen, de poorten openzetten, en moest zorgen dat de Duitse ambtelijke bediening van de schakelkasten paraat was om de hoogspanning van de draad te halen. Een gecompliceerde operatie. Sergeant-majoor Pinckaerts noteert dat De Clercq wakker was op dat tijdstip en bezig is alle toegangen tot het rangeeremplacement af te sluiten. De Clercq is kennelijk niet echt verbaasd, als hij de Keizer ziet. Hij zorgt na een aantal telefonades dat de keizerlijke trein die in Visé staat te wachten onder volle stoom tot vóór het grensblokkeringen kan opstomen en dat de hekken die onderdeel uitmaken van de dodelijke draadversperring open gaan.

Kennelijk is dat ruim te voren geregeld, noteert de reserve-majoor der infanterie J.M. Kroll, betaal-meeester bij de directie van het Staatsspoor, want hij weet dat dat normaliter allemaal niet zo makkelijk pleegt te gaan. Kroll is ter plaatse in het gevolg van De Bruijne. Het is dus een hele oploop met vele hoge hoeden, geklede jassen en uniformen die schitteren van sterren, strepen en balken. Kroll kijkt er raar van op. Hij noteert alles. Maar ook, dat de Keizer op het tweede perron blijft. Het militaire gevolg moet op een afstandje blijven staan op het eerste perron. Wanneer uit Maastricht luitenant-kolonel Schreuder, met de machtige kolbak voorzien van witte officierspluim,  arriveert per auto heeft De Clercq kort overleg. Schreuder is commandant van de tweede divisie van de Koninklijke Marechaussee. Hij geldt dus als centrale grensbewakingsautoriteit. Na dit overleg staat De Clercq toe dat de keizerlijke trein optrekt naar de kop van het perron.

De keizer mag nu instijgen. De districtscommandant kapitein Schreuder neemt nu maatregelen om de Eijsdense bevolking die voor het stationsgebouw samendromt weg te houden uit de hall. Hij zorgt dat de veldwachters een soort van versperring aanbrengen, en verder komen een aantal officieren van het Maastrichtse garnizoen met een peloton militaire wielrijders ter plaatse de orde handhaven. De Clercq regelt nu de sluiting van de hekken van de draadversperring en slaat weer aan het telefoneren. De grensafsluitingen moeten nu weer hermetisch dicht. Dat heeft kennelijk heel wat voeten in aarde. De militaire stafauto’s waarmee de Keizer zijn zijn gevolg aankwamen zijn inmiddels doorgelaten op het rangeertterrein. Ze bevatten wapens, munitie en bagagestukken. Ze worden voorlopig maar inbeslaggenomen. De Clercq is flink in het Duits aan het telefoneren. Want die Duitse beambte, bekend als  Streckeleiter,  inschakelen, dat kon alleen via het bedrijf van het Staatsspoor te Utrecht gebeuren. Dat kon alleen via de directie van dat bedrijf. Vandaar dat die De Bruijne er zo plotsklaps was.