De politici die enigermate zijn betrokken bij de informatie Letschert streven ernaar op restaurerende wijze een banencirculatie rond te krijgen waarbij het ambtelijk apparaat via de Algemene Rijksdienst de ambtenaren die georiënteerd zijn op het gedachtengoed van de Democraten’66, GroenLinks en de socialisten laten opschuiven in de departementale topposities op basis van wederkerigheid. Dat gebeurt al jaren. Het ambtenarenapparaat op rijksniveau is er zo zeker van dat het kan blijven uitbreiden en voorts dat de schaalverhogingen ook steeds geborgd blijven. Men kijkt daarbij niet naar de bijbehorende kundigheid van de ambtenaar, maar alleen naar die oriëntatie. Daarom is dat ambtenarenapparaat verbluffend links. Dat blijft het ook. Wat de kiezer ook heeft gestemd en dus ongeacht het feit dat de Tweede Kamer nu weer een rukje naar rechts heeft gemaakt. Bij de jongste verkiezingen. Dat is de beproefde regenteske personeelspolitiek die dat linkse smaldeel sedert 1945 steeds weer verder deed groeien en die daarom ook de gang naar de stembus voor de volksvertegenwoordiging tot een steeds absurdere charade maakte. Deze onderlinge wederkerige afspraken zijn gestart in 1713 ter gelegenheid van de ratificatie van de Vrede van Utrecht.

Ze zijn neergelegd in informele bilaterale overeenkomsten, de zogeheten contracten van correspondentie die destijds ook opgesteld werden binnen de elite te Den Haag. Niet in de gewesten dus, de soevereine provincies die geacht werden ’s lands bestuur samen te stellen. Om niet in herhaling te vervallen mag ik te dezen graag verwijzen naar mijn beschouwingen ter gelegenheid van de verkiezingen van 2023 waarbij Wilders ineens zevenendertig zetels kon binnenharken voor zijn Partij Voor de Vrijheid, de PVV. Zie de link te dezen: https://gerardstrijards.nl/contracten-van-correspondentie/ . Daarom kon destijds een jochie van acht jaar, de luiers dus nauwelijks ontwassen, havenmeester worden van de transithavensbekkens te Makassar te Celebes en de jongedochter van zes van Puller tot Peursum en de Groote Lynde tot president-regentesse van de hofjes van Joan Van der Veeken, een welgezeten Vlaming die te Rotterdam veel liefdesgestichten opzette voor de arbeidersstand en de schepelingen voor de mast van de spiegelretourfregatten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In 1713 stond vast dat deze vennootschap, de Compagnie, op korte termijn bankroet zou gaan. En dat dan de Staat de schulden zou moeten overnemen. De ouders van zo’n jongedochter waren al bezig hun bancaire tegoeden, inclusief de goustaven ter dekking van hun commerciële overeenkomsten, alvast via Lloyds over te brengen naar het financiële centrum Londen. Dat moest verheimelijkt blijven voor Jan Publiek. Want dat zou uiteindelijk deze schulden via zware inflatoire accijnsheffingen op volksvoedsel moeten aflossen. Tot 1880 heeft Jan dat ook gedaan, zonder morren, maar daarna waren de publicatieverplichtingen bij de inrichting van de Rijksbegrotingen toch zodanig ingedaald bij de volksvertegenwoordiging dat dat wat moeilijker werd, al bleef Heldring, de grootreder van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, toch meester in het wegschrijven van die steeds nog openstaande schulden via de Nederlandsche Handelsmaatschappij. Zo iemand heeft dit komende kabinet wel nodig en daarnaar is mevrouw Rianne Letschert ook wel op zoek, als informatrice, die daarin een zekere bekwaamheid binnen het netwerk heeft opgebouwd van D66. Alles komt straks dus voor de elite wel op zijn pootjes terecht.
