Een spraakmakende Zweedse thriller gaat over een standaard-middenklasse gezin dat een reis naar Thailand heeft gepland voor enkele weken. Gewoon, om er eens uit te kunnen zijn. De boog kan immers niet altijd gespannen zijn. De vader is een geborneerde zakkenwasser die goed boert in de accountancy en die dus veel vreemd gaat, want dat hoort er nu eenmaal, gelet op zijn maatschappelijke positie, bij. De moeder is kampioen tobster. Want ze vindt dat vreemdgaan toch eigenlijk ergens maar niks. Het is verraad aan het gezin. Maar ze wil het niet hóóg spelen en het op een scheiding laten aankomen. Want , moet u weten, dat betekent stoffelijk welstandsverlies, hoe hoog de alimentatieverplichtingen ook mogen uitpakken. En verder heeft ze zich sedert haar eerste zwangerschap op haar gezinnetje geconcentreerd en verder geen opleidingen afgemaakt noch gevolgd. Voordat deze lieden wegvliegen naar Thailand gaan ze aan de scherenkusten van Zweden aan de Oostzee nog eens een paar weken kamperen op een eiland, met alle luxe toebehoren van dien. Daar breekt, langs die kusten, in het zomerse hoogseizoen een enorme bosbrand uit die razendsnel om zich heen grijpt. Eerst komt een donkere wolkkolom dreigend de kant van het eiland op. Met enorme rookmassa’s die horen, zien en ademen bijna onmogelijk maken. Zulke dingen gebeuren. En wat doet de overheid? Niks. Zoals altijd.

Maar de vader is zeker dat hem en zijn gezin niets kan overkomen: men is tenslotte in Zweden, het beschaafdste land van de hele wereld met uitmuntende nutsvoorzieningen zoals, bijvoorbeeld, de interregionale brandweer die de brand natuurlijk onder controle zal krijgen. Uiteraard. Daar betaalt die vader toch belasting voor? Maar bendes beletten dat brandweerwezen zich naar behoren te ontplooien en rijden de slangen plat en stuk, zodat de brandweerlieden hun water niet kunnen onttrekken aan de meren en de kustwateren die overigens dicht bij ruimhartig aanwezig zijn, zoals Moeder Natuur altijd bedoeld heeft. Waarom doen die benden dat toch? Wel, het geldt hier, al geeft de auteur dat ongaarne toe, illegale Syriërs, Libanezen, Iraniërs, Koerden, maar ook Noord-Afrikanen die van de consternatie die deze soort natuurrampen blijkt te kunnen opleveren gebruik willen maken om systematisch te kunnen plunderen, te verkrachten, te bedreigen en afpersen, eventueel door gijzelingen van minderjarigen, terwijl – -let wel! – – dat toch helemaal niet mag. Dat moet ook iedereen weten, dunkt deze vader, die het erg goed meent met de samenleving, zolang hij er zelf maar geen last van heeft en ook geen moeite hoeft te doen om er deel van uit te maken. Want daarvoor heeft hij niet gestudeerd en accountancy gedaan.
Verder blijken zijn kinderen niet erg gehoorzaam. Ze trekken zich geen moer aan van hun vader, hoe zou dat toch komen? Ze lopen zelfs zomaar weg. En zijn dan onvindbaar. De moeder kan daar in het geheel niet tegen. Ze verwijt de vader dat hij geen leiding geeft. En dat hij geen gezag blijkt te bezitten. De vader gaat daarom maar in zijn eentje op zoek naar zijn zoontje. Dat balorig is. En dat zich niet veel laat gelegen liggen aan gezin en ouders, omdat hij ergens de brand ook wel spannend vindt. Het puberende dochtertje wordt bereden door vergelijkbare innerlijk tegenstrijdige gevoelens en wordt door allochtonen bijna verkracht. Daarover brengt ze in haar slachtofferrol uitvoerig en plastisch rapport uit, later. En wat blijkt? Dat de moeder daar helemaal hysterisch van wordt. Gelukkig dar de radio en de vertekijk menige minister interviewt die vertelt dat de Rijksoverheid alles volledig onder controle heeft en dat bereids een volledig opsporingsonderzoek is gestart over alle betrokken gremia, wie dat ook mogen zijn. Wel zeggen deze bewindspersonen er bij dat dan wel iedereen moet doen wat in de regeringsinstructies aan de bevolking wordt opgedragen onder noodtoestandsomstandigheden. Daaraan schort het deerlijk. En dat moeten we met zijn allen toch niet willen hebben. Zeg nu zelf.
