Zaak Poch en het OM

Eind oktober 2010 ontsloeg het gerechtshof in Buenos Aires Poch aanvankelijk van rechtsvervolging, wegens onvoldoende bewijs. De onderzoeksrechter kreeg de opdracht een nieuwe aanklacht te formuleren en het onderzoek te verdiepen. Eind 2010 kwam Poch op borgtocht vrij. De zaak bleef internationaal de aandacht trekken. Want Poch had uiteraard gewezen op het feit dat het Nederlandse Openbaar Ministerie beslist een effectief werkzaam aandeel had gehad in de verwijdering van Poch en de verkrijging van de verdachte als opgeëiste persoon in de territoriale rechtsmacht van Argentinië. Poch beriep zich bekwaam op het adagium, de rechtsspreuk, ex iniuria ius non oritur. Dat betekent: uit onrecht kan geen recht ontstaan. Geen vervolgingsrecht, dus.  Hij stelde dat hij door dwang, dwaling en bedrog vanwege dat Openbaar Ministerie in Spanje al in uitleveringsdetentie was gekomen. Dat dat Openbaar Ministerie daartoe had samengewerkt met de Spaanse en Argentijnse justitie. Dat dat Openbaar Ministerie hem had verzekerd dat hij gerust naar Spanje kon gaan, want dat hij geen doorlevering, verderlevering en overdracht aan Argentinië had te vrezen en dat hij in dit opzicht immuniteit zou genieten. Want was hij niet vrijgesproken en in vrijheid gesteld?  Kon hij deswege zich niet beroepen op het ne-bis-idembeginsel, dat inhield dat hij op de bestaande tenlastelegging niet ten tweede male vervolgd kon worden?  En was dan, indien hem in deze opzichten, maar iets op de mouw was gespeld, geen sprake van een livraison concertée of disguised re-extradition  (verschleierte Wiederauslieferung) door Nederland, wat normaliteit verdragsmatig niet mogelijk zijn geweest?

 

In januari 2011 hoorde de rechtbank in Den Haag Nederlandse getuigen, onder wie Tim Weert en Edwin Reijnoudt Brouwer, in het proces tegen Poch, aan de hand van een vragenlijst opgesteld door de Argentijnse justitie. De twee ex-collega’s verklaarden dat zij Poch in 2003 niet letterlijk hadden horen zeggen dat hij persoonlijk betrokken was. Volgens het Argentijns OM had Poch gelogen toen hij verklaarde dat hij tijdens de dictatuur alleen straaljagers vloog en zodoende geen dodenvluchten kon hebben gevlogen. Volgens het Nederlands OM bleek uit logboeken in zijn woning dat hij wel degelijk andere vliegtuigen had bestuurd. Op verzoek van Geert-Jan Knoops, een van de advocaten van Poch, verrichtte oud-luchtmachtvlieger Steve Netto logboekonderzoek hetgeen resulteerde in een ontlastend rapport. Toch werd Poch in juni 2011 opnieuw vastgezet. Op 18 februari 2013 mocht de ex-piloot zich voor het eerst verdedigen voor de rechtbank in Buenos Aires. In zijn uitgebreide verdediging, die uren duurde, zei hij dat hij onschuldig was. Hij las onder meer verklaringen voor van anderen waaruit zou blijken dat hij niet betrokken was geweest bij de dodenvluchten. In oktober 2014 getuigde zijn ex-collega Reijnoudt Brouwer tegenover de Argentijnse openbaar aanklager dat Poch een grotere rol bij de dodenvluchten had gespeeld dan alleen die van piloot. Volgens hem zou Poch volledig achter het vermoorden van politieke tegenstanders hebben gestaan en zelfs eigenhandig gevangenen uit vliegtuigen hebben gegooid.
In september 2015 stelde het Argentijns OM Poch schuldig te achten. Documenten waaruit zou blijken dat hij actief geweest was in Operativo Sirena (Operatie Zeemeermin), een samenwerkingsoperatie van het Argentijnse en Paraguayaanse leger, zouden het bewijs leveren. In december van dat jaar werd een levenslange gevangenisstraf tegen Julio Poch en een zestigtal medeverdachten geëist. Het vonnis werd aanvankelijk in de zomer van 2016 verwacht. In februari 2016 werd dat bijgesteld naar op zijn vroegst eind dat jaar en in juli 2016 sprak advocaat Knoops de verwachting uit dat zijn cliënt pas ergens in 2017 zijn pleidooi kon houden, waarna een vonnis nog weer een onbekende tijd op zich zou kunnen laten wachten. Eind maart 2017 greep Knoops een staatsbezoek van koning Willem-Alexander aan Argentinië aan voor een open brief in het Algemeen Dagblad met een oproep aan het staatshoofd om aandacht te geven aan de situatie van Poch. Naast de rechtsbijstand door zijn advocaten, zet de Nederlandse Foundation “Justice for Julio Poch” zich juridisch en publicitair in voor de oud-Transavia-vlieger. Deze stichting is in het leven geroepen door Dirk Lokhorst, een voormalig collega van Poch.