Ne decurriturregel

Destijds baarde de erkenning van de minister van Justitie Grapperhaus opzien: de staat der Nederlanden bleek medeaansprakelijk voor de onrechtmatige verkrijging van Julio Poch door Argentinië dat zelf van die onrechtmatigheid geen werk had gemaakt en eenvoudigweg de jurisdictie uitoefende die het territorialiteitsbeginsel kennelijk Argentinië veroorloofde. Over een Nederlander, Julio Poch. Het toegezegde schadevergoedingsbedrag bleek in de ettelijke tonnen te lopen en verder gaf de minister eigenlijk ook toe dat het het Openbaar Ministerie was geweest die de onrechtmatigheden had veroorzaakt. Terwijl dat Openbaar Ministerie dat steeds glashard had ontkend en steeds had gezegd dat het met de arrestaties die Argentinië bij Madrid had aangevraagd ter inleiding van het uitleveringsverzoek niets, maar dan ook niets te maken had gehad. Dat bleek volkomen leugenachtig. Dat moest de minister erkennen, al deed hij dat niet ruiterlijk, maar pas naar heftige pressie vanuit de Tweede Kamer. De zaak kwam in de openbaarheid omdat het Nederlandse lid van EUROJUST, Roelof Jan Manschot was gebeld door een vrouw met een wat bekakte stem en voordracht, die had doen weten dat het Koninklijk Huis niet gecharmeerd was van een opsporingsonderzoek naar de gedwongen verdwijningen die het Videla Regime op zijn geweten had gehad, zulks ter fine van een koude sanering van de agrarische Argentijnse boerenstand. Koude sanering, zeg dat wel. Dat Koninklijk Huis vond dergelijke onderzoeken onaangenaam, en kwetsend voor koningin Maxima.  Die had met alle verdachtmakingen ten laste van haar vader George Zorreguieta, destijds in dat Regime de staatssecretaris voor Landbouwzaken, al moeiten genoeg gehad en mocht niet langer lastig gevallen worden.

 

 

 

Manschot zou hebben geantwoord dat Poch nog veel meer last had gehad en dat een opsporingsonderzoek dat hem zou vrijpleiten niet gehinderd mocht worden, verder dat het hier ging om reeds aanhangig rechtshulpverkeer waar meerdere staten belang bij hadden en voorts dat EUROJUST dat onderzoek niet leidde maar alleen maar faciliteerde door informatieverstrekking over de diverse rechtssystemen die bij dat onderzoek betrokken konden zijn. Als het Koninklijk Huis wilde dat het beleid van Justitie te doen aanzien zou worden omgebogen, geschorst of opgeschort, dan moest dat Huis niet bij EUROJUST zijn. Het prikkelde de volksvertegenwoordiging dat kennelijk dat Huis in dit geval pressie uitoefende en vergde opheldering nu het Openbaar Ministerie kennelijk hier optrad als zaakwaarnemer voor dat Huis. De Tweede Kamer wilde daarom alsnog een onafhankelijk onderzoek naar mogelijke beïnvloeding vanuit het koninklijk huis in de strafzaak van de Nederlands Argentijnse oud-piloot Julio Poch. Een motie van D66, SP en PvdA die het demissionaire kabinet daartoe oproept, haalde een meerderheid. Poch zat acht jaar lang vast in Argentinië op verdenking van medewerking aan dodenvluchten in de jaren tachtig, waarbij tegenstanders van het dictatoriale regime boven zee uit vliegtuigen werden gegooid. D66’er Sjoerd Sjoerdsma wees er tijdens een debat op dat de commissie-Machielse, die de gang van zaken bij de arrestatie en uitlevering van Poch onderzocht, uit anderen hoofde had bevestigd dat er een interventiepoging is geweest. Het ging om een telefoontje van een vrouw die claimde dat ze sprak namens kringen rond de Oranjes. Zij vond de situatie pijnlijk voor toen nog prinses Máxima.

Haar vader maakte destijds deel uit van de Argentijnse militaire junta. De Kamer vindt het “ongewenst en schadelijk voor het aanzien van de Nederlandse rechtsstaat en het koninklijk huis als de impressie van vermeende beïnvloeding vanuit het koninklijk huis in de strafzaak-Poch blijft voortbestaan”. In februari daaraan voorafgaand nam de Kamer een soortgelijke motie aan. Toen was het de bedoeling dat de Rijksrecherche de kwestie zou onderzoeken. Maar die wilde dat niet vanwege verjaring, aldus Sjoerdsma. Zeker was, dat het Openbaar Ministerie overleg had gevoerd met Argentinië en dat dat erin geresulteerd had dat Spanje was opgetreden als trustee voor Argentinië dat zelf geen uitlevering direct wilde vragen aan Nederland. Terwijl dat de enig juiste weg was geweest, maar dan zou stellig ook het politieke karakter van de zaak en de gevoeligheid daarvan uitvoerig in de openbaarheid zijn gekomen. Daarom was het Openbaar Ministerie bereid gebleken de gangbare kanalen te ontwijken door een verkapte doorlevering overeen te komen met Madrid. Dat is het beginsel, dat verplicht tot het bewandelen van de uitleveringswet tussen de staten onderling als je een dwongen verwijdering beoogt van een opgeëiste persoon voor strafvorderlijke doelen. Dat heet het ne-decurritur-beginsel, in hoofde dezes vermeld.