Een Europees Leger met drie krijgsmachtonderdelen III

Voor zowel de Raad als het Commissariaat zou besluitvorming met (gekwalificeerde) meerderheid de norm zijn (artikel 24 en 39). Zo zou de omvang van de begroting weliswaar met unanimiteit in de Raad van Ministers worden vastgesteld, maar de invulling ervan door middel van een gekwalificeerde meerderheid. Iedere afzonderlijke minister zou verantwoording afleggen in de nationale parlementen. Deze konden de beslissingen van de minister goed- of afkeuren. Een Parlementaire Assemblee zou controle uitoefenen op het Europese niveau. Daarin zaten vertegenwoordigers vanuit de nationale parlementen van de lidstaten. De Assemblee zou ook het beleid van het Commissariaat controleren en deze eventueel ook naar huis kunnen sturen (artikel 36). Rechtsgeschillen zouden moeten worden voorgelegd aan een EDG-Gerechtshof, hetzelfde hof als dat van de EGKS (hoofdstuk IV). Met het overbrengen van het gezag over de krijgsmacht naar het supranationale niveau zou er in feite sprake zijn van een Europese federatie. Het verdrag anticipeerde hier al op: de EDG was een bouwsteen van een mogelijke (con) federatie (artikel 38). Vandaar dat tijdens de onderhandelingen over de Europese Defensiegemeenschap vanuit de Assemblee van de EGKS een ontwerp werd gemaakt om ook te komen tot een Europese Politieke Gemeenschap (EPG). Defensie is immers naar het tekenend woord van Von Clausewitsz een instrument van buitenlands politiek beleid. Deze EPG zou moeten zorgen voor een gezamenlijke buitenlandse politiek van de Zes. Zij kende een direct gekozen Kamer van de Volken en een door de nationale parlementen gekozen Senaat. Deze organen zouden als een echt controlerend en wetgevend parlement op Europees niveau moeten gaan functioneren. Er moest daarnaast in EDG-verband een supranationale Executieve komen die verantwoording zou afleggen aan het parlement dat het EDG-Commissariaat ook steeds volledig ter verantwoording moest kunnen roepen en strafvorderlijk vervolgen voor inconstitutioneel beleid.

Men zou deze constructie nu bij multilateraal verdrag kunnen revitaliseren, waarbij de leden van de Europese Unie die ook inzien dat er nu een zelfstandig Europees Leger moet komen omdat de VS niet zo heel betrouwbaar blijkt als militair geallieerde contractspartij aansluiten, zonder het corpus van het EDG-verdrag inhoudelijk te veranderen. Dus de Scandinavische en Baltische Staten zouden dat revitaliseringsverdrag moeten mede ondertekenen, waarbij ze bij de paraferingen interpretatieve verklaringen mogen uitbrengen of reserveringen, dan wel in bepaalde opzichten opt-outs mogen inbrengen. Ik denk op dit moment dat Hongarije, Tsjechië, Slowakije stomweg helemaal niet willen paraferen. Ook niet met dergelijke mogelijkheden van afwijking reeds omdat ze de kwestie-Groenland niet als iets kunnen zien wat hen toch geopolitiek uiteindelijk aanbelangt. Maar ik denk dat Polen dat na zekere uitleg zeker wel zal doen. De Baltische Staten hebben zeker ervaring met de Russische behoeften naar open zeegangen die niet meer dichtvriezen. Zij weten ook maar al te goed hoe creatief de Russen weten om te springen met het privilege dat het recht van ongehinderde handelsdoorvaart kan opleveren, want de Russen rekten die erfdienstbaarheid al tot krakend toe uit in verband met het Oostzeebeheer en hun definitie van zee-oeverende staat  (riperian state) en de mogelijkheden die de corridor via Kaliningrad hen kan bieden. De revitaliseringsovereenkomst maakt dus het sluimerend doelvermogen, de universitas, van de EDG weer wakker en operabel. Ze kent additionele artikelen waarin bepaalde voorzieningen mutatis mutandis tussen de adhesie zoekende partijen van overeenkomstige toepassing worden verklaard onder verwijzing naar bijbehorende uitvoeringsarrangementen bij de final act. Dat gaat dan lekker snel. Dat toont ook de vastberadenheid van de Europese Staten die zich nu niet meer willen laten piepelen door Washington.

Het kan zijn, dat Trump straks weer inbindt, zeker, het kan zijn dat de Senaat hem toch aan banden gaat leggen bij een wet waarbij zijn tenuitvoerleggingsbevoegdheden in militaribus duchtig aan banden worden gelegd. Maar dat zijn speculaties waarvoor de lommerd uiteindelijk toch geen centen geeft. Vermoedelijk zal Vance, zijn secondant, een gooi doen naar het presidentschap en die heeft wel degelijk dezelfde annexatoire neigingen als Donald en dezelfde MAGA-aspiraties. Dat de VS-kiezer zich en masse zal afkeren van de doordravende Republikeinse Partij die nu God dankt dat haar geopolitieke momentum geslagen is ligt eigenlijk niet zo heel erg in de rede, want in de Noord-Amerikaanse ogen heeft de keiharde afdreigingspolitiek van Donald toch maar lekker veel in gang gebracht ten behoeve van Gods Eigen Land dat beloofd werd als erfdeel der vaderen. Dat is een geloof, waarvan velen bij de stembus echt niet zullen afvallen. Niet bij de komende mid-terms en ook later niet. Donald laat zich iets te veel kennen als hypernarcist, maar Vance is wel wijzer en heeft een doordesemde geopolitieke visie die hij voorlopig als tweede man wijselijk voor zich houdt, maar waarin West-Europa in ieder geval op goede gronden vele toontjes lager zal moeten zingen dan het Concert van Europa in 1815 in alle registraties toestond. En dat was niet die van de tweede viool. Dat was die van de piccolo. En dat klinkt niet als begeleiding van het Alle Menschen Werden Brüder dat op een regenachtige landerige woensdagnamiddag werd gekozen als Europees Volkslied. Dat klinkt naar de toonzettingen van Fröbel.  En dat was nooit zo’n heroïsch thema, ook niet op de kleuterschool aan de Bredalaan in Eindhoven. Waar ik destijds mijn jongere gezinsleden moest ophalen, door mijn moeder hardnekkig “de drie kleintjes” genaamd.