Schipluiden met het Helinium

Diep het Westland ligt verzonken het geheimzinnige oord Schipluiden met het allercharmantste kerkje waar veel buitengewone concerten worden gegeven. Op thema’s  van contrareformatorische muziek uit Vlaanderen maar ook op die van de Hollandse Renaissancistische componisten. Sweelinck, Valerius, maar door ook Van Wassenaar.   De waterstaatkundige geschiedenis van Schipluiden is onlosmakelijk verbonden met het Helinium, de enorme riviermonding die in de vroege middeleeuwen en daarvoor het landschap van Zuid-Holland domineerde. De streek is de laatste decennia enorm ingrijpend heringericht, waarbij helaas ook wel afbreuk is gedaan aan de landschapsinrichting die sterk aan die van Westvlaanderen doet denken, het bedehuisje vooral. Zoals de Vlaamse platte streek tussen IJzer en Zwin, melancholiek door Jacques Brel bezongen. Geen wonder: ook hier polderden dezelfde monniken die ook Vlaanderen onttrokken aan de eeuwen getijdenoverstromingen door dijkages en kwelderingen. Met dezelfde waterbeersingsmethodens en planningen. Hier is een overzicht van hoe deze twee factoren elkaar beïnvloedden in de vroegste geschiedenis: Wat was immers het Helinium? Het ontzagwekkende Helinium was de gezamenlijke monding van de Maas en de Waal (en later de Merwede). Het was geen smalle rivier, maar een uitgestrekt estuarium vol getijdengeulen, zandplaten en kwelders dat zich uitstrekte van het huidige Brielle tot aan de noordrand van het Westland. Nu doorkruist de Nieuwe Waterweg met Scheur een aangelanden deze enorme zeemond waarvoor de Romeinen erg bevreesd waren, maar de inwoners van Germaanse stam evenzeer, die ook al spraken van de Zee-Mond, de Mer-Wede die onbedwingbaar was. Dynamiek: Het gebied stond onder directe invloed van de Noordzee.

Tweemaal per dag stroomde het zoute water diep het land in via kreken en de weteringen die brak water aan en afvoerden en daardoor een hele vreemde vegetatie gingen bevatten. Zoals ook de Leuve, meer oostelijk, en De Rotte. Er was een bestendig Geulensysteem: Een van de belangrijkste noordelijke zijtakken van dit systeem was de Gantel, die diep het veengebied van Midden-Delfland in sneed. Schipluiden ligt op de kwelderwals tussen deze weteringen. Rond 3500 v.Chr. (in de tijd van de Vlaardingen-cultuur) was de plek waar Schipluiden nu ligt een van de weinige bewoonbare plekken in een verder kletsnat moeras. De donk en de kwelder: De oudste bewoning van Schipluiden vond plaats op een duin (donk) en de omliggende kwelderwallen. Deze waren opgeslibd door de werking van het Helinium. Natuurlijke afwatering: De bewoners waren afhankelijk van de natuurlijke kreken die het overtollige regenwater richting de Maasmonding (het Helinium) voerden.  De omslag was ook hier weer: vernatting en vervening. Naarmate de kustlijn zich sloot door de vorming van de strandwallen (waar nu steden als Delft en Rijswijk liggen), raakte de directe verbinding met het Helinium beperkt. Veenlandschap: Het gebied rond Schipluiden veranderde in een gigantisch pakket veen.

Het water van het Helinium kon bij stormvloeden nog wel via de Gantel het gebied binnendringen, wat zorgde voor een dun laagje klei op het veen (de zogenaamde ‘duinkerkse’ afzettingen). Isolatie: Schipluiden lag op de grens van het zoute/brakke systeem van het Helinium en het zoete water van de binnenlandse veenmoerassen. De geboorte van de waterbeheersing veranderde de omgevingen. Deze beheersing zette zich niet voort in het grondwaterpeil dat aan hevige getijden bloot bleef staan. De echte “waterstaatkundige relatie” begon pas echt vorm te krijgen bij de vroege ontginningen (vanaf ca. het jaar 1000). Afwatering via de Gaag: Om het veen droog te houden voor landbouw, moesten de bewoners van Schipluiden sloten graven. Dit water werd via de Gaag en de Vlaardingse Vaart richting het zuiden afgevoerd, rechtstreeks naar het Helinium. De strijd tegen de vloed: Omdat het Helinium in open verbinding stond met de zee, vormde het ook een bedreiging. Bij vloed stuwde het water op in de kreken. Dit leidde tot de aanleg van de eerste kades en primitieve uitwateringssluizen om het zoute water buiten te houden, terwijl het eigen polderwater wel naar buiten kon. Samenvattend: In de vroegste geschiedenis was het Helinium de brengende kracht: het zorgde voor de kleiafzettingen waarop gebouwd kon worden, maar dwong de bewoners ook tot een constante strijd tegen het opstuwende getijdenwater. Schipluiden fungeerde hierbij als een voorpost in het veen, die haar waterbalans volledig moest afstemmen op de grillen van deze machtige riviermonding. Wat we hier constateren geldt ook voor het gehucht ’t Woud met de door Scheldegotiek gekenmerkte architectuur die het opgaand metselwerk voorziet van schijnmoluren die in het langs strijkend blakke zonlicht aan het gebouw steeds nieuwe schaduwwerkingen geven en kleurstellingen in de bakstenen ornamentaties. Ook daarop zullen onze gidsen graag ingaan.