Verjaardag II

Vorig jaar, toen ik 71 werd, gaf ik in “De Witte” een lunchpartij voor de mensen die mij direct logistiek hadden bijgestaan in het postoperatieve traject dat volgde na het eerste ziekenhuisontslag uit Sint Antoniushove. De mensen die mij steeds bereid bleken heen en weer te rijden ook op onzalige voor de nachtrust bestemde uren. Zonder morren en zonder veel navraag te doen. Ik kon destijds nog nauwelijks op mijn benen staan. Moest mij vasthouden aan de stoelen rondom de tafel. Kon nauwelijks naar Pulchri-Studio lopen door de vlijmende wind voor het digereren van de thee die óók nog gepland was. Theo Linssen ried mij destijds bezorgd dat ik meer in de zon moest zien te komen, terwijl de ijkoude en huidpenetrerende vlagen ons teisterden. Maar toch liep het nog goed af. Deze keer sta ik er beter op rond mijn herdenkingsmoment aan mijn geboortedag gewijd destijds in Kraamkliniek Carmenta aan de Heemraadssingel, ook al mocht mijn moeder later graag verwijtend ophalen op mijn verjaardag hoe moeizaam de bevalling was geweest terwijl ze toch beeldend de contracties tijdens de partus beschreef. Want ze kreeg mij destijds láát, op een leeftijd waarop medici dat kennelijk naar hun ervaringsregelen onraadzaam achtten. Dat was met meerdere vrouwen die de bezettingsjaren gedurende de Tweede Wereldoorlog hadden mogen doormaken in hun puberteitsperiode het geval. Want het huwelijk werd zeker steeds meer naar achteren geschoven, naarmate de oorlog Nederland steeds meer in de greep kreeg.

In Rotterdam dreigde in november 1944 de hongerwinter die tot en met juni 1945 eigenlijk bleef voortduren. De oorlogsregering-Gerbrandy in Londen veroorzaakte die. Gerbrandy riep de algehele spoorwegstaking uit. Dus iedere massaverplaatsing van voedsel werd onmogelijk naar de Randstad, die zeker onder die honger mateloos leed, zij het natuurlijk niet in de bovenlagen van de bevolking, zoals het hoort. Omdat de distributie na de zogeheten bevrijding buitengewoon langzaam en inert op gang kwam, de verdeling van rijkswege in evenredigheid van het primaire volksvoedsel. De overheid maakte daarvan uiteindelijk ontstellend weinig. Verder was er voor een meisje als mijn moeder die destijds vóór alles orthodox Rooms was weinig aannemelijk aanbod op de huwelijksmarkt. Er waren weinig mannen van huwbare leeftijd beschikbaar en die zich opdeden hadden een bezoedeld verleden. Doorgaans tenminste. Er was altijd wat mee. Dus met mijn vader zonder méér, want die zag er verdacht gezond uit destijds en beschikte over de fraaiste kostuums die hem prachtvol afkleedden.

Hetgeen te denken gaf. Vader bleek opmerkelijk goed consistent te kunnen liegen over een verzetsverleden vol heroïek en dat nog over tal van jaren, maar in de zestiger jaren viel hij toch nog door de mand. Dat mocht mijn moeder mij gaarne voorhouden op die verjaardagen en wel in een toonzetting die verried dat deze bezoedeling ook mij verwijtbaar was toe te rekenen, weerbarstig als ik was tijdens de partus in genoemde kliniek. Er zijn ergere dingen, dat weet ik ook wel. En daarom wijd ik daar nu niet nader over uit. Ik lag dwars en had een breuk in de liezen. Laat ik het daartoe beperken. Dat zou mijn leven tekenen, maar overal is wat. Nu, op mijn 72e sta ik er vergelijkbaar veel beter op. Ik heb veel euvelen, lig nog steeds dwars – al mag dat eigenlijk ook weer geen naam hebben -, maar kan een uitgebreide rijkelijke luxe lunch voor tien of meer verenigde personen in samenspanning bijeen gemakkelijk financieren, terwijl ik mij niet meer aan stoelen hoef vast te houden. Van progressie wil ik nog niet spreken, dat voert te ver. Maar de prangende vraag of er voor mij in dit ondermaanse nog enige hoop resteert durf ik nu wel aan AI te stellen, al weet ik nu, dat ik daarbij zorgvuldig moet formuleren. Ik moet dus de recentere diagnoses niet te preponderant in die vraag betrekken en ook het gegeven dat ieder menselijk leven eindig blijft niet als uitgangspunt in de vraagstelling opvoeren. Eens kijken, of dat lukt. Met AI kun je alle kanten op, en wat jij er niet instopt als basisgegeven komt er ook niet uit. Dat is een troost waarin de Bijbel niet voorziet.