Opvallend was dat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet Jetten in de eerste week van het conflict USA/Israël conflict met Iran geen eenduidig antwoord had op de vraag of de eerste twee staten hiermee niet hadden gehandeld in strijd met het algeheel interstatelijk geweldverbod dat ten grondslag ligt aan het VN-Handvest. Hij was er overduidelijk door overvallen. Raar, want de vraag lag uiteraard voor de hand en óók dat het Nederlandse standpunt andere staten zou interesseren als baken voor hun positioneringen, waar Nederland Den Haag steeds weer aanbeveelt als de Stad van Vrede en Recht onder het motto: The Hague, Legal Capital of the World. Een slogan waar Nederland veel aan gelegen is en waarnaar het hengelde bij het vijftigjarig bestaan van de VN. Een positie die verplichtingen impliceert. Boutros-Boutros Ghali, destijds VN-Secretaris-Generaal van deze supranationale rechtstellende veiligheidsorganisatie wees daarop uitvoerig in 1995. En hij stelde dat deze positie dringende verplichtingen in zich borg en impliceerde. Is wat de USA deed met zijn overvallen uit de lucht op Iran ter uitschakeling van het regime met dat interstatelijk onvoorwaardelijk geweldverbod in lijn? Dat is een scherpe juridische vraag. Het lijkt inderdaad tegenstrijdig: hoe kan een van de bloedigste conflicten van de 20e eeuw plaatsvinden vlak nadat de wereld plechtig had beloofd (“nooit meer”) om geweld tussen staten te verbieden? In De Korea-oorlog trad de VN op als rechtshandhaver onder leiding van Washington met een strategische overval op de grond niettegenstaande dat geweldsverbod. Met machtiging van de Veiligheidsraad. In het conflict met Iran deed de USA samen met Israël dat zonder die machtiging. Het vroeg deze zelfs niet aan, wetende dat Rusland en de Volksrepubliek China deze machtiging zouden verbieden met hun vetorechten. Hoe zat dat destijds in Korea eigenlijk? Het antwoord ligt in een unieke samenloop van geopolitiek, juridische mazen en een historisch toeval in de VN-Veiligheidsraad. Er zijn verschillende zienswijzen in het spel geweest destijds.

De eerste was: er was geen oorlog gaande. Een opstelling die ten aanzien van Iran irrealistisch zou zijn. Niemand bepleit haar dan ook. De juridische kwalificatie: “Geen oorlog” werd betracht als oplossing door Washington. Formeel gezien werd het Korea-conflict door de Verenigde Naties en de Verenigde Staten niet bestempeld als een oorlog (wat een schending van het Charter zou suggereren), maar als een “police action(politieactie). Dat was de opstelling van Washington. Maar dat was destijds al raar. Want het had juist daarom schimpend Nederlandse acties in Indonesië als wederrechtelijk van de hand gewezen, toen Den toen Haag ze probeerde te rubriceren als Politionele Acties, op advies van Eelco van Kleffens die ze voorstelde als binnenlandse acties ter onderdrukking van burgerlijk opstanden.Daar had het buitenland niets mee te maken. https://gerardstrijards.nl/wp-admin/post.php?post=8726&action=edit Dat gaf ik hiervoren al aan bij mijn Blog besprekingen over Bauke Geersings standpunten over dergelijke politionele actie. De USA vond dat destijds belazerderij en gaf dat uitvoerig en luidruchtig te kennen. Het streed, zei Washington, met het al breedvoerig besproken Artikel 2(4) van het VN-Handvest: Dit artikel verbiedt immers onvoorwaardelijk de dreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit van een staat.die erkend is en gerechtigd is soevereiniteitspretenties te claimen over een welbepaald grondgebied. Dat kon je niet wegboeken door iets te afficheren als een binnenlands conflict dat overduidelijk werd uitgevochten tussen machten met dergelijke pretenties, maar die nog niet volledig door een belangrijke statenmeerderheid waren erkend als twee of meer zelfstandige staten.
Er was hier dus overduidelijk: een maas in de interstatelijke wet: Omdat Korea na de Tweede Wereldoorlog was opgedeeld in bezettingszones, zagen velen het conflict aanvankelijk als een binnenlandse burgeroorlog of een handhavingskwestie van de VN, in plaats van een invasie van de ene soevereine staat door de andere. Maar dat pikten Rusland en Communistisch China, de meest betrokken regionale grootmachten niet. Daarom kwam er, met terugwerkende kracht, een mandaat van de Veiligheidsraad. Hoewel artikel 2 van het VN-Charter geweld verbiedt, geeft Hoofdstuk VII van het VN-Handvest de Veiligheidsraad de bevoegdheid om geweld te autoriseren als de internationale vrede en veiligheid in het geding zijn. Dit kon gebeuren door een historisch uniek moment: De Sovjet-boycot: De Sovjet-Unie boycotte de Veiligheidsraad omdat de VN weigerde de nieuwe communistische Volksrepubliek China te erkennen (ze erkenden nog de nationalisten in Taiwan). Resolutie 82, 83 en 84: Omdat de Sovjet-Unie niet aanwezig was om haar veto uit te spreken, kon de Veiligheidsraad de aanval van Noord-Korea veroordelen en lidstaten oproepen om Zuid-Korea militaire bijstand te verlenen. Verder beriep de USA met zijn geallieerde westelijke staten zich op het belang van zelfverdediging (Artikel 51 van het Charter). Naast het VN-mandaat beriepen de VS en hun bondgenoten zich op Artikel 51 van het VN-Handvest. Dit artikel stelt dat niets in het Handvest afbreuk doet aan het “inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging” in het geval van een gewapende aanval. Aangezien Noord-Korea op 25 juni 1950 de 38ste breedtegraad overstak, werd dit gezien als een duidelijke doorbreking van de status quo die een collectieve verdedigingsreactie rechtvaardigde.
Kernpunten van de juridische rechtvaardiging:
| Aspect | Toelichting |
| Agressor | Noord-Korea werd aangemerkt als de partij die de vrede verbrak. |
| VN-Status | De strijd werd gevoerd onder de VN-vlag (de eerste en enige keer op die schaal). |
| Geen oorlogsverklaring | De VS verklaarden nooit officieel de oorlog, om de presidentiële macht te omzeilen en binnen de VN-kaders te blijven. |
Conclusie
Het Korea-conflict was dus geen schending van het VN-Handvest in de ogen van de VN zelf, maar juist de eerste grote testcase voor de handhaving ervan. Men gebruikte de uitzonderingen op het geweldsverbod (mandaat van de Veiligheidsraad en zelfverdediging) om de interventie juridisch dicht te timmeren. Die uitzonderingen bleken extensief, oprekbaar en bij analogie toepasselijk. En waarom dus ook niet in het conflict dat thans gaande is met Iran en de USA en zijn geallieerde Israël. Waarom heeft het kabinet Jetten dat tevoren niet reeds beraamd, nu het conflict lag te broeien? De vragen waren voorzienbaar en ook dat ze in The Legal Capital of the World een bijzondere lading zouden hebben. Al was het alleen maar omdat deze vragen internationale rechtsgedingen oproepen.
