De vraag of de door de USA aangevoerde Golfoorlog (operatie Desert Storm in 1991) strijdig was met het geweldverbod uit artikel 2 lid 4 van het VN-Handvest, is een klassiek voorbeeld van hoe het internationaal recht hoort te functioneren. In tegenstelling tot veel latere conflicten (zoals de invasie van Irak in 2003), is de juridische consensus over de Golfoorlog van 1991 vrij helder: Nee, deze was niet strijdig met het geweldverbod. Hieronder leg ik uit waarom deze oorlog juridisch gezien een “schoolvoorbeeld” van een legale, proportionele en subsidiaire interventie is. subsidiair betekent: het geweld was het enig overgebleven, dus onvermijdelijk middel dat het einddoel kon dienen. De Basis voor het beoordelingskader internationaalrechtelijk is ook hier weer : het Geweldverbod dat interstatelijk het tableau moet beheersen. Artikel 2(4) van het VN-Handvest verbiedt staten om geweld te gebruiken (of ermee te dreigen) tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een andere staat. Tijdens en na de Irak-Iranoorlog waren er conflicten opgekomen tussen Irak en Koeweit. Irak had zware schulden aan Koeweit, Saoedi-Arabië en andere landen vanwege de financiering van deze oorlog. De aflossing betekende een zware last voor de al onder de oorlog gebukt gaande Iraakse economie, en Saddam Hoessein had graag gezien dat de leningen werden kwijtgescholden. Irak beschuldigde Koeweit ervan dat het de grens tussen de twee staten geschonden had, en militaire installaties had gebouwd en oliebronnen had aangeboord aan de Iraakse zijde van de grens door vanaf de Koeweitse zijde schuin naar beneden te boren (‘slant drilling’). Koeweit produceerde ook te veel olie (40% meer dan het door de OPEC voor Koeweit vastgestelde quotum) waardoor de prijs daalde en Irak inkomsten misliep. Irak werd traditioneel door de Sovjet-Unie gesteund via het veto in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Met het naderende einde van de Koude Oorlog viel deze politieke steun echter weg. In plaats daarvan had Irak tijdens de Irak-Iranoorlog welwillendheid en steun van andere Arabische en Westerse staten gekregen, uit angst voor Iraanse dominantie in de Perzische Golf. Met het einde van de Irak-Iranoorlog liep ook deze steun ten einde, maar had Irak inmiddels wel dankzij eerdergenoemde leningen een groot wapenarsenaal kunnen opbouwen middels internationale wapenaankopen. Daartegen trad de USA nu militair op. Met zijn traditionele westelijke geallieerden, maar met instemming van de VN. Een geval van interstatelijk geweld. Dus een schending van het VN-geweldverbod.

Er zijn echter, zoals aangegeven, twee belangrijke uitzonderingen: zelfverdediging (Artikel 51) en de machtiging via een uitdrukkelijke en wel omschreven toestemming van de VN-Veiligheidsraad (Hoofdstuk VII van het VN-Charter). De Inbreuk door Irak van de internationale rechtsorde van de statengemeenschap vormt hier een toereikende en volledig dragende rechtvaardigingsgrond voor het door de USA begane geld tegen de territoriale integriteit van Irak. De keten van gebeurtenissen begon op 2 augustus 1990, toen Irak onder Saddam Hoessein buurland Koeweit binnenviel en annexeerde. Dit was een directe en grove schending van artikel 2(4). Hiermee ontstond voor de internationale gemeenschap de juridische grondslag om in actie te komen. Waarom de Amerikaanse interventie legaal was? De door de VS geleide coalitie handelde niet op eigen houtje, maar baseerde zich op twee juridische pijlers: Collectieve zelfverdediging (Art. 51): Koeweit werd aangevallen en had het recht om hulp te vragen aan bondgenoten om de eigen soevereiniteit te herstellen. Mandaat van de Veiligheidsraad (Resolutie 678): Dit is de absoluut doorslaggevende factor. De VN-Veiligheidsraad nam op 29 november 1990 Resolutie 678 aan. Hierin kregen lidstaten toestemming om “alle nodige middelen” (all necessary means) te gebruiken om de eerdere resoluties af te dwingen als Irak zich niet vóór 15 januari 1991 uit Koeweit zou terugtrekken. Belangrijk detail: De term “alle nodige middelen” is diplomatieke codetaal voor het gebruik van militair geweld. Vergelijking: 1991 vs. 2003. Om de legaliteit van 1991 te begrijpen, helpt het om het te contrasteren met de latere oorlog in 2003. Want die inval was wel strijdig met het geweldverbod zonder dragende rechtvaardiging. De oorlog in Afghanistan begon in 2001 en eindigde bijna 20 jaar later, in 2021. De oorlog in Afghanistan was een direct gevolg van de Twin Towers-aanslagenreeks op 11 september 2001 op drie doelen in de Verenigde Staten. Het was de langste oorlog waaraan de Verenigde Staten heeft deelgenomen. De strijdkrachten van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Frankrijk en de Noordelijke Alliantie vielen in 2001 de Taliban aan, onder de naam Operation Enduring Freedom. Het Taliban-regime in Afghanistan bood een thuis aan Al Qaida, dat achter de aanslagen op 11 september 2001 zat. De Amerikaanse regering met aan het hoofd president George W. Bush besloot het land binnen te vallen nadat de Taliban een ultimatum naast zich hadden neergelegd om Osama bin Laden en andere belangrijke leiders van Al Qaida uit te leveren. Het Taliban-regime was vrij snel verslagen, maar Bin Laden kon ontsnappen.
| Kenmerk | Golfoorlog (1991) | Irakoorlog (2003) |
| Aanleiding | Invasie van Koeweit door Irak | Vermeende massavernietigingswapens |
| VN-Mandaat | Expliciet (Resolutie 678) | Omstreden (geen nieuwe resolutie) |
| Juridische Status | Legaal onder internationaal recht | Zeer omstreden / Illegaal |
