Sommige zeeblokkades kunnen uit militair-strategische overwegingen gelden als gedragingen die geanticipeerde zelfverdediging beogen te verwezenlijken. Voor luchtblokkades geldt eigenlijk niet veel anders. Groot-Brittannië beschouwde de blokkades van de Noordzee en de Noordelijk aannaderingsroutes ( Nordic Approaches) noodzakelijk om in 1914 de Duitse Hochseeflotte te binden in haar havenregio rondom Kiel. Daarom liet de First Sea-Lord deze Approaches al blokkeren voordat de Britste Imperiale Regering de formele oorlogsverklaring had doen overhandigen te Berlijn en liet de admiraliteit deze blokkeringen voortbestaan tot 21 juni 1920. Om op deze wijze toch de ratificatie af te dwingen van de Versailler Vredesregelingen die in augustus 1919 eigenlijk al waren afgeparafeerd door de geallieerde overwinnaars en de twee ministers die tekende voor de Duitse Rijksregering. Deze blokkades werden noodzakelijk gehouden, ook al was de Hochseeflotte al in haar totaliteit afgevaren naar Scapa Flow, de thuisbases van de Britse Home Fleet. Whitehall had dus een extensieve interpretatie van het begrip noodzakelijke zelfverdediging. Ook al was Duitsland eigenlijk verstoken van iedere mogelijkheid zich militair nog te weer te stellen nadat de Veldleger-troepen zich in november hadden begeven op de rechter-Rijnoever, zich hadden ontwapend en ontbonden. De Angelsaksen achtten deze blokkade strategisch noodzakelijk en verdragsmatig of wettig. Dat was een uitleg en toepassing die unilateraal werd opgelegd en waartegen vele natiestaten bezwaar bleven houden Of een blokkade als rechtmatig werd beschouwd, was geregeld in de nationale wetten van de landen wiens handel door de blokkade werd beïnvloed. Zo voldeed de Braziliaanse blokkade van Río de la Plata in 1826 wel aan de Britse wetten, maar niet aan Franse en Amerikaanse. Deze landen gaven dan ook aan hun handelsvloten te verdedigen terwijl de Britten genoodzaakt waren aan te dringen op een vreedzame oplossing tussen Brazilië en Argentinië.

In het internationale recht werden blokkades pas voor het eerst gedefinieerd bij de Vrede van Parijs in 1856. Hierin werd onder andere gesteld dat blokkades effectief moesten zijn om rechtmatig te zijn. Deze op het eerste oog zinloze maatregel was bedoeld om zogenaamde papieren blokkades te voorkomen. Dit waren blokkades waarvan de geblokkeerde natie wel op de hoogte gebracht werd, maar die niet door een daadwerkelijke blokkade bekrachtigd werd. Wanneer een papieren blokkade voor een heel land werd afgekondigd hield dit voor het verdrag echter wel in dat de blokkerende partij goederen van neutrale handelaren die met de geblokkeerde havens handelden in beslag mocht nemen. Bij de reeds meermalen in deze Blogs besproken Declaratie van Londen of Britse Zeerechtsdeclaratie in 1909 werd een poging gedaan de rechten van neutrale handelaren verder te beschermen. Het rechtsverklarend instrument werd echter maar door een paar landen geratificeerd, waardoor de behaalde overeenkomsten niet toepasbaar waren. Delen ervan zijn echter wel toegepast bij blokkades in de Eerste Wereldoorlog. Sinds 1945 bepaalt de VN Veiligheidsraad de legaliteit van blokkades en kan deze op grond van artikel 42 van het Handvest ook zelf opleggen. Of deze Raad er nog aan te pas komt wat betreft de blokkering van de Straat van Hormuz is in hoge mate kwestieus, omdat ze thans wordt afgedwongen vanaf de USA-vliegdekschepen die bij de Raad ook geen machtiging hebben aangevraagd voor hun acties, evenmin als Trump zich tevoren iets aan de Raad heeft gelegen laten liggen. Het is hier unilateralisme wat de klok slaat, maar dat was sedert 1963 al de buitenlandse politiek van Washington.
Dat behield zich iedere armslag voor een flexible response voor, zelfs als dat nucleair zou zijn. Het volkerenrecht zal geen referentiekader meer bieden en dat maakt de convooiering door het Nederlandse fregat De Evertsen zo problematisch voor Nederland als mogendheid die zich heeft ontdaan van bijna alle militaire verweermiddelen, zelfs al het weer zou kiezen voor gewapende neutraliteit. In zijn eentje. Het kabinet heeft weinig aandacht besteed aan de inzet van de Evertsen en de volksvertegenwoordiging nam de inzet van het fregat voor kennisgeving aan. Maar die inzet kan te zijner tijd wel degelijk een casus bello zijn, een aanleiding voor oorlog met Iran waarin Nederland dan als actieve deelnemer deelt. En zulks echt wel buiten de reikwijdte van artikel 5 van het NAVO-verdrag. Dat een aanval op één van de NAVO-staten beschouwt als te zijn gedaan op alle NAVO-staten. De Fransen hebben bij deze soort expeditionaire operaties sedert 1914 niet zo’n hele goede reputatie omdat Parijs altijd alleen maar bleek te kijken naar de typisch Franse belangen. En er is echt geen reden om te denken dat dat nu ineens anders gaat uitpakken. Tenminste: daarover heeft het kabinet Jetten, dat met merkwaardig lichtvaardige argumentatie reageert op de beschuldigingen dat het kabinet opzettelijk Nederland de oorlog met Iran inrommelt geen bevredigende feiten en dragende rechtvaardigingsgronden bijgebracht. Deze oorlogsbereidheid wordt eigenlijk als vanzelfsprekend voorgesteld, vooral door links, dat in de vorige eeuw nog zo sterk ageerde tegen iedere activiteit van kabinetten die kon leiden tot een belligerente positiekeuze en opstelling van welk kabinet dan ook. De geest van Mark Rutte is nog vaardig. De aarde is, als bij Genesis, nog steeds woest en ledig, licht en duisternis onscheidbaar en aarde en zee chaotisch verenigd alsof Armageddon onvermijdelijk is. Gods Geest zweeft niet boven die wateren.
