Aansprakelijkheid voor hongerdoden ten gevolge van het uitblijven van voedsel transporten

1. Het “Embargo” als Strafmaatregel

Het Tribunaal stelde vast dat Seyss-Inquart direct na het door de Nederlandse regering (!) uitroepen van de Spoorwegstaking op 17 september 1944 een embargo op alle voedseltransporten naar West-Nederland instelde. Hoewel hij later beweerde dat dit een noodzakelijke militaire maatregel was om de Duitse troepen van voorraden te voorzien, oordeelde het IMT dat dit een collectieve strafmaatregel tegen de Nederlandse bevolking was.

2. De Rol van de ‘Rijkscommissaris’

Seyss-Inquart werd schuldig bevonden onder Aanklacht 3 (Oorlogsmisdaden) en Aanklacht 4 (Misdaden tegen de menselijkheid). Het Tribunaal onderbouwde zijn aansprakelijkheid als volgt:

  • Willekeur: Hij had de volledige controle over de civiele administratie. Het blokkeren van voedsel naar een dichtbevolkt gebied terwijl hij wist dat er geen reserves waren, werd gezien als een bewuste poging om de bevolking uit te hongeren.

  • Verzuim van zorgplicht: Volgens de Landoorlogreglementen (Haagse Conventies) is een bezettende macht verantwoordelijk voor het welzijn van de burgerbevolking. Door de transporten te blokkeren, schond hij deze internationale rechtsregel op grove wijze.

3. De Bewijsvoering: De “Hongerbrief”

Een cruciaal bewijsstuk in Neurenberg was de officIële ambtelijke communicatie waarin Seyss-Inquart als landvoogd van het bezettingsgezag  dreigde dat de “voedselvoorziening in het westen binnen enkele weken zou instorten” als de staking niet werd beëindigd. Het Tribunaal concludeerde dat hij de hongersnood voorzag en accepteerde als een instrument om de Nederlandse spoorwegarbeiders weer aan het werk te krijgen.

4. Verweer en Weerlegging

Seyss-Inquart voerde ter verdediging aan dat hij in het voorjaar van 1945 uiteindelijk toestemming gaf voor de geallieerde voedseldroppings (Operatie Manna). Het Tribunaal woog dit mee, maar stelde dat dit te weinig en te laat was. De fundamentele oorzaak van de 20.000 doden lag in zijn besluitvorming van de voorgaande maanden.

Juridische Conclusie van het Vonnis

In het eindoordeel van 1 oktober 1946 werd specifiek over Nederland vermeld:

“Hij was een wet op zichzelf… Hij wist dat de hongersnood dreigde en gebruikte dit als een wapen om de staking te breken. Zijn acties waren meedogenloos en werden uitgevoerd met volledige minachting voor de regels van het recht en de menselijkheid.”

Seyss-Inquart werd mede op basis van deze feiten ter dood veroordeeld door ophanging. Het is een uniek gewijsde geweest. Waarbij het ambtelijk functioneel daderschap van een burgerlijk gezag centraal stond en waarbij nalaten een doorslaggevende rol speelde.