Het gaat bij deze herleiding van enige strafrechtelijke aansprakelijkheid voor hongersnooddoden tengevolge van het uitblijven van voedseltransporten over samengestelde aansprakelijkheid waarbij de hoofddader die in een leidinggevende positie verkeerde en door wiens toedoen een toestand ontstond waarin systematische hongersnoden moesten ontstaan mede afhankelijk was van de noodzakelijke deelneming van personen die bij het verwezenlijken van het intreden van die toestand betrokken waren door doen, laten en het teweegbrengen van verschillende oorzaken. Want niet alleen Trump veroorzaakte die toestand, de Houthi’s, die door raketaanslagen deze stremming van transporten via de Golf van Hormuz te weegbrachten waren het evenzeer, en die Houthi’s vielen niet onder de bevelskring van Trump. Toch vormden hun aanslagen de voorwaarden voor die stremming gedurende maanden, na nu voorslaan voorzienbaar is en zoiets geldt ook voor de drones aanvallen die Teheran liet uitvoeren: hier waren deze samenwerkingsvormen, hoezeer wellicht ieder voor zich en afzonderlijk onbedoeld, noodzakelijke voorwaarden waarzonder die stremming niet had kunnen ontstaan. Niet in deze vorm, zo systematisch met zulk een wijdverspreid patroon en op zulke massale schaal met deze globaal verdeelde gevolgen voor velerlei bevolkingsgroepen. Laten we weer kijken naar de rechtspraak die de Westelijke Geallieerden opzetten naar aanleiding van de in Holland ná de door de Londense regering van minister-president Gerbrandy aan de Nederlandse Spoorwegen gelaste massale maandenlange spoorwegstaking, die eveneens een conditio-sine-qua non was voor het ontstaan van de hongertoestand binnen de Vesting Holland. Hoe grondde dus het Militair Tribunaal te Neurenberg de strafrechtelijke aansprakelijkheid van Arthur Seysz-Inquart voor de 20.000 doden die overleden aan hongeroedeem in Randstedelijk Holland van oktober 1944 tot en met juni 1945 tengevolge van de Duitse bezetting die ieder voedseltransport verhinderde na die door de Nederlanders zelf uitgeroepen Spoorwegstaking?

Premier Clement Attlee, voor het UK, Harry Truman US-president en Joseph Stalin voor USSR te Potsdam 1945
Het ligt in dit soort gevallen altijd complex, het patroon van samentreffende daderschappen waaronder dat voortvloeiend uit commando responsibility, de aansprakelijkheid wegens leidinggeven als bevelsbevoegde hiërarchiek meerdere. Daarover zou het ook gaan bij een Trump-vervolging volgens het Statuut van Rome-1998. Even de hoofdlijnen die de Angelsaksische rechters volgden. De Franse en Russische rechters wilden er niets van weten. Dat even terzijde. Het Internationaal Militair Tribunaal (IMT) in Neurenberg baseerde de veroordeling van Arthur Seyss-Inquart voor de Hongerwinter niet op één enkel bevel, maar op zijn positie als de hoogste civiele autoriteit en zijn bewuste gebruik van voedsel als politiek pressiemiddel. Het ging dus om functioneel daderschap: het daderschap inherent aan een bepaalde bestuurlijke functie, ongeacht of deze burgerlijk was of militair. Hieronder volgt een analyse van hoe het Tribunaal de juridische en morele aansprakelijkheid vaststelde:
1. Het “Embargo” als Strafmaatregel
Het Tribunaal stelde vast dat Seyss-Inquart direct na het door de Nederlandse regering (!) uitroepen van de Spoorwegstaking op 17 september 1944 een embargo op alle voedseltransporten naar West-Nederland instelde. Hoewel hij later beweerde dat dit een noodzakelijke militaire maatregel was om de Duitse troepen van voorraden te voorzien, oordeelde het IMT dat dit een collectieve strafmaatregel tegen de Nederlandse bevolking was.
2. De Rol van de ‘Rijkscommissaris’
Seyss-Inquart werd schuldig bevonden onder Aanklacht 3 (Oorlogsmisdaden) en Aanklacht 4 (Misdaden tegen de menselijkheid). Het Tribunaal onderbouwde zijn aansprakelijkheid als volgt:
-
Willekeur: Hij had de volledige controle over de civiele administratie. Het blokkeren van voedsel naar een dichtbevolkt gebied terwijl hij wist dat er geen reserves waren, werd gezien als een bewuste poging om de bevolking uit te hongeren.
-
Verzuim van zorgplicht: Volgens de Landoorlogreglementen (Haagse Conventies) is een bezettende macht verantwoordelijk voor het welzijn van de burgerbevolking. Door de transporten te blokkeren, schond hij deze internationale rechtsregel op grove wijze.
3. De Bewijsvoering: De “Hongerbrief”
Een cruciaal bewijsstuk in Neurenberg was de officIële ambtelijke communicatie waarin Seyss-Inquart als landvoogd van het bezettingsgezag dreigde dat de “voedselvoorziening in het westen binnen enkele weken zou instorten” als de staking niet werd beëindigd. Het Tribunaal concludeerde dat hij de hongersnood voorzag en accepteerde als een instrument om de Nederlandse spoorwegarbeiders weer aan het werk te krijgen.
4. Verweer en Weerlegging
Seyss-Inquart voerde ter verdediging aan dat hij in het voorjaar van 1945 uiteindelijk toestemming gaf voor de geallieerde voedseldroppings (Operatie Manna). Het Tribunaal woog dit mee, maar stelde dat dit te weinig en te laat was. De fundamentele oorzaak van de 20.000 doden lag in zijn besluitvorming van de voorgaande maanden.
Juridische Conclusie van het Vonnis
In het eindoordeel van 1 oktober 1946 werd specifiek over Nederland vermeld:
“Hij was een wet op zichzelf… Hij wist dat de hongersnood dreigde en gebruikte dit als een wapen om de staking te breken. Zijn acties waren meedogenloos en werden uitgevoerd met volledige minachting voor de regels van het recht en de menselijkheid.”
Seyss-Inquart werd mede op basis van deze feiten ter dood veroordeeld door ophanging. Het is een uniek gewijsde geweest. Waarbij het ambtelijk functioneel daderschap van een burgerlijk gezag centraal stond en waarbij nalaten een doorslaggevende rol speelde.
