De Baron, die mijn directe chef was, had het niet makkelijk met de uitleg betreffende een feitencomplex dat destijds nog niet werd ingeboekt onder de kop seksueel grensoverschrijdend gedrag. Er was een feest geweest aan Het Plein, zoveel kreeg ik in New York wel mee. Daar hadden hij en die secretaresse veel ingenomen. De Baron had als coördinerend raadadviseur het recht gehad om zich huiswaarts te doen vervoeren met een dienstauto. Maar hij kon ook, gelet op zijn rang, een taxi laten voorrijden bij Plein 17 en dan later declareren. De Baron had waargenomen dat die creoolse niet alleen wulpse glanzende netkousen droeg maar waarachtig ook nog opwindende jarretelles die bij bukken in het stroboscopische flitslicht van de bar buitengewoon voordelig uitkwamen. Hij had de secretaresse uitgenodigd om met de taxi mee te rijden. En op de achterbank gezeten, nog niet innig verstrengeld, even te voelen hoe ver hij te ver kon gaan. Dat bleek, alles bij elkaar, ook weer niet héél ver. Hij had zijn tastende rechterhand schielijk teruggetrokken, maar de secretaresse had toch aangifte gedaan. Aldus het relaas dat mij gewerd. Er kwamen moeilijkheden van. Maar de secretaresse kreeg ineens een bevordering naar een andere directie. Daar had het bij kunnen blijven, als niet die directeur van Harry inmiddels kennis had gekregen van deze gebeurlijkheden. De Baron hoorde nu juist tot het genus, waartegen Harry ten strijde wilde trekken. De zelfingenomen élite die alles maar aan kwam vliegen. Er werden dus toch nog sancties overwogen. Ook al omdat de Baron overduidelijk van adel was en die nieuwe directeur niet. Terwijl hij eigenlijk toch een echte Roëll was, zo had hij in de korte tijd van zijn Blijde Incomste alle afdelingen doen weten.

De Baron had om deze proclamaties bulderend moeten lachen en dat deed de zaak verder gerust geen goed. Mij ging dat verder niet veel aan. Dit soort dingen gebeurden en je kon ze het best maar negeren. Anders kreeg je zelf ook weer moeilijkheden, zover was ik al wel. Helaas was deze Baron ook nog eens ten Hove voorgesteld en werkelijk goed bevriend met de Koninklijke Familie. De directeur daarentegen was weliswaar officier geweest bij het Wapen der koninklijke Marechaussee maar gold niet als huisvriend binnen het Oranjemilieu. En dat deed deze directeur bitter pijn. Hij klom als reservist steeds hogerop en mocht vaak in groot gala iets buitenissigs doen als er sterfgevallen waren of optochten maar zulks alleen op reguliere afroep volgens lijsten. En steeds op momenten dat er geen buitenlandse staatshoofden waren die met onderscheidingen strooiden alsof het tum-tum was. Zodoende geviel het dat die directeur links op de geünifomeerde borst nog maagdelijk was. Terwijl de Baron fijn veel flonkerend goud droeg en waarachtig ook mocht aanschuiven bij recepties op ambassades zodat je erop kon wachten dat de Baron op zeker moment de versierselen zou hebben van de Legioen van Eer of de lauweren verbonden aan de pracht van het Officierskruis van Ridder van het Brite Empire. Het is eigenlijk een schande, dat dat soort dingen ongestraft zich toedragen. Maar dat ongerief was mij nog niet uitgeserveerd en ook niet dat het een gevoelig punt was.
De zeldzame keren dat ik ten departemente verscheen was dat alles mij nog niet opgevallen. Er is veel leed op de wereld. Maar je moet er oog voor hebben. En dat had deze directeur. Vooral als hij zich in groot-gala vertoonde met de enorme berenmuts op met de witte pluim van de opperofficier. Dat deed hij regelmatig, als het even kon, en dan liep hij martiaal de gangen langs de afdelingen af, al sporenrinkelend ook al ging hij aan Het Noordeinde staan als erewacht bij een lijkkist van een schielijk afgestorvene die tot het Huis der Huizen had behoord wegens bloed- of aanverwantschap. Dat bracht hij er goed af, neem ik aan, nooit een klacht vernomen, maar hij verrichtte geen heldendaden en zo bleef de linkerborstpartij maagdelijk. Het is wat te zeggen. De directeur legde heel precies uit, voordat hij zijn ceremoniële plaats ging innemen, wat bij zijn gala-uniform hoorde en waarom. En dat hij de beste spullen had die je je maar kon voorstellen. Lang stond hij stil bij het gevest van zijn zijdgeweer, want daar waren verschillend geprijsde varianten van. Het was erg boeiend om te vernemen hoe Nassau Blauw eruit zag en verder dat niet velen dat wisten en dat dat een onvergefelijke lacune was in je algemene ontwikkeling als Nederlander. Voorzover die ontwikkeld zijn, tenminste. De directeur lichtte dat toe via schalkse anecdotes die hij gelukkig zelf ook als humoristische passus in zijn vertoog aankondigde.
