Over de internationaal-strafrechtelijke aansprakelijkheden voortvloeiende uit een effectieve absolute zeeblokkade is in de slotsessie ter vaststelling van het Statuut van Rome 1998, de grondwet — om zo te zeggen — van het Internationale Permanente Strafhof aan de Haagse Van Alkemadelaan nogal veel te doen geweest. De Angelsaksische zeemogendheden hebben alles op alles gezet om deze blokkade NIET te noemen in de opsommingen van de misdrijven tegen de mensheid vanaf de artikelen 2-8 van het Statuut. En daarin zijn zij, onder aanvoering van Whitehall, wel geslaagd al kan men echt wel van een Pirrhus-overwinning in verband daarmede spreken, want het gegrom en gemor was alom herkenbaar. In de Groene Zaal waar de technische strafjuristen verzameld waren die echt verstand hadden van het substantieve internationale strafrecht en de daar vigerende aansprakelijkheidsgronden. De USA en Groot-Brittannië waren tussen 1993-1998 nog zeker van hun militaire maritieme predominante in Volle Zee. Zij dachten toen nog in staat te zijn als enigen effectieve sluitende blokkades daar te kunnen leggen. Dat had Whitehall in 1918 uiteindelijk de overwinning op Keizerlijk Duitsland kunnen brengen. En dat had ook Washington de mondiale hegemonie kunnen brengen over de Volle Zee in augustus 1949.

Beide Angelsaksische mogendheden waren in 1945 van zin deze dominantie te handhaven, mede door hun dwaling dat dat overwicht nog altijd afhankelijk zou zijn van oppervlakteschepen, vliegkampschepen inbegrepen. In 1998 wilden zij zich daarom het recht voorbehouden deze zeeblokkades te mainteneren. De blokkade mocht dus geen strafbaarheid opleveren. Dat was toen al kwestieus. Mede omdat blokkades verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor staten die geen zoe-overingen hebben en dus niet de bijbehorende havenbekkens en estuaria. Een blokkade is een militaire strategie die bestaat uit het afsluiten van een gebied van de buitenwereld om de handel en bevoorrading stil te leggen en zo de vijand te verzwakken of tot overgave te dwingen. Blokkades zijn zodoende een vorm van economische oorlogsvoering. De meeste blokkades in het verleden waren maritieme blokkades (ook wel maritieme embargo’s genoemd), het blokkeren van de kust en havens van de vijand. Een voorbeeld hiervan was de blokkade van Atjeh door Nederlandse schepen tijdens de periode tussen de eerste en tweede expeditie naar Atjeh. Blokkades over land zijn echter ook mogelijk, zoals de Blokkade van Berlijn in 1948-1949.
Blokkades werden al uitgevoerd in de klassieke oudheid, zowel bij belegeringen op land als op zee. Zo dwong de blokkade na de Slag bij Aegospotami Athene uiteindelijk tot overgave in de Peloponnesische Oorlog. Behalve het blokkeren als deel van de economische oorlogsvoering zijn blokkades ook gebruikt om de vijandige vloot tot een aanval te dwingen. Zo paste de Britse admiraal Horatio Nelson een zogenaamde losse blokkade toe. Deze tactiek waarbij de blokkerende vloot zich niet bij de havenmond bevond, maar achter de horizon, was bedoeld om vloten uit de veilige haven te lokken. Dit is ook precies wat de vloot van de Franse generaal Pierre-Charles Villeneuve deed, met de Zeeslag bij Trafalgar als gevolg. Nadat Nelson de slagen bij Trafalgar had gewonnen meende Londen het zeerecht op dit punt wel zelf te kunnen bepalen, zoals het ook inderdaad deed bij de conferentie die leidde tot de codificatore Zeerechtsdeclaratie 1908, ook te Londen tot stand gekomen. De zeeblokkade wordt daarin niet geregeld omdat ze geen misdrijf zou kunnen opleveren in volkerenrechtelijke zin. Tot het begin van de 19e eeuw waren blokkades altijd deel van de oorlogsvoering. Dit veranderde in 1827 toen Frankrijk, Rusland en het Verenigd Koninkrijk de Eerste Helleense Republiek te hulp schoten door blokkades te leggen voor de delen van de kust die door het Ottomaanse Rijk bezet waren. Hoewel dit leidde tot de Zeeslag bij Navarino vond de blokkade zelf plaats in vredestijd. De eerste echte vreedzame blokkade was de Britse blokkade van de Republiek Nieuw-Granada in 1837 die Nieuw-Granada moest dwingen tot de vrijlating van een Britse consul.
