Het Gemini systeem maakt standaard gebruik van algoritmen bij iedere reactie van bezoekers aan het systeem, of deze nu een vraag stellen of niet dan alleen een lemma indienen. Een algoritme is een stappenplan bestaande uit een eindige hoeveelheid regels in vaste volgorde om tot een oplossing te komen en het einddoel te bereiken. Het wordt ingezet als een handig hulpmiddel bij eenvoudige tot complexe problemen of situaties van het dagelijks leven en de digitale vraagstukken. Een voorbeeld is het monetair algoritme Het algoritme werd vroeger alleen gebruikt door wiskundigen, maar sinds de opkomst van computers wordt het vooral gerelateerd aan automatisering, terwijl het algoritme een ruimer begrip kent. Dit algoritmegebruik kreeg in 1935 door de Britse wiskundige Alan Turing met zijn bekende uitdaging en beslissingsprobleem “bestaat er een algoritme waarmee kan bewezen worden of een wiskundige bewering waar is of niet?” Vanaf toen werden de mogelijkheden en onmogelijkheden besproken tussen wiskundigen en computerprogrammeurs. Het gezamenlijk openbaar toegankelijk kennisbestand waarvan deze systemen als Gemini gebruikmaken, zoals ook CHAT-GPS doet en andere vergelijkbare systemen waarin gewinkeld wordt in inhoudseenheden van kennissegmenten zoals de Alpha, Bèta en Gamma-wetenschappen die natuurlijk ook steeds weer onderverdeeld worden kunnen geordend worden naar centrale kenniseenheden of begrippen, kan geordend worden naar en rondom die eenheden, dat doet iedere wetenschap reeds daarom omdat zij een eigen doelstelling heeft voor haar kennisoptasting en dus voor haar onderdelen en rubrieken die ze onderscheidt om deze kennis operabel te maken. Dus doet de rechtsgeleerdheid dat ook. Daarbij is dan vaak helemaal niet duidelijk welke methodologie ze daarbij bezigt. Die wordt ook vaak niet opgegeven.

Maar die methodologie is er natuurlijk altijd. Omdat iedere kennisoptasting een doel heeft. Wanneer dat doel nu maar duidelijk gedefinieerd wordt en opgegeven bij het betreden van de kennissegmenten en het bewerken door bevragen ervan is er niet zoveel aan de hand. Maar doorgaans doen de systemen die via algoritmes deze kennis activeren en aanwenden dat juist niet. Daar zit dus de mogelijkheid van ultieme manipulabiliteit voor verzwegen politieke doelen. Op dit moment zijn die aftastingssystemen voortdurend per thuiscomputer benaderbaar door er vraagstellingen in te voeren, die geschiedden met bepaalde doelen die doorgaans verzwegen worden, maar die bepalen welke naamwoorden algoritmes zullen vormen, bakens, bij het opstellen en structureren van de antwoorden op vraagstellingen die vrijwel nooit neutraal gedaan worden. Want ook de bevrager stelt zijn vraag met een vooropgesteld doel — zij het dat hij vaak zich daarvan niet echt bewust is. Iedere vrager die zo’n systeem gebruikt zou zich daarvan bewust moeten zijn. En zulks te gereder naarmate de antwoorden belastender en betekenisbepalender zijn voor diegenen die lijdend voorwerp zouden kunnen zijn van de vraagstelling. Omdat de vraag betrekking heeft op een dienst, een gunst, een recht, een behandeling of afdoening met het oog waarop de vraag ook ingediend is. Dat geldt voor de overheid. Maar ook voor het particuliere bedrijfsleven. We hebben al verschillende malen daarvan voorbeelden gezien wanneer het bijvoorbeeld gaat om de verlening van goederen, diensten of kapitaal vanwege overheden waarbij de aftastingsmethodologie die een computersysteem bleek te hanteren probeerde te onderscheiden naar nationaliteit, seksuele oriëntatie, ras, herkomst naar geboorte of familie, gezinssituatie, inculturatie, religie of ideologie, existentiële levensovertuiging, inkomenspositie, opleiding of gezondheid dan wel leeftijd. Het hacken van grote kennisbestanden geschiedt vaak omdat de hacker er achter wil komen in hoeverre de gebruiker van het bestand via vraagstellingen wil sorteren naar deze onderscheidingen. Deze onderscheidingen kunnen volkomen gerechtvaardigd zijn. Maar ook niet. In dat geval kan van deze methodologie van opslag en aftasting discriminatoire werking uitgaan bij de afdoening en verwerking van de vraagstelling.

De grondlegger van het algoritme is de Perzische wetenschapper Mohammad ibn Moesa al-Chwarizmi. Hij introduceerde in 813 het gebruik van Hindu-numerieke getallen van 0 tot 9 en ontwikkelde hiermee algebra: de systematische methodes om lineaire en kwadratische vergelijkingen op te lossen. Hierdoor wordt hij “de vader van de moderne wiskunde” genoemd en werd zijn naam gelatiniseerd naar “Algorismi”, waarvan het woord algoritme is afgeleid. Wanneer de communicatie tussen gegevensbestanden steeds plaatsvindt via algoritmen, kennisbakens, wier doel niet kenbaar is, kan het bevragingssysteem een bezwaarlijke dimensie krijgen als het vragen plaats grijpt via analytische machines wier programmering volkomen onkenbaar zijn en ook niet opvraagbaar blijken. Dan kan het systeem gevaarlijk worden door een oncontroleerbare autonomie die uit de hand loopt wanneer de beheerder haar ook niet meer overziet en zich er zelfs niet van bewust is dat hij blind vaart op een bepaalde programmatuur. Die hij ook vaak niet zelf geïnstalleerd heeft omdat hij haar overnam van een andere beheerder. Als dan het systeem volkomen natuurlijk verlopende, in stellig proza vervatte antwoorden produceert waarbij allerlei alternatieven worden uitgesloten die ook mogelijk waren geweest bij de antwoorden, ordent de systematiek niet, maar manipuleert ze. In 1833 kwam Charles Babbage met een concept waarbij hij een mechanische programmeerbare computer bedenkt. In 1842 zag Augusta Ada Byron King, Lady Lovelace potentieel in zijn bevinding en noteerde in haar notitieboekje een algoritme om een analytische machine wiskundige reeksen te laten maken. Dit werd nooit fysiek gebouwd, maar Ada Byrons beschrijving wordt wereldwijd als het allereerste computerprogramma beschouwd. Dit is ruim honderd jaar voordat de eerste computer werd gefabriceerd. Het ontbreken van wiskundige strengheid in de definitie van een “goed gedefinieerde procedure” voor een algoritme vormde een probleem bij wiskundigen en logici van de 19e en begin 20e eeuw. Dit probleem werd grotendeels opgelost met de beschrijving van de turingmachine. Turing ontwikkelde dit apparaat omdat hij een machine wilde maken die in theorie elke mogelijke berekening kon uitvoeren met een eenvoudig model. Het was bedoeld om gegevens te lezen van een lang stuk band, waarbij gebruikt gemaakt werd van een tabel om de volgorde van gevraagde bewerkingen te bepalen. Een turingmachine wordt hedendaags gezien als de voorloper van de moderne computer met algoritmische bewerkingen. Alan Turing is ook een van de grondleggers van de kunstmatige intelligentie. Hij bedacht in 1936 een methode met een algoritme om te toetsen wanneer computerintelligentie niet meer te onderscheiden is van de menselijke intelligentie.
