Allerzielen 2025 IV

De begrafenis van mijn vader was een gans minder gecompliceerde zaak. Die kwam eigenlijk neer op een pontificale hoogmis met Eurovisiefinale en vol orkest. Mijn jongste broer fungeerde min of meer als een soort assistent-priester die zorgvuldig zich onthield van sacramentele handelingen in dogmatische zin. Dat kon ook niet anders want hij werd zorgvuldig in dat opzicht in de gaten gehouden door de hoofdcelebrant die later een soort Dekenachtige functie bleek uit te oefenen in het Eindhovense. Mijn vader had zich vol laten bedienen door deze Deken en dus niet alleen de biecht gesproken in het stervensuur, maar ook de ultieme zalving ontvangen vergezeld van finale absolutie. Aldus vernam ik later. De kerk zat verder nogal vol en er waren zelfs oude agenten komen opdagen waar vader destijds zaken mee had gedaan in het assurantiewezen dat zich in het Kempenland begon te ontwikkelen in Herrijzend Nederland. Ik herkende meteen mijnheer Gerichhausen die in de zijbeuk zat links vooraan bij het Maria-altaar in de Teresiakerk, de Parochiekerk te Strijp waar ik ook een canonieke loopbaan begon als misdienaartje toen de wereld nog jong, veelbelovend en mooi was en iedereen een lied op de lippen had.

De baar werd deze keer gelukkigerwijze verreden op wielen, dus ik had deze maal bij deze funeraire aftocht geen uitzicht op overdadige spierkrachtelijke exercities met het gewicht van de dierbare overledene, die weliswaar behoorlijk was afgevallen maar toch nog steeds aanmerkelijke corpulenties vertoonde. Ik vernam nu in een uitvoerige homologie wat voor een prachtmens mijn verwekker was geweest en welke weldaden hij structuurloos had weten te voltrekken. Zo hoor je nog eens wat. Totdat mijn jongste broer ook nog meende te moeten reveleren dat vader in het verzet had gezeten gedurende de Tweede Wereldoorlog. Dat miste aanmerkelijk en opvallend iedere feitelijke grondslag in welke historische werkelijkheid dan ook. Daar kom ik nog wel op terug.  Ik vreesde dus, omdat ome Jan ook in het kerkschip vertoefde dat op dit punt een scherpe interpellatie zou volgen.  Want ome Jan had als politieke gevangene inderdaad geruime tijd in Einzelhaft gezeten wegens voortgezette ondermijning van de weerbaarheid van het Duitse Volk. En ome Jan wist verrekte goed dat vader bepaald niet gerekend kon worden tot de spaarzamen die lijf, eerbaarheid en goed hadden ingezet voor God, Nederland en Oranje.

Maar het bleef stil op de publieke tribune en ook de heemvaart voltrok zich zonder opmerkelijke hindernissen. In het enorme zaalcomplex van café-restaurant De Vlierhof werd een condoleancesessie gehouden die gaandeweg nog gezellig werd ook. Er werd flink ingenomen zoals het hoort en de bittergarnituren waren niet aan te slepen. Wel zat ik zelf nog met twee vuilniszakken met gesmeerde broodjes met flink beleg. Die nam ik mee, omdat ik voedsel niet wil weggooien. Ik worstelde mij te Den Haag als eenzaat door de diverse steeds droger wordende versnaperingen heen. Maar moet ruiterlijk erkennen dat ik deze voortgezette consumpties op den duur niet meer mannen kon. Doch er zijn mindere zorgen in dit ondermaanse en meerdere. En ik besloot deze overcapaciteit uiteindelijk maar bij de tweede categorie te rubriceren, ook al omdat maagbezwaren daartoe noodden. De echte zwarigheden zouden nog komen in verband met de boedelberedderingen en de daarbij gebleken onverklaarbare bancaire overboekingen bij de flappentappen door heel Eindhoven heen. Maar dat hoort al niet meer tot het thema waarover Allerheiligen in essentie gaat. Zoveel wist en weet ik er wel van. Allemaal geleerd op de Roomsch-Katholieke Jongensschool onder de patronage van de Heilige Willibrordus, de Apostel der Nederlanden. Je moet goed opletten in de school. Dan kom je ergens. Dat heb ik gelezen. In een heel moeilijk boek.