Bent u de Duitse Keizer?

Wilhelm II was stomverwonderd dat een Duits generaal hem, als Oberster Kriegsherr, zó durfde te bejegenen. Hij weigerde daarom categorisch verder nog met Gröner te spreken. Kwam de generaal binnen, dan draaide Wilhelm hem onmiddellijk de rug toe of hij draafde naar buiten, de mistige tuin in van het Hotel Brittanique. Inmiddels was Max van Baden, op dat moment nog steeds rijkskanselier, ten einde raad. Hij had verschillende telegrammen uit de deelstaten van het rijk ontvangen. Hij las erin dat de Keizer direct moest aftreden, of in de betrokken deelstaat zou de revolutie uitbreken. Hij ontving gedelegeerden van de rijksdagfracties, waaronder de socialistenleider Ebert, reeds genoemd, aan wie hij uiteindelijk ten uiterste getergd stomweg zijn ambt zou overdragen. Iedereen vond eenstemmig: de Keizer moest aftreden. Von Baden gaf nu een kabinetschef, Theodor Lewald, opdracht om telefonades te organiseren via zijn onderhebbenden met iedere locatie waar de keizer zich kon ophouden.

Hij vermeldde Spa  als de op dat moment meest waarschijnlijke verblijfplaats van het verdwenen staatshoofd. Het kon óók zijn dat de Keizer aan het hoofd van een stormbrigade te velde was om zich de heldendood te verwerven – Wilhelm had er wel op gezinspeeld, maar Von Baden kende de man nu wat beter van nabij. Dat soort heroïek leek hem bij deze krijgsheld niet echt voor de hand liggend, om het zacht uit te drukken. Lewald organiseerde de voortdurende telefonades vanuit zijn kabinet. Een van zijn personeelsleden kreeg waarachtig Spa aan de lijn. Dat deelde mee, dat de Keizer zich nog beraadde over de te bezigen bewoordingen in de acte van abdicatie. Dat hield dan mede in, aldus Lewald, dat de Keizer inderdaad van zins was af te treden. De motivering van de beslissing was nog in de maak. Vermoedelijk overwoog de monarch nog wie hij het beste de schuld kon geven. Max von Baden vond het nog niet zeker genoeg, om dat aftreden dan maar af te kondigen. Zelf nam hij met Spa in dit stadium geen contact meer op.

Hij wist van de speciale geheime telefoonlijn, waaraan ik al refereerde, met het hoofdkwartier. Von Baden had nu zó vaak trachten te spreken met de Keizer over staatsaangelegenheden van urgentie, dat hij wist dat met de man niet zinnig meer te spreken was als hij onder druk stond. Hij drong er bij Lewald op aan Spa voortdurend onder druk te zetten en een telegram te sturen. Met verzoek om te bevestigen dat de Keizer ging aftreden. Maar ook daarop kwam geen reactie. Lewald liet dus steeds maar ambtenaren bellen. Onophoudelijk. Is de Keizer daar soms? Is Wilhelm daar wellicht? Is hij nog Keizer? Heeft zijn zoon hem opgevolgd? Vooral voor dat laatste waren de topambtenaren op de rijkskanselarij benauwd. De kroonprins had zich in de oorlogsjaren als een onmogelijke flaneur en militaire charlatan ontpopt. Als Wilhelm hem had aangewezen, dan was het rijk helemaal van de regen in de drup gekomen.  Lewald organiseerde in de nacht van 8 november op de 9e een soort telefonische estafette. Hij beval daarmee voort te gaan totdat een bescheid van de Keizer verkregen was. De lijn moest dus open blijven, de verbinding mocht onder geen beding verbroken worden. De Keizer overlegde met iedereen, zat soms somber in de tuin op een vochtige stenen bank, maar wilde onder geen beding in de buurt van de onophoudelijk rinkelende telefoon komen. De ongelukkige Arnold Wahnschaffe was de laatste die als raadadviseur (wirklicher Geheimrat) van de rijkskanselarij met de keizerlijke adjudant Grünau een gesprek wist te forceren.