Blaosius

Deze hoogst merkwaardige ritualistieken bleven nog lang naduren, ook al was de kerststal al weer afebroken en was iedereen weer bereidwillig overgeleverd aan het Eindhovense heidendom. Zij namen pas een einde nadat de leerllingen van de Sint Williburdusschool ineens, zonder waarschuwing vooraf, in een rij werden geheud naar de parochiekerk als kuddedieren om daar de zegen van Sint Blaosius te gaan halen. Aldus bovenmeester Dekker, die op het stoepje staande ons allen vermaande om deze keer eens netjes in de kerkbanken te schuiven en pas naar voren te komen bij de communiebanken als hij het signaal daartoe gegeven had. Verdere toelichtingen gaf hij niet, alleen gaf hij Janjte van Meegen alvast tevoren een enorme schop tegen de broekzolder omdat Jantje de vorige keer de Blaosiuszegen had trachtten te verstoren door mekkergeluiden en boegeroep.   Deze Blasius of Sint-Blasius (Armeens: Սուրբ Բարսեղ, Sourb Barsegh; Grieks: Άγιος Βλάσιος, Agios Vlasios; Turks: Aziz Vlas) (overleden vermoedelijk circa 316) is na mij geruime tijd nadien pas door eigen onderzoek, gebleken een heilige te zijn  in de Rooms-Katholieke Kerk en ook in de oosters-orthodoxe kerken. Er is niet veel over hem bekend anders dan door latere legenden. Hij zou bisschop geweest zijn van de Armeense stad Sebaste. Het was mij niet aanstonds duidelijk wat hij met Strijp te maken had. De pastoor, die mij node naderen zag, wist het evenmin en maande mij toch niet zoveel te vraogen. Dat heb ik later ook met bijna alle superieuren die God over mij gesteld heeft gehad. Ook in New York en Ankara. Dat schijnt universeel te zijn en hoort dus tot het Heilsplan dat van ongerijmdheden aan elkaar hangt.

Tijdens de christenvervolgingen onder keizer Licinius (311-323) zou hij opgepakt zijn, terwijl hij zich verstopte in een bos. Hij zou een marteldood gestorven zijn door onthoofding na eerst te zijn gefolterd, onder meer met wolkammen (kaarden). Aldus mijn Volksversperale in ontzettend kleine lettertjes onder de rubriek Volksdevotie. Nu, daar schoot ik weinig mee op. Deze Blasius verstrekte om niet de Blasiuszegen. Maar deze mededeling hielp mij ook niet de brug over.Blasius is vooral bekend als de beschermheilige van hen die lijden aan keelaandoeningen, zoals anginahikbofspruwastma en kroep. Blasius zou kort voor zijn marteldood een jongetje hebben genezen dat door een visgraat in zijn keel dreigde te stikken. Dit verhaal was mogelijk de basis voor de Blasiuszegen. Binnen de katholieke Kerk werd en wordt in veel parochies op 3 februari na de mis deze Blasiuszegen gegeven. Hierbij houdt de priester of de diaken twee – tijdens de Maria-Lichtmis op 2 februari gewijde – kaarsen kruiselings voor iemands keel, onder het uitspreken van de volgende zegen:

Per intercessionem Santi Blasii liberet te Deus a malo gutteris et a quovis alio malo in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti (Nederlandse vertaling: ‘Moge God u op voorspraak van de heilige Blasius bevrijden van keelziekten en andere kwalen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’).

De kruisvorm van de kaarsen verwijst naar het Andreaskruis. Soms zitten de kaarsen in een speciale blasiuskandelaar. Tijdens gevangenschap voor zijn dood zou Blasius volgens een legende dagelijks bezocht zijn door een vrome vrouw, die hem eten gaf en een kaars. Hij zou haar gevraagd hebben ook na zijn dood kaarsen te schenken, waardoor zij tegen ziekten beschermd zou zijn. Het gebruik van de kaarsen bij de Blasiuszegen is gebaseerd op deze legende. In de middeleeuwen werden kaarsen aan Blasius geofferd. Ik besloot dat dit weinig kwaad kon en voorts dat een of meer onbegrijpelijke zegens nooit tekort konden komen. Ik liet kapelaan Verhoeven met de kaarsen veel winkelen rondom mijn keel. Handig was hij niet, Verhoeven, maar hij volvoerde het ritueel wel volgens het boekje dat ik onderwijl ook raadpleegde wat deze priester zichtbaar verwarde en ergerde. Thuis keek ik in de spiegel in de vestibule en ontwaarde geen kroep, maar of dat door Blasius geschiedde en diens zichtbare interventies, dat was mij onduidelijk. Dat is het nog. Maar dat is met het meeste in dit onbegrijpelijke leven wel het geval. Ik leg mij er nu bij neer. En destijds niet.