Vloeide de Britse onwil om zeeblokkade ter uithongering van de burgerbevolking van de vijand aan te merken als oorlogsmisdrijf in de Londense Zeerechtdeclaratie-1908 voort uit de suprematie van de Engelse oorlogsvloot? Dat is een scherpe observatie. Het korte antwoord is: Ja, absoluut. De Britse houding tijdens de conferentie van Londen in 1908-1909 was een directe weerspiegeling van hun toenmalige doctrine, de ‘Two-Power Standard’, en de overtuiging dat hun nationale veiligheid volledig afhing van de onbeperkte inzet van hun vloot. Hieronder volgt de analyse van hoe die suprematie leidde tot de onwil om uithongering als oorlogsmisdrijf te bestempelen. Voor Groot-Brittannië was de marine niet zomaar een defensief middel; het was hun primair offensief wapen. Omdat de Britten een relatief klein landleger hadden vergeleken met grootmachten als Duitsland of Frankrijk, was de “economische oorlogsvoering” (waaronder de blokkade) essentieel. Uithongering als legitiem middel: De Britse visie was dat een blokkade die de vijandelijke economie en voedselvoorziening lamlegde, een oorlog sneller kon beëindigen dan bloedige loopgravenoorlogen. Contrabande-discussie: In Londen werd gestreden over wat onder ‘contrabande’ (verboden goederen) viel. De Britten wilden de lijst van goederen die in beslag genomen mochten worden zo breed mogelijk houden, inclusief voedselmiddelen (conditional contraband), mits deze voor de vijand bestemd waren. In de Londense Zeerechtdeclaratie is de absolute zeeblokkade zorgvuldig buiten de definitie van oorlogsmisdrijven tegen de wetten en gebruiken van de zee-oorlog gehouden omdat alleen de Britten op dat moment een absoluut sluitende effectieve blokkade konden leggen ook in volle zee, zoals deze destijds gedefinieerd werd. In wezen gingen de Engelsen uit van de mare-clausum-gedachte, terwijl andere zee-oeverende staten (Riperian States) uitgingen van het Mare Liberum beginsel, waaronder uiteraard Nederland, maar ook Keizerlijk Duitsland. Daarom is de Londense Zeerechtdeclaratie (1908) te beschouwen als een unilateraal, partijdig juridisch instrument met het oogmerk de gunstige status quo van dat moment te verheffen tot het principieel enig juiste uitgangspunt. Hoewel de declaratie een poging was om internationaal recht te codificeren, bleven de regels rondom blokkades vaag genoeg om de Britse vloot niet de handen te binden.

-
Effectiviteit boven humaniteit: Groot-Brittannië weigerde in te stemmen met regels die een blokkade onmogelijk zouden maken als deze de burgerbevolking zou raken. Ze zagen dit niet als een misdaad, maar als een onvermijdelijk gevolg van een effectieve belegering vanaf zee.
-
Het ‘International Prize Court’: De Britten vreesden dat een internationaal hof hun admiraals zou veroordelen voor acties die cruciaal waren voor de Britse overwinning. Als je de sterkste vloot ter wereld hebt, heb je het meeste belang bij vrijheid van handelen. De Britten redeneerden vanuit een machtspositie:
-
Afschrikking: De dreiging van een totale blokkade was een diplomatiek drukmiddel.
-
Geopolitieke isolatie: Als eilandnatie was het hun enige manier om continentale machten op de knieën te dwingen zonder miljoenen soldaten op te offeren.Interessant feit: Hoewel de Britse regering de Declaratie van Londen ondertekende, weigerde het Hogerhuis (House of Lords) deze uiteindelijk te ratificeren, precies omdat ze vonden dat het de macht van de Royal Navy te veel aan banden legde. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, negeerden de Britten de meeste beperkingen uit 1908 en voerden ze een totale blokkade uit tegen Duitsland, wat leidde tot honderdduizenden doden door ondervoeding. De Britse blokkade van de Noordzee (1914-1919) bewees dat hun onwil in 1908 berekend was. Door de toegang tot de Atlantische Oceaan af te sluiten, dwongen ze Duitsland uiteindelijk op de knieën, een strategie die pas decennia later juridisch zwaarder werd veroordeeld in moderne verdragen. Maar blokkade werd nooit een oorlogsmisdrijf. Dat is het nog steeds niet. In dit opzicht blijft de Angelsaksische suprematie ter zee rechtsnormatief uitgangspunt, hoezeer deze suprematie steeds meer ondermijnd wordt en zeker voor de Britse positie geen realistische optie kan zijn, dat heeft de Falklandoorlog van 1983 wel overtuigend aangetoond. De Britse vloot bleek een opgevaren achterstallig zootje dat alleen door verregaande stommiteiten van de Argentijnen overwinningen kon claimen. Wordt de blokkade van de Straat van Hormuz door Angelsaksische manipulaties inderdaad voor maanden voortgezet, dan zal dat uitgangspunt zeker door de Aziatische Mogendheden die zee-oeverend zijn worden verworpen en zal een recodificatie van het oorlogsrecht ter volle zee al dan niet binnen VN-verband worden afgedwongen. Vermoedelijk buiten dat verband, omdat ook de VN uiteindelijk een Angelsaksische organisatie was en is gebleven. Nederland heeft eigenlijk te zeer belang bij het Mare Liberum-beginsel dan dat het daarbuiten, buiten dat recodificatoire blok, zou kunnen blijven. Maar grote risico’s dat de Aziaten dit beginsel op hun beurt ook gaan uithollen vooral in de Indische doorvaartstraten, zoals de Straat van Malakka, de Straat Soenda en de inter-archipelstraten van het Indonesische eilandenrijk loopt het wel. Maar van de zijde van Australië, Nieuw-Zeeland en van de kleinere atol-imperia zal het stellig steun krijgen om adequaat verzet te kunnen aantekenen tegen al te vergaande aandriften van de zijde van de Volksrepubliek China, die steeds geavanceerde nucleaire onderzeeërs in de vaart weet te brengen.
