Een Europees leger met drie krijgsmachtdelen I
Bijna had Westelijk Europa in 1954 ineens een Europees leger. Op federatief niveau. Als een principaal orgaan van West-Europa als Gemeenschap met eigen rechtspersoonlijkheid. Dus niet van een handelsassociatie die de Europese Unie is en blijft. Dat was althans de bedoeling van de zogeheten Europese Defensiegemeenschap. Als gevolg van een procedurestemming in het Franse parlement ging dat op het nippertje niet door. Eigenlijk was de Franse volksvertegenwoordiging niet zozeer tegen de idee van dat Europese Leger. Maar wel dat Duitsland – de toenmalige Bondsrepubliek van West-Duitsland destijds onder Bondskanselier Adenauer er volwaardig lid van zou zijn en dat ook Groot-Brittannië er deel van zou kunnen uitmaken op gelijke voet als de Fransen. Hetgeen zou inhouden dat Britten, Fransen en Duitsers samen de Generale Staf zouden uitmaken, gelet op de toenmalige machtsverhoudingen. Dat wilde Parijs weer eens niet. Natuurlijk uit vrees voor het zich verbluffend snel herstellend West-Duitsland. Het Wirtschafstwunder. Met een duchtig groeiende bevolkingsaanwas. En een herlevend nationaal elan. En een verdomd sterk militair moreel. Dat Frankrijk verloren had in 1815. En nooit meer op kon brengen, laten we wel wezen. Het had net deerlijke Nederlagen geleden in Frans Indo-China waaruit het smadelijk verjaagd was. Maar toch: géén Europees Lager met Duitsland als dominerende macht aan boord. Dat was niet in het belang van de nationale glorie van Frankrijk. Ook al was destijds al iedereen duidelijk dat Frankrijk eigenlijk afgezakt was tot derde rangsmogendheid. Parijs wenste dat niet te aanvaarden.

Met typische Gallische arrogantie bleef het vragen wat de Britten en Duitsland konden bijdragen aan Franse glorie. Die vraag werd wel gesteld. Maar de antwoorden bevielen niet. Dus stemde de Franse Kamer van Afgevaardigden weer eens tegen. Maar het Verdrag over dat Europese Leger was afgeparafeerd door alle deelnemende partijen. Dat hield destijds mede in dat Parijs alles moest doen om tot ratificatie te komen. Dat deed het niet en de komst van Generaal De Gaulle op het Elysée maakte dat verder ook ondoenlijk. Maar thans, nu de Europese Unie zich door Trump heeft laten vastverven in de hoek van een vazalliteitsverhouding, wordt het toch tijd om dat Verdrag over de Europese Defensiegemeenschap via een uitvoeringsverdrag stomweg zoals het daar ligt te revitaliseren met enige veranderingen die in dat verdrag gestipuleerd kunnen worden. De strapatsen van Washington dwingen ertoe. Er is sindsdien natuurlijk veel veranderd, maar opvallend genoeg is er ook veel hetzelfde gebleven in de strategische context die op die discussie van invloed is. Denk aan de positie van Duitsland in het hart van Europa, de dreiging vanuit de Russische Federatie, de relatie met de Verenigde Staten, de afstandelijke betrokkenheid van het Verenigd Koninkrijk en natuurlijk de onderlinge staten die aan zo’n leger deelnemen wier getal enorm is uitgebreid, vermoedelijk uitgaande boven de zevenentwintig participanten in de Unie.
