Europese mobilisatieperikelen

Tot op heden zijn de beschouwingen over een Europees veldleger abstract en theoretisch. Het moet er komen, dat staat kennelijk vast, en het moet mede de Unie kunnen verdedigen, omdat die Unie gedeeltelijk met Europa samenvalt. Groot-Brittannië moet zeker ook meedoen aan dat leger. Dus zal Londen weer een expeditionaire macht moeten stationeren op het Europese vasteland. Er is alvast 800 miljard Euro voor gereserveerd zegt Brussel — daar had Ursula von der Leyen als voorzitter van de raad van commissarissen van deze vrijhandelsassociatie het over en dat werd niet  tegengesproken — en verder heeft dat Europa opmerkelijk weinig luchtdoelafweer beschikbaar. Hoe het moet zijn samengesteld, dat Europese leger, daarover moeten nog onderhandelingen worden gevoerd en als die in Brussel worden gevoerd dan gaat dat verrekte lang duren en zal de uitkomst er een zijn naar een bureaucratisch model vol compromissen die elkaar tegenwerken. Een vraag is hoe men zulk leger gaat mobiliseren en wie daarover gaat beslissen.

Want de mobilisatie en de concentratie van troepen zijn beslissend voor de slagvaardigheid van de krijgsmachtonderdelen en hun samenwerking. Frankrijk heeft sedert 1815 aangetoond dat het niet kan mobiliseren. Dat is iets anders dan horden gemilitariseerde mannen bijeenbrengen. Daargelaten dat Frankrijk voor eeuwen verzwakte  door de slachtingen in Napoleon I onder de Franse bevolking aanrichtte door zijn weergaloze bloedbaden, hebben de Franse volksleger technisch nooit goed kunnen mobiliseren. Daarvoor zijn ingewikkelde schema’s tevoren op te stellen die goed op elkaar aansluiten en waarbij de opstellers bij het aantekenen van de verlangde afwachtingsopstellingen zich praktisch goed op de hoogte hebben gesteld hoe en waar uit de opgeroepen reservisten en beroepssoldaten in de garnizoensplaatsen goed uitgeruste grotere gevechtsklare eenheden worden samengesteld en hoe daartoe dan het vervoer moet worden ingericht en beveiligd tegen onverwachte overvallen van diegene die men “vijand” denkt te gaan noemen. Dat vervoer is immens en ingewikkeld en zal ook nu weer voor een groot deel echt wel per spoor moeten geschieden. De dienstregelingen moeten op elkaar worden afgestemd om grote opeenhopingen en spoorstremmingen te voorkomen.

Als reservisten éérst moeten gaan naar de depots van de regimenten waar ze hun oefeningen kregen als dienstplichtigen om uitgerust en bevoorraad te worden en dan pas kunnen vertrekken om de concentratiepunten te bereiken gevolgd door inname van de afwachtingsopstellingen vinden nodeloze vervoersbewegingen plaats. Daarop liepen de inleidende mobiliseringen na 1815 in Frankrijk steeds vast. Omdat depotplaats en plaats van de opstellingen flink uit elkaar lagen. Bij de depots moesten vaak inderhaast aanvullingen worden aangevraagd omdat de toerustingen niet te completeren waren per man en daaraan dankt de serie manoeuvres die samen de Franse mobilisatie van 1870 voorstelden de benaming “le debacle“.  Die historiografisch gang heeft gemaakt. Generaals waren zelfs hun regimenten kwijt. In 1914 ging het niet veel anders en over de chaos van 1939 zullen we maar zwijgen uit piëteit voor de misplaatste Franse trots op de furia Franchese. Daarom denk ik dat Berlijn echt wel die mobilisatie zou moeten beheersen van den beginne af aan. Want een oorlog starten, dat hebben de Teutonen altijd vakbekwaam gekund. Vooral omdat de tegenstander daar nogal wat technische missers bij maakten, de Russen voorop.