Evangelieverscheuringen ten behoeve van het klootjesvolk

De dames Zelatricen van Het Heilig Hart van Jesus en de Sint Teresiaverering hadden hun uiterste best gedaan om alle kerkbanken te voorzien van een processielantaarn op steel, tegen de leuningen-middenpadzijde aan te spijkeren door de Gezellen van Sint Joseph, en te voorzien van grote rode kerststrikkingen rondom de steelaansluiting. Middelerwijl had Kiske de Koster de rode loper over dat pad ook vloekend uitgerold met behulp van de daarbij onderste boven duikelende misdienaartjes want het gevaarte was in opgerolde staat loodzwaar en op het eerste gezicht niet mobiel te maken. Ook de Heren van de Sint Josephgezellen en het Sint Theresia-liefdewerk waren bezig met kerstversieringen aan te brengen en de beelden van de enorme kerststal bij het Sint Joseph-altaar op te poetsen en hier en daar het verflaagje op de gipsen beelden wat bij te werken, waarbij uiteraard, traditioneel, toch een pot blauwe verf onverhoeds werd omgeschopt zodat de kameel ineens vlekken droeg die niet schriftuurlijk te relateren waren. Vloekend draafde iemand daarom naar de Verfzee in de winkelboulevard aan de Bredalaan om nieuwe blauwe verf en terptentine te halen nu ook de engel besmeurd was met blauwe verf in de gelaatspartij en op haar front waar de bandelier prijkte met de kreet “Gloria in Excesis Deo”. Die opwekking was nu onleesbaar geworden terwijl ook het knikmechanisme tussen draaier en atlas van het gipsen Engelenhoofd niet meer functioneerde bij offering van munten via de gleuf in de bus die de Engel uitnodigend ophief. Dat kon zo niet blijven, ook al omdat de gezinsbrijdragen de laatste maanden wat tereggelopen waren en het plaatsengeld voor verpachting van de kerkbanken afgeschaft was, ook dat nog. Iedereen bemoeide zich nu met de engel die steeds weer heen en weer geschud werd om het knikken weer soepel te doen verlopen. De kerk weergalmde het zorgelijk gemompel.

Uit de zoldering liet de assistent-koster middelerwijl zorgzaam de ijzeren draad zakken waaraan de feestsluiers in wederom stralend rood met gouden biezen konden aangehecht, weer opgenomen naar de zoldering en vastgezet naar de vier windrichtingen aan de colonnetten van de pilaren zodat een waarachtige kroon ontstond. Kapelaan Verhoeven reikte de rode toogjes uit met de schoudermanteltjes met de feestsuperplieën met Mechels Kant, onderwijl vloekend dat de mannekes voorzichtig moesten zijn met deze manchetteringen in ragfijn spinnenwebmotief want we waren verdomme niet bij de kolonialen en de boel kon wel stuk, dus wees voorzichtig met de plooiingen bij de aanhechtingen, terwijl overal gescheur kon worden gehoord. De knielengeltjes oefenden op belsignalen van de altijd wat al te driftige presidente van de Zonnebloem-afdeling het gezamenlijk plechtige opkomen, plaatsnemen op de altaar cascade van treden, het eigenlijke knielen, diep buigen en weer devoot oprijzen, terwijl de tamboer van het Sint Catharinagilde vast vóórroffelde om straks bij de consecratie een zekere eendrachtigheid van beweging en choreografie te verkrijgen. Het getimmer klonk nu tegen de none alom, galmend zich voortzettend tot in de biechthokjes waar ook duchtige schuld beleden werd. Daar zaten ook de rijen penitenten met hun paternosters hun straffen te ondergaan opdat zij het Kindeke straks bij het communiceren met het verzegelde Volmaakt Berouw tegemoet konden treden zonder nieuwe zondigheden op te lopen.

In de kerk was altijd werk, en inderdaad was de enorme montagehall van de Scheepswerf Rijns/Schelde/Verolme (RSV) er niets bij. Er werd, als bij die RSV, gewekt aan de wederkomst van het Godsrijk waarin het goed toeven zou zijn gelijk voorzegd door Davids Zoon, alleen hanteerde deze multinational het acroniem IHS. De afkorting van Jesus Christus Salvator, maar dan in het klassieke Grieks, sprak Kiske onderwijzend tot de misdienertjes die vlijtig bleven knielen en opstaan op de rukkende belsignalen die de koster te weeg bracht opdat toch maar stichtende eendracht betracht zou worden bij deze bewegingen.  Beide acroniemen — IHS en RSV — zouden binnen één decennium door de sociaaldemocraten, opmarcherende onder Den Uyl naar de Dageraad der Volksbevrijding door de overwinning van het massaproletariaat, eerstdaags symbolen worden van hoon, smaad en spot, breed uitgemeten in de linksistische periodieken Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer en de Nieuwe Linie. Maar daar bleek Strijp op dit moment nog niet aan toe. Die golden als te moeilijk en als te tegendraads. Niet in overeenstemming met Gods Heilsplan. Dat bleek veel later pas. Er moest revolutie komen, zeker. Maar met mate en gedachtig de loonsverhogingen die waren toegezegd toen de regering de geleide loonpolitiek eindelijk losliet. Wel werden daartoe, tot die volksopstandigheden,  alvast de voorbereidingshandelingen gepleegd. Onder meer door mijn oudste broer, de stamhouder van de familie, die aanstalten maakte onder de hoede van Toneelgroep Proloog bij het Zuidelijk Toneel Globe te beginnen, als stagiaire-voluntair, een einde te maken aan de burgermaatschappij die, naar bleek, zo rot was als de pest. Daartoe zouden hij en zijn trawanten bij het verlaten van deze Teresiakerk de vier Evangeliën in stukken scheuren onderwijl een ernstig maatschappij-ondermijnend lied aanheffend muzikaal ondersteund door de Rode Jeugd. De Pastoor de Beer vond dat goed want hij ging met zijn tijd mee. Dat was van deze telg uit een steenrijke textielmagnaten-familie erg ruimdenkend en tolerant. Hiervoor was Christus mens geworden, dat zag je maar weer. En mijn broer kreeg dan ook, toen hij een stuk Evangelie niet tijdig en regelmatig aan flarden kreeg toen de drommen kerkgangers in het portaal voorbijkwamen, de bevrijdende nacht in, van menig glasblazer een opwekkend vriendelijk schouderklopje. Omdat je dan toch maar zag dat wij, hier in Strijp, óók niet achterlijk waren al dachten ze in De Stad van wel.