FORMATIE II 2026

De oorlogsretoriek binnen de bestuurlijke lagen van de Europese Unie raast weer rond, nu de berichten binnenkomen dat de soldaten van de krijgsmacht van de Russische Federatie westelijke vorderingen maken in het Donjetsbekken in stootgroepen, die kennelijk dan de loopgraven hebben verlaten. Verder bombarderen deze Russen de Oekraïense steden en bevolkingscentra binnen hun perimeter aanmerkelijk. Nu zul je daarvan in de voorstellen van CDA en D66 over de te volvoeren formatie bijna niet anders aantreffen dan dat Nederland gelden moet vrijmaken voor defensie. Dat lijkt mij juist. Maar het is dan ook wel een waarheid als een koe. De vraag is vooreerst, en dat is nu echt een principiële keuze, of dat op nationaal niveau of op het niveau van de NAVO moet plaatsvinden, die opschaling van de defensieuitgaven. Het is duidelijk dat Nederland als kleine territoriale natiestaat er niet meer over moet piekeren om te dezen een technische koers te gaan volgen van gewapende neutraliteit: Nederland zal met zijn onverdedigbare ligging en hoogst kwetsbare positie als laaggelegen land met een voorshands bijzonder eigenaardige ebbende en vloedende grondwaterstand dat echt niet kunnen realiseren, die afzijdigheidspolitiek. Maar dat betekent toch niet dat Nederland moet blijven in het NAVO-spoor, nu Trump overduidelijk maakt dat hij iedere militaire inspanning in het buitenland wil afstemmen op MAGA-oogmerken en doelstellingen: alleen als de USA er meteen zelf tactisch voordeel van zal hebben, komt het Pentagon echt effectief in actie. Trump heeft nu schoon genoeg van het aarzelende, hoogst complexe en ineffectieve West-Europa dat voortdurend Washington lessen staat te lezen, inzonderheid betreffende de dieptepsychologie van de POTUS Donald Trump.

En die POTUS is stomweg de opperbevelhebber van die NAVO. Die gaat geen grondtroepen of materiaal besteden aan de Baltische Staten. Noch aan de afzekering van de Oostzee. West-Europa moet zelf de broek ophouden en het Verdrag tot Oprichting van de Europese Defensiegemeenschap (EDG-verdrag) biedt daartoe de noodzakelijke bretellen of ophouders. Het werd aanvaard door de West-Duitse Bondsdag op 19 maart 1953 en geratificeerd op 15 mei 1953, daaraanvolgend via uitvoeringsakkoorden. Daar bleef het bij, omdat ineens Parijs niet meer wilde meewerken en zelfs alles uit de kast haalde om de andere EDG-staten dwars te zitten. Omdat, uiteraard, Parijs niet het oppercommando van de EDG kreeg. Dat was volkomen begrijpelijk: Frankrijk had iedere slag verloren in de Tweede Wereldoorlog, het had stuitend met nazi-Duitsland samengewerkt, ook op tactisch gebied, en het was bij de Holocaust ook kampioen coöptant geweest, al wil nu niemand dat meer weten. Het juridisch raamwerk ligt dus klaar: het EDG-verdrag is heel nauwkeurig opgesteld en bevat organisatorische militaire paragrafen over de wijzen waarop de EDG-partners hun divisies in hun afwachtingsopstellingen moeten zien te krijgen en wat hun tactische regio’s en specialisaties moeten zijn.

Belangrijk is artikel 15 over de personele samenstelling van het EDG-leger, de verdeelsleutels, het dienstverband en de status van de soldaten, militairen en miciliens. In de artikelen 68, 69 en 70 staan de uitvoeringsarrangementen daarbij, de uniformeringen, de militaire protocollen over de gespecialiseerde organisatietypes en de contingenten die de partijen bij mobilisatie moeten leveren en wat daarbij de planningen op middellange termijn moeten zijn. Artikel 66 geeft daarbij de tijdsfaseringen van de opbouwplannen, want ook toen moest dat EDG-leger nog helemaal opnieuw opgebouwd worden. De kern moest komen in Centraal West-Duitslands Laagland, omdat dáár de stoten van de Sovjettroepen moesten worden opgevangen. Ook toen was duidelijk dat Nederland brigades zou moeten leveren en dat het geen materiaal had om terstond divisies aan de Europese stafchef te gunnen. Daarover begon de generaal Henk Kruls publiekelijk te klagen met beschuldigingen aan zijn politiek verantwoordelijke minister van Oorlog, de heer ’s Jacob. Die ontsloeg onmiddellijk deze hinderlijke, voortdurend politiserende generaal en herstelde aldus de gewenste politieke verhoudingen die Thorbecke ook in tijd van oorlog wenste te houden.