Geallieerde ontstemming tegen Nederland 1918

Op 9 november 1918 is er vrijwel geen beschaafd mens in West-Europa die niet instemt met de idee dat de Duitse Keizer een ondelgbare schuld draagt aan het onverwacht uitbreken van de wereldkrijg. Zelfs aan Duitse zijde bestaat overeenstemming over ’s Keizers onverantwoordelijke opstellingen vanaf het moment dat de fatale schoten hebben geklonken te Serajewo in Bosnië-Herzegowina. Wilhelm heeft Wenen nooit willen matigen in de oorlogszucht wetende dat de oorlog niet tot De Balkan beperkt zou kunnen worden. Integendeel; hij heeft onmiddellijk dreigende taal uitgeslagen en zonder veel aarzelen de volledige mobilisatie doen plaatsvinden van Veldleger en Vloot. hij is vervolgens neutraal Luxemburg en België binnengevallen. Terwijl Duitsland die neutraliteit had gegarandeerd. Hij heeft de Limburgse en Kempische burgerbevolking stelselmatig doen gijzelen. De opmars die over Brussel naar Parijs werd ingezet ging gepaard met een tactiek van verschroeide aarde. Drie gifgasslagen zijn bevolen met instemming van Wilhelm. Hij gelastte de onbeperkte duikbotenoorlog in 1917, hij beval de stratosferische bombardementen op Parijs waarbij het stadscentrum verpulverd dreigde te worden. Hij liet de Noord-Franse industrie en de Belgische Borinage totaal vernielen. Mijnen onder water zetten. De wegen vernielen. Zonder tactische of strategische noodzaak. Hij heeft de mannelijke bevolking uit het étappengebied in België massaal laten deporteren. Om in de Duitse oorlogsindustrie te werken als slaven.

De lijst is eindeloos. En die man kan politiek asiel krijgen in neutraal Nederland? Terwijl Nederland pretendeert bij de vredesregelingen ook nog eens gidsland te kunnen spelen? Zijn de Hollanders dan helemaal gek geworden? Terwijl hun eigen arbeidersbevolking hongersnood  heeft geleden?  Mede omdat de Duitsers alle graan, rijst, aardappelen, bieten en zuivel opvorderden? Parijs is woedend. Maar Washington ook. Whitehall niet minder. Zij dreigen dat Nederland ter verantwoording moet worden gebracht. Als staat. Het heeft zijn neutraliteitsrechten ultiem miskend. en die verantwoording zal moeten worden afgelegd in het Vredespaleis te Den Haag! Waar Wilhelm II zal terecht moeten staan als staatshoofd. Die geen immuniteitsrechten geldig zal mogen maken. de Britten delen mee dat ze eventueel zullen binnenvallen om zulks af te dwingen. Smit, Bescheiden betreffende de buitenlandse politiek van Nederland, Derde periode 1899-1919, inzonderheid Deel V, tweede stuk, vooral no’s 726, 727, 730, 739, 748, 749 vv en verder Deel VIII, 1917-1919, diverse nummers passim uit de Serie ’s Rijks Geschiedkundige Publicatieën,Grote Serie, Uitgeverij: Martinus Nijhoff/staatsuitgeverij: Den Haag, 1971, vooral diverse Engelse memoranda.

Frankrijk is in deze periode vooral ontstemd, maar niet agressief. Het dreigt niet met een expeditionaire militaire missie om dan de Keizer te arresteren. De reden is mogelijk, dat daartussen in België nog altijd ligt, dat weliswaar in alles anti-Hollands is maar daarom nog niet in allen dele pro-Frans. Vlak na 1919 laait het Flamingantisme ook politiek weer op en vooral de vrees dat de Walen België gaan bezigen als Franse militaire ruimte. Ik ging daarop hierboven in ad V.3.3. Een Frans/Belgisch Alliantiepact-1919. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken  Hymans vond gewoon dat de Fransen Belgisch grondgebied konden bezigen als uitvalsbasis voor militaire acties tegen Duitsland. Zo’n interstatelijke arrestatieteam van Franse herkomst zou wat hem betreft dus geen probleem zijn. Londen hoefde voor een dergelijke missie alleen maar twee torpedobootjagers te sturen. Een naar de Hoek van Holland en een naar IJmuiden.  Twee brigades mariniers, oprukkend naar Utrecht, zouden geen enkele weerstand van enige betekenis landinwaarts hebben ondervonden, zeker niet na de versnelde mobilisatie van het Nederlandse veldleger in december 1918. De Nederlandse bevolking vond de Keizer een ongenode gast. Het was hem liever kwijt dan rijk. Weerstand van enige betekenis zou geen Nederlandse politiemacht ooit bieden. Dat wist Van Karnebeek, die twijfelde aan de regeringsgezindheid van alle Nederlandse troepen met wapendracht, als geen ander.