Zijn er geen goede gronden om aan te nemen dat de USA tot op heden de rechtvaardiging voor geweldgebruik gericht op geanticipeerde zelfverdediging ex artikel 51 van het VN-Charter verregaand overschreed? Denkt een belangrijke statenmeerderheid niet dat deze exceptie verregaand door Washington is misbruikt ter vestiging van geopolitieke expansie? Dit is een scherp politiek en juridisch complex punt. De vraag of de VS de grenzen van artikel 51 van het VN-Handvest heeft overschreden, staat al decennia centraal in het internationale debat over soevereiniteit versus veiligheid. Er zijn inderdaad sterke juridische gronden om te betogen dat de Amerikaanse interpretatie van “zelfverdediging” de oorspronkelijke reikwijdte van het artikel verregaand heeft opgerekt. De Juridische omkadering ligt in : Artikel 51 van het VN-Charter en de ‘Caroline’-test. Volgens de letter van artikel 51 is zelfverdediging toegestaan indien een “gewapende aanval plaatsvindt” (if an armed attack occurs). Historisch wordt dit getoetst aan de Caroline-criteria: de noodzaak voor zelfverdediging moet “acuut, overweldigend, en zonder keuze van middelen of moment voor beraad” zijn. er is sprake, sedert 1950, van een denaturerende oprekking van dat artikel naar hermeneutische bandbreedte, gelet op de rechtsgeschiedenis van dat artikel dat moest beschermen tegen militaire agressie met de bedoeling geopolitieke invloedssferen te verleggen met een langere termijn strategisch motief. De Noord Amerikaanse Verschuiving komt neer op een inwisselbaarheid van: ‘Pre-emptive’ vs. ‘Preventive’ als bijvoeglijke naamwoorden ter duiding van de doelstellingen van de agressie. De kritiek richt zich vooral op de verschuiving van pre-emptive (anticiperend op een onmiddellijke dreiging) naar preventive (voorkomen van een mogelijke toekomstige dreiging) geweldgebruik. De Bush-doctrine (2002): Na 9/11 stelde de VS dat zij het recht hadden om “opkomende dreigingen” aan te pakken voordat ze volledig gevormd waren. Dus zelfs in de fases waarin een geopolitieke intentie geen objectiveerbaar stoffelijk begin van uitvoering had verkregen.

Deze stellingname van de USA was en is daarom navrant, omdat artikel 51 geschreven is in reactie op een totalitair regime dat er geen graten in zag om een strategische overval op neutraal Nederland dat hoogst kwetsbaar was wegens ligging, bevolkingsdichtheid en omvang in te boeken als een daad van geanticipeerde verdediging tegen mogelijk gebruik van de Vesting Holland als uitvalsbasis voor geallieerde luchtaanvallen op het Ruhrgebied. Deze aanvallen waren in het stadium van oppering aan geallieerde zijde, Nederland wist er van, maar Nederland committeerde zich nergens aan al nam het ook geen adequate voorzorgsmaatregelen om die aanvallen nu voor alsdan volkomen onmogelijk te maken. Van Duitse zijde was daarop eerder wel aangedrongen, ondermeer door plaatsing van luchtdoelgeschut met een hoog plafond in de Randstad rondom Rotterdam en Den Haag. De Nederlandse regering reageerde niet, omdat zij niet kon erkennen officieel dat inderdaad geplaatste bestellingen niet uitvoerbaar bleken: dat luchtdoelgeschut van Bofors was uitverkocht wegens overweldigende belangstelling. Het Nederlandse luchtruim was inderdaad niet adequaat verdedigbaar. Deze rechtvaardiging voor de Duitse inval stond in de oorlogsaanzegging die de Duitse gezant Graf von Burkersroda overhandigde aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens op 10 mei 1940. Dergelijke rechtvaardigingen voor agressie in militaire zin moest artikel 51 van het Charter illusoir maken. Maar de ruime uitleg, los van de ontstaansgeschiedenis van dat artikel, werd decennia later de basis voor de invasie van Irak (2003). Veel juristen stelden dat dit artikel 51 schond, omdat er geen sprake was van een imminent (onmiddellijke) aanval. De ‘Unable or Unwilling’ Doctrine: De VS voert vaak acties uit op het grondgebied van soevereine staten tegen niet-statelijke actoren (zoals Al-Qaeda of IS), met het argument dat de gastheerstaat “niet in staat of onwillig” is de dreiging te stoppen. Critici zien dit als een illegale uitholling van territoriale integriteit. Targeted Killings (Drones): Het gebruik van drones voor gerichte dodingen in landen waarmee de VS niet in oorlog is, wordt vaak gerechtvaardigd als “voortdurende zelfverdediging”, wat door de VN-rapporteurs vaak als een te brede interpretatie is bestempeld.
Belangrijke Argumenten voor Overschrijding
De Tegenwerping: Evolutie van het Recht?
De VS (en medestanders) argumenteren dat het internationaal recht moet evolueren. In een tijdperk van massavernietigingswapens en grenzeloos terrorisme zou wachten tot de eerste klap valt (zoals artikel 51 strikt genomen eist) neerkomen op een “zelfmoordpact”. Zij zien hun handelen niet als een schending, maar als een noodzakelijke herinterpretatie van gewoonterecht.
Conclusie
De gronden om aan te nemen dat de VS de grenzen heeft overschreden zijn substantieel en worden gesteund door een groot deel van de internationale juridische gemeenschap. Het draait om het fundamentele conflict tussen de statische tekst van 1945 en de dynamische veiligheidsbehoeften van een grootmacht. Het lijkt niet waarschijnlijk dat de USA zijn positiekeuzen zal veranderen, reeds omdat Trump op dit moment steeds meer vijanden buiten de USA tracht te zoeken en te vinden, reeds om de aandacht van het voor hem zo uitermate belastender wordende Epsteindossier af te leiden. Daarom zijn deze en dergelijke hermeneutische exercities redelijk zinloos al blijft het bitter dat de USA thans doende is de VN als collectieve supranationale veiligheidsorganisatie definitief naar de vaantjes te werken. Een organisatie die de USA oprichtte. Maar dat deed de USA met de Volkenbond in 1920 ook. Het is een gewoonte. Geen prettige. Dat niet, nee.
