Het kabinet Schermerhorn-Drees van 1945-1946 was eigenlijk samengesteld door Wilhelmina persoonlijk, nog in Londen. Wilhelmina wilde een vernieuwd bestel, staatkundig en religieus. Wat ze daaronder verstond, wist ze eigenlijk zelf niet. Dus werd ze verschrikkelijk kwaad als men haar vroeg wat ze daarmee allemaal bedoelde. Maar een ding was Wilhelmina duidelijk: Nederland kón niet bestaan zonder enorme Indische koloniën, te beheren als wingewesten van het moederland in Europa. Dus moest dat koloniale imperium hersteld worden. Dat was de aanzegging van Majesteit aan Schermerhorn, die in dit opzicht overigens óók een vernieuwde politiek voerde. Zonder zelf ook maar benul te hebben, wat dat inhield. Schermerhorn wist zelf niet waar het staatkundig met Nederland precies heen moest en van de interstatelijke geopolitieke verhoudingen die na 1945 waren ontstaan door de overgave van Tokio op 15 augustus 1945 had hij geen idee. Dat de USA door deze overgave voorshands de absolute hegemonie had verworven over de wereld was hem niet duidelijk, dat had hij met alle leden van zijn kabinet innig gemeen. Drees, de ouwe socialist nog van het kameraden-type had er nog minder sjoege van. Maar Drees zat met het probleem dat de sociaaldemocraten het hele interbellum lang de slogan hadden aangeheven: Nederlands-Indië los van Nederland, nu, onmiddellijk. Dat was voor de club die zich socialistisch noemde in de Kamer een soort dogma geworden.

Daar wenste het grotere bedrijfsleven zich nu eens beslist niet bij neer te leggen. Philips, Shell, Stoomvaartmaatschappij Nederland, De Bankunie en de Nederlandsche Handelsmaatschappij (nu ABN/AMRO), de bestendige diepte-investeerders van Deli- en Billitonmaatschappij, de Suikeruinie, de grotere koffiebranders als Van Nelle en zo, hadden in de Archipel enorme opstallen en technische installaties aangelegd, die natuurlijk makkelijk rendeerbaar zouden blijken vooral nu in Nieuw Guinea in het Karstensgebergte makkelijk aannaderbare goudlagen van hoge kwaliteit waren aangetroffen bij diverse geologische expedities gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Aangezien het college van secretarissen-generaal, de semi-regering in Nederland vanaf 15 mei 1940 de hele Nederlandse economie volledig hadden geïntegreerd in het Groot-Duitse Rijk dat ontstond na de wapenstilstand met de Fransen in Compiègne in juni 1940 had Duitsland vrijwel heel Nederland kunnen leegroven en de gouddekkingen van uitstaande handelsvorderingen van Nederland naar Berlijn kunnen verplaatsen. Duitsland lag economisch op apegapen in juni 1945. Maar Nederland óók. Dus moest Drees constateren dat Nederland de Archipel weer moest opeisen. Dat deed hij dan ook, zonder dat heel duidelijk programmatisch uit te dragen. Dat kon hij jegens zijn redelijk naïeve electoraat niet goed maken. Dat deed hij dus ook niet. Hij liet weinig van zich horen. Hij stemde in met de megalomane plannen van de chef-staf militair Gezag Henkie Kruls die meende dat de herneming van die Archipel militair een makkie was en dat enkele expeditionaire divisies voorzien van materieel van de USA, gejat uit de SHAEF-voorraden van Eisenhower in Brussel binnen de kortste keren de driekleur rood, wit en blauw wel zouden kunnen hijsen op alle eilandgroepen. In de grondwet van toen stond wel dat een dienstplichtige niet tegen zijn wil uitgezonden mocht worden buiten het grondgebied in Europa, maar daar dacht Henkie zich, zoals zo vaak, geen moer aan te trekken. Maar het liep allemaal niet gesmeerd.
De Indonesische nationalisten namen de soevereiniteitsverklaring van Soekarno van 17 augustus in zijn voortuin waarachtig echt serieus en boden onvoorziene, heftige en effectieve weerstand, zich niets aantrekkend van de humanitaire principes van de oorlogvoering te land die inmiddels ontwikkeld waren door de beestachtigheden die de Duitsers zich gepermitteerd hadden. De brigades waren aanvankelijk samengesteld uit oorlogsvrijwilligers van 1944, geworven in het gebied dat bevrijd was na 18 september 1944 via de operatie Market-Garden. Die operatie bleek tactisch en strategisch een miskleun. Dienstplichtigen zouden dus moeten worden ingezet. Henkie zorgde dat dat georganiseerd werd, niettegenstaande het grondwettelijk verbod van uitzending wanneer de dienstplichtige niet vrijwillig had ingestemd. Die grondwet werd dus veranderd, daarna, want daar kwamen toch moeilijkheden van en verder bleek het gestelde doel; absolute rekolonisatie gelijk voorheen niet haalbaar. Daar moest iemand de schuld van krijgen. En dat was mede Westerling, de kapitein die toch al scheen te lijden aan een overmaat van eigenzinnigheid en onorthodoxie. Dat soort lui waren steeds Den Haag uit de hand gelopen. Daardoor kon de driekleur niet ontplooid worden binnen onze Gordel van Smaragd die zich ontvouwde rond de evenaar. Het lag aan oorlogsmisdadigers zoals die Westerling, een woesteling waarvoor Drees al had gewaarschuwd.
