Geersing XIV

De Eerste Politionele Actie had al de verontwaardiging van de wereldgemeenschap opgeleverd onder bekwame directie van Palar en Soekarno die in de Veiligheidsraad er een heel theater van hadden weten te maken via de voorlezing van getuigenverklaringen over beestachtige misdragingen van Nederlandse militairen die zich aan geen enkel bestand wensten te houden. Dat beviel de achterban van Drees, die nu Minister-President was van een breed rooms-rood coalitiekabinet niet. Want hij werd nu de kop van jut. Ook in eigen gelederen. Immers, de socialisten hadden steeds een speerpunt gemaakt van onmiddellijke onvoorwaardelijke dekolonisatie van de Archipel. Wellicht met de Archipel nog wel aan boord van een vaag Rijkseenheidverband in een Personele Unie onder Oranje, met een gemeenschappelijk consulair en defensief beleid. Maar géén voortzetting van de koloniale verhoudingen en zeker niet via drastische geweldsmiddelen uitgeoefend op de inheemsen. En nu was Drees tóch een soort koloniale heroveringsoorlog in gesukkeld. Dat moest aan de militairen liggen die hem belazerden. Waaronder die Raymond Westerling die van de Generaal Spoor blanco volmachten had gekregen om een terreurbewind te vestigen. De Veligheidsraad beval dat Nederland nu op korte termijn met de Indonesische nationalisten een wapenstrekking zou bereiken via wederzijds aanvaarde bestandslijnen. Eerst was dat nog overgelaten aan de Nederlders zelf, maar nu zond de VN waarnemers, waarbij die uit de USA vol achterdocht de Nederlanders kwamen besnuffelen. Soekarno wakkerde dat natuurlijk grotelijks aan, die achterdocht, en doste zich min of meer uit als het zielige TV-kuikentje Calimero die maar klein is en dwars gezeten wordt in het kippenhok door iedereen die groot is. In Washington sloeg die voorstelling van zaken aan. De Indonesesische nationalisten wisten te bereiken dat de wapenstilstandpalvers onder directe supervisie van de USA zouden vallen, te houden aan het USS troepentransportschip  De Renville. Dat ankerde daartoe op de rede oostelijk van Java  en kon steeds Washington waarschuwen via draadloze verbindingen als de Hollanders weer eens streken uithaalden. Het resulteerde in een soort vredesregeling, naar dat schip genoemd, in de vorm van een bilaterale klassieke overeenkomst van Staten. Dat was winst voor Soekarno, die niet deelnam aan de onderhandelingen, maar begon te poseren als staatshoofd van de Archipel, die daarvoor veel en veel te hóóg was. De Renville-overeenkomst werd uiteindelijk een politiek akkoord, door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) opgelegd, tussen Nederland en Indonesische Republikeinen. De overeenkomst werd op 17 januari 1948 van kracht. Het was een vervolg op de overeenkomst van Linggajati uit 1946. Ze leidde tot een militaire wapenstilstand door het instellen van de zogenaamde ‘Van Mook-lijn‘ en beëindigde de eerste politionele actie van de Nederlandse strijdkrachten. Java was verdeeld in gebieden die door Nederland of door de Republik Indonesia beheerst werden. De naam van de overeenkomst is gekozen vanwege de plaats van samenkomst; het Amerikaanse marine transportschip USS Renville dat als hoofdkwartier van de VN-wapenstilstandscommissie geankerd lag in de baai van Jakarta. Het vaartuig gold als exterritoriaal grondgebied van de VN. En was een demonstratie van het basiswantrouwen van de VN tegen Den Haag.

De hierna te bespreken vage ‘Commissie van Goede Diensten’: Richard Kirby , Frank P. Graham en Paul van Zeeland leverde eigenlijk de curatoren van Nederland. Dat werd niet meer vertrouwd. En alleen Van Zeeland kon enig begrip hebben voor Den Haag. Want die zag aankomen dat zijn land eerstdaags in Belgisch Congo in dezelfde perikelen zou komen. Ook  daar gistte het rationele zelfbestemmingsbeginsel en deed de inlanders onrustig worden. De USA liet blijken dat het de aantijgingen van de Indonesiërs tegen de Nederlandse troepen serieus nam. Maar die van de Hollanders tegen de Indonesische brigades niet. Dat had Drees nu allemaal te wijten aan schoften als die Westerling, beredeneerde de socialisten kortbesloten zonder onderzoek. Hein Vos, een socialist in zijn kabinet, moedigde dat ook nog eens aan. Geersing stelt dat in zijn studies aan de kaak en terecht. Geersing had als opponenten historici die in dit opzicht de uitgangspunten van Vos tot de hunne maakten: iedere koloniale beheersvorm was ten principale onethisch en kon ook in overgangsvorm niet gedoogd worden.
De oorlogshandelingen tussen het Nederlandse bewind en de Republik Indonesia hadden Australië, dat de Indonesische onafhankelijkheid steunde, ertoe gebracht resolutie 27 bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in te dienen die de strijdende partijen opriep een wapenstilstand in te stellen. Deze resolutie werd op 1 augustus aangenomen. De Nederlandse luitenant gouverneur-generaal van Mook gaf op 5 augustus 1947 gehoor aan deze oproep. Dat zou Van Mook bezuren. Zijn verstandhouding met Drees was al niet goed. Maar bevroor tot pure onverholen vijandigheid. Omdat Drees er ook echt niets van begreep. De Veiligheidsraad nam vervolgens op 25 augustus een door de Verenigde Staten ingediende resolutie aan die voorstelde een Commissie van Goede Diensten in te stellen die zou helpen te zoeken naar een vreedzame uitkomst van het Nederlands-Indonesisch conflict. Deze commissie zou bestaan uit drie leden, waarvan een aangesteld door Nederland, een door Indonesië en een lid waar beide partijen zich in konden vinden. De Nederlanders kozen voor een Belgische vertegenwoordiger (Paul van Zeeland), de Indonesiërs voor een Australiër (Richard Kirby), en daarnaast werd een Amerikaan, Frank P. Graham aangesteld als voorzitter waar beide partijen zich in konden vinden. Op 29 augustus werd door de Nederlanders unilateraal een wapenstilstandslijn ingesteld, de genoemde van Mook-lijn. Soekarno was niet van plan zich er aan te houden. En kreeg machtiging van Washington daartoe. Allemaal de schuld van gasten als Westerling, oordeelde Drees. Dat lichtte hij toe. En dat rakelden de opponenten van Geersing vijftig jaar later op. Zonder onderzoek naar de feiten.