Bauke Geersing werd niet moede ons in te prenten dat men de geschiedenis van de dekolonisatie moest blijven bekijken vanuit het perspectief dat dominant was toen de Westerse mogendheden besloten, dat zij hun koloniale imperia moesten liquideren, tenminste, wanneer het gaat om de aansprakelijkheden van ambtenaren en beambten die, vaak tegen hun wil, werden ingeschakeld bij de liquidatieactiviteiten. Nederlandse soldaten dus, oorlogsvrijwilligers en dienstplichtigen. Want de grondwet wérd inderdaad ineens veranderd, in twee opeenvolgende lezingen door de verzamelde Staten-Generaal zoals de Grondwet destijds voorschreef. En opgeroepen dienstplichtigen konden ineens ook tegen hun wil getransporteerd worden naar de Archipel. Vóór die tijd niet, als men volgens het boekje wilde handelen, maar Kruls, de militaire organisator van deze massale verschepingen, had minstens honderdduizend militairen nodig geoordeeld voor een eerste effectieve legering op Sumatra en Java en had de kabinetten Schermerhorn en Drees-Van Schaik onder druk gezet om deze grondwetswijzigingen binnen twee verkiezingsronden te effectueren. Zolang dat nog niet het geval was, werden de dienstplichtigen onder enorme druk gezet om in te stemmen met hun gedwongen uitzending, eigenlijk een soort massale deportatie. Hen werden zware straffen voorgespiegeld door hun luitenants als ze niet de loopplant opgingen na het tenenen van een gestandaardiseerd instemmingsbiljet. Nog op de valreep, letterlijk. Wat had men verder deze jongens voorgespiegeld? In 1945 nog dat ze tegen de Jappen zouden gaan vechten. Om ze te verwijderen uit de Archipel. Nadat echter de integrale capitulatie van Tokio in de tweede helft van 1945 wereldwijd ruchtbaar was geworden kon dat bezwaarlijk nog volgehouden worden.

Winston Churchill, Truman en Stalin bij de opening van de Potsdam-conferentie 1945
Maar nu werd gewag gemaakt van het feit dat de Japanners de Archipel bleven bezetten en terroriseren omdat hun vaderland geen transportmaterieel wilde inzetten om deze bezettingstroepen terug te voeren naar het Land van de Rijzende Zon. Dat was inzoverre waar, dat de Westelijke geallieerden Tokio hadden geforceerd hun bezettingen voorlopig achter te laten, bewapend en al, maar niet om zich tegen de voormalige kolonisatoren te richten, maar juist om deze te beschermen tegen de openlijke geweldplegingen van de inlanders die inmiddels waren over gegaan tot rampzalige plundertochten om de blanke te beroven van alle luxe, status en privileges van dien uit de koloniale periode. En verder, dat de Westelijke regeringen inderdaad zelf zozeer in de problemen zaten in verband met de massale demobilisatiebewegingen van hun ontbonden legers terug naar het thuisfront, dat Tokio nauwelijks voor de terugnemingen van de Japanse bezettingen brandstoffen wisten te bekomen. En ook daar kwamen de Nederlandse miliciens pas achter toen ze in 1946 zich konden ontplooien op Java, nadat admiraal Mountbatten de overtocht over de Straat Malakka zo lang mogelijk had tegen gehouden. Deze oversteek naar Soerabaya kon pas in geregeld beurtvaart worden ondernomen zonder al te veel wachttijden en afvoeringsmogelijkheden naar de binnenlanden waar gekazerneerd zou worden, nadat daardoor tussen het Nederlandse Militair Gezag van Kruls arrangementen waren gesloten met de Britten en de Amerikanen, die er overigens ook achter waren gekomen dat Kruls op grote schaal militair materieel achterover had weten te drukken uit de Brusselse SHAEF-voorraden.
Ik gaf dat al aan en repte ook van Eisenhowers ontstemming daarover toen hij zulks ontwaarde. Pas in die tweede fase van ontplooiing kwamen de militairen die als bevrijders zouden zijn uitgezonden er achter dat ze zouden gaan vechten tegen de Indonesische provisorische legerafdelingen en de plunderbenden van de inheemsen, ook bekend als Rampokkers, die weinig heel lieten van blanke krijgsgevangenen zoals ze de Nederlandse geüniformeerde jongeren noemden die naïef en onvoorbereid in hun vallen waren gelopen. Natuurlijk waren ze geen krijgsgevangenen, want er was geen oorlog in de zin van het Landoorlogreglement 1907. Er was nog geen Indonesische staat. De benden waren particuliere weerkorpsen, op het best, maar golden ook in de USA nog niet als militairen die recht hadden op de Rode Kruis-privileges gedefinieerd in het verdragsrecht van destijds. Het bezit van koloniën was destijds geoorloofd, Churchill beoogde onomwonden, ook nog te Potsdam, dat hij geen premier was geworden om het Britse Empire te ontbinden. De luitenants hebben dus hun soldaten geïnstrueerd te handelen als politionele troepen die plunderaars, verkrachters en mensenhandelaars moesten afstraffen ter handhaving van de openbare orde, rust en veiligheid. Meer in het kader van strafvorderlijke opportuniteiten dan van militaire tactieken afhankelijk van inzet, locatie en logistieke mogelijkheden. Daar waren ze niet op toegerust, de luitenants niet en de miliciens evenmin. Ze ervoeren dat huh opperofficieren nooit te traceren waren als het er op aan kwam en dat ze vaak volslagen in paniek waren. Zoals dat met de opperofficieren van het Nederlandse landleger uit de meidagen 1940 ook het geval was. Dat was het perspectief van Jan Soldaat in Indonesië.
