Halloween 2025

Dit weekeinde maakte ik weer kennis met symptomen van Halloween, dat kennelijk beoogt Allerheiligen te vervangen als kerkelijke feestdag van de Christenheid. Er waren verklede groepen die de straten afstroopten, en ik ontwaarde wel wat skeletachtige versieringen, spinnenwebben en griezelig bedoelde parafernalia. Het waren kinderen, adolescenten, pubers. Veel blootachtige meiden die volgens mij al lang in bed hoorden te liggen en in ieder geval niet bloot en wel zich zouden moeten begeven in de snijdende windvlagen van zeker 5 of 6 beaufort. Wat ze beoogden was mij verder ook niet duidelijk: het was na tien uur in de avond. En de kans dat in het Benoordenhout dan nog opengedaan wordt bij particuliere  woningen is volgens mij dan niet erg groot en zeker niet om snoep of geld te collecteren. Maar als deze festiviteiten beogen het mystieke Allerheiligen uit mijn Strijpse jeugdperiode te vervangen, dan vrees ik dat het hier absoluut ondeugdelijke pogingen daartoe betreft. Dat zie ik natuurlijk fout, ik ben een oude man, dat realiseer ik mij steeds vaker.

Want dat is ook met het allergezegendste kersfeest het geval, en zulks al jaren. Dat heeft geen liturgische laat staan sacramentele dimensie meer. Dan prijs ik mij toch gelukkig dat ik dat wel mocht meemaken. Ik heb in bepaalde opzichten een al te beschermde roomse jeugd gehad. De wereld was afgeplakt met roomse kranten voor de ruiten. Wat de sexuele aandriften betreft heb ik pas heel laat ervaren — soms zelfs lijfelijk — hoe zeer deze ontremmingen levensgang bepalend kunnen zijn. En aan voorlichting over die sexuele omgang, de consequenties ervan, de sociale defecten die eraan verbonden waren en zijn omdat de mensheid met deze vitale impulsen nooit goed zal kunnen omgaan wat men ook aan voorlichtingen betracht, heeft het mij altijd deerlijk ontbroken. En soms tot beschadiging van mijn loopbaan geleid en ook wel tot een ombuiging in mijn perspectieven die mij ook nog overviel. Het duurde bijvoorbeeld heel lang dat ik erachter kwam dat homosexualiteit bestaat. En dat een man op mij verliefd kon worden en vermoedde dat dat wederzijds was althans dat ik daarvoor ontvankelijk zou kunnen zijn. Soms kom je met de schrik vrij. En soms niet.

Het heeft soms heel vreemde verstoringen op de werkvloer tot gevolg. Maar toch, die initiële afstandelijkheid, de aanvankelijke pudeur of afwachtendheid om niet alles maar meteen tot op het bot te beproeven en zich overal maar proefondervindelijk aan uit te leveren, die was er toch ingeramd via enig godsdienstonderricht of vage ideologische conditionering, waartoe een katholieke middelbare school stellig onzegbaar bijdroeg. Zelfs midden in de sexuele revolutie van de tweede helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Het feit dat individuele zelfbestemming en hedonistisch zingenot niet onze bakens moeten zijn op onze toch al gecompliceerde levensgang en niet steeds en overal onvoorwaardelijk beslissend moeten zijn, daalde echt wel in, mede door de moraal-theologische noties die pater moderator ons meegaf, zij het op stuntelige wijze. En ook wel met de vervreemdende gedragscoderingen van de celibatair die eigenlijk geen benul had wat hij probeerde uit te drukken. Dat niet alles moet kunnen, en zeker niet steeds en overal, dat was steeds basso continuo motief van het onderricht. En daaraan denk ik goed gunstig terug. Dat viel mij in toen een uitdagend Holloween-meideke bij de bushalte mij aanklampte in die gierende herfstavond bij het schril verlichte bushuisje om mij snaaksigheden toe te roepen waar ze hopelijk nog lang niet aan toe was.