Nadat bij de wapenstilstandsovereenkomst in 1918 aan de Duitsers de verplichting werd opgelegd hun gehele Hochsee-flotte uit te leveren aan de Britse admiraliteit voorzover het ging om oppervlakteschepen met zelfsturend vermogen was het Britse primaat ter wereldzeeën min of meer als voldongen feit gevestigd voor de komende decennia. Uiteraard zagen de Japanners dat ongaarne aan. Zij waren voortgegaan met een snelle doorontwikkeling van hun maritieme weermiddelen, maar zagen in, dat zij hun voorsprong wegens grondstoffentekorten op middellange termijn zouden verliezen. Tenzij zij zich zouden kunnen voorzien door nieuwe slagschip-composities in smaldelen waaraan zulke zware olieturbine-voortstuwingen met daarvan afgeleide lange afstand vuurdrachten in middeltorens verbonden zouden zijn dat zij de Britten in de dertiger jaren toch zouden kunnen verslaan voorzover zulks het Stille Oceaan areaal betreft. Thans waren het Washington en Londen die trachtten de Aziatische concurrentie ter volle zee af te dempen, mede gelet op de wet van de remmende voorsprong die de Britten tijdelijk in staat had gesteld via de Superdreadnougt-types in Het Verre Oosten de absolute dominantie te borgen. De Angelsaksen besloten daarom, aangezien ze nu van plan waren via absolute blokkades Japan in de eerstkomende transoceanische confrontaties volkomen te isoleren via gijzeling van de burgerbevolking de vlootverhoudingen in de Stille Oceaan te codificeren. Aldus werd de Stille Oceaan Vlootconferentie van Washington geagendeerd in 1922 om het Angelsaksische primaat van de oppervlaktevloot ter wereldzee te bevorderen tot onderdeel van het dwingend volkerenrecht nopens de zeeoorlogvoering zoals ze dat geweest was bij de uitnodigingen om naar Londen te tijgen ter vastlegging van de wetten en gebruiken toepasselijk bij de oorlog ter volle zee in 1907.

Dat is een scherpe en in sommige opzichten nogal indringende interpretatie over de geopolitieke ambities van de Angelsaksen die tijd. De Vlootconferentie van Washington (officieel de Washington Naval Conference), die liep van november 1921 tot februari 1922, was inderdaad bedoeld om de maritieme machtsverhoudingen te betonneren, maar de insteek was iets genuanceerder dan enkel het vestigen van “dwingend volkerenrecht”. Hieronder de kernpunten over de intenties en de uitkomsten: het ging, dat staat buiten kijf, om consolidatie van de Angelsaksische maritieme dominantie bij het toepassen van het blokkaderecht. De consequenties daarvan kunnen we nu zien bij de blokkeringen van de Straat van Hormuz. Geen volkerenrechtsgeleerde betwist nog dat de conferentie het primaat van de Verenigde Staten en het Britse Rijk (de Angelsaksische machten) vastlegde. In het resulterende Verdrag van Washington werd de befaamde 5:5:3-ratio afgesproken voor de tonnage aan slagschepen:
-
Verenigde Staten: 5
-
Groot-Brittannië: 5
-
Japan: 3
-
Frankrijk & Italië: 1.75
Hiermee werd officieel erkend dat de VS nu op gelijke voet stond met de Britten, terwijl de opkomende macht Japan op een zijspoor werd gezet.
2. Geen “dwingend volkerenrecht”, maar een verdragssysteem ter vestiging van transoceanisch evenwicht
Hoewel de afspraken juridisch bindend waren voor de ondertekenaars, was het doel niet zozeer om een universeel “dwingend volkerenrecht” (jus cogens) voor de hele wereld te scheppen. Het was eerder een pragmatisch ontwapeningsverdrag om een peperdure en uiterst gevaarlijke maritieme wapenwedloop na de Eerste Wereldoorlog te voorkomen. De Westelijke Geallieerden zouden dat nooit kunnen opbrengen in de verhoudingen tot opkomend Japan, dat overigens ook naar zijn bankroet toewerkte. Dat was echter een inzicht dat aan USA-zijde inmiddels was ontstaan door het onloochenbare feit dat Groot-Brittannië technisch gesproken eigenlijk failliet was gegaan aan de kosten van de oorlogvoering tegen Duitsland op krediet bij de USA-bancaire instellingen, doorgaans in Joodse handen. De USA wilde echter de vorderingen binnen de termijnen van de annuïteiten innen en hoe de Engelsen dat dachten te verwezenlijken, liet Washington opvallend koud. Dezen op hun beurt zetten daarop hun schuldenaren in die oorlog en ten gevolge van die oorlog onder grote druk, waaronder uiteraard Italië, Frankrijk en onvermijdelijk Duitsland, dat via de gijzelingen van de burgers en inbeslagnemingen van industriële complexen en uitstaande schulden terecht kwam in de vrille van de superinflatie omdat de Duitse regerende sociaaldemocraten dachten te kunnen aflossen in Marken, omdat dat nu eenmaal de munteenheden waren die in de conceptaflossingsschema’s waren genoemd.
Uiteraard pikten de Versailler afbetalingscommissies dat niet, dat hadden de sociaal-democraten ook moeten voorzien. Tijdelijk gaf de Vlootconferentie enig soulaas. Mede omdat de Britten de Nederlanders nu verplichtten zelf de maritieme zelfstandigheid van hun koloniale gebieden ter hand te nemen zonder te vertrouwen op de tussenkomst van de Britse vloot, die overigens daartoe ook niet meer in staat was. De conferentie raakte wel aan de regels voor zeeoorlogvoering, specifiek via het Submarine and Poison Gas Treaty. Hierin werd geprobeerd de onbeperkte duikbootoorlog (die in de VS in de Eerste Wereldoorlog grote verontwaardiging had gewekt en uiteindelijk Woodow Wilson had genoodzaakt Keizerlijk Duitsland in 1917 de oorlog te verklaren) aan banden te leggen. Maar dit vlootverdrag werd nooit formeel geratificeerd door alle partijen en werd in de Tweede Wereldoorlog massaal genegeerd. De conferentie was onlosmakelijk verbonden met de situatie in de Stille Oceaan. Naast de vlootratio’s werd het Vier-Mogendhedenverdrag getekend, dat de Brits-Japanse Alliantie verving. Dit was een strategische zet van de Angelsaksische machten om de Japanse expansiedrang in China en de Pacific diplomatiek in te dammen zonder direct naar de wapens te hoeven grijpen.
Concluderend: De conferentie agendeerde inderdaad het Angelsaksische primaat, maar eerder als een geopolitiek machtsevenwicht dan als een poging om de maritieme ethiek universeel juridisch te verankeren. Het was een bevriezing van de status quo die de Britten en Amerikanen op dat moment het beste uitkwam.
