Het doorwerkend uitleveringsrecht

Bij de zaak-Poch was er geen toepasselijk uitleveringsverdrag dat door Nederland rechtstreeks in de rechtsbetrekking met Argentinië kon worden gebruikt om Poch ten verzoeke van Argentinië aan te leveren voor een mogelijke deelneming aan het misdrijf “enforced disappearances“, het opzettelijk doen verdwijnen van personen uit het openbare leven, de zogeheten Nacht und Nebel-sonderbehandlung waarin de Duitse nazi’s tijdens hun bezettingen in West-Europa zo excelleerden. Toch was het Openbaar Ministerie in Nederland bereid om met de Argentijnen in onderling samenspel iets via Spanje te regelen waardoor Poch toch voor die verdwijningen zou worden overgedragen aan Argentinië ter fine van strafvervolging. Dat heeft dat Openbaar Ministerie nooit toegegeven. Niet officieel. Het is zelfs niet eens gissen geweest waarom het dat deed. Het heeft te maken gehad met het feit dat de vader van Koningin Maxima destijds als staatssecretaris voor agrarische zaken in het Videla-regime vermoedelijk met deze verdwijningen iets te maken heeft gehad. De vrees was dat Poch als insider verrekte goed op de hoogte was geweest met de voorbereiding van dat verdwijningenprogramma en dat hij, mocht hij al in Nederland opgepakt worden, honderduit zou gaan vertellen over het beleid dat dat staatssecretariaat terzake van die systemische en massale verdwijningen voerde. Dat heeft Poch overigens nooit gedaan, voorzover thans bekend.

Maar daarom handelde het Openbaar Ministerie vermoedelijk gelijk het deed, door samen te spannen met Madrid zodat Poch toch gedwongen verwijderd zou worden naar Argentinië waar men, naar dat Openbaar Ministerie hoopte, wel voldoende staatsveiligheidsmaatregelen zou nemen om Pocht te beletten openlijk informatie te geven over wat de positie van de verantwoordelijke staatssecretaris voor agrarische zaken in dit geval precies was. Men lokte daarom Poch naar Spanje dat wel een volledige uitleveringsbetrekking had met Argentinië. Dat is “verkapte uitlevering”of “disguised extradition” en dat is naar Nederlands recht een onrechtmatige daad waarvoor schadeplichtigheid bestaat, van staatswege, mocht de staat betrokken zijn bij dergelijke verkapte uitlevering. De opgeëiste persoon, om wie het gaat, kan rechtstreeks aan het internationaal uitleveringsrecht, vervat in een groot aantal verdragen, waarborgnormen ontlenen op welke hij zich kan beroepen tegenover de burgerlijke rechter, aldus heeft de Hoge Raad der Nederlanden meermalen vastgesteld. Maar dan moet de persoon, die onderwerp is van de verkapte uitleveringsconstructie, dus lijdend voorwerp daarvan, aantonen dat Nederland daartoe met de verkrijgende partij heeft samengespannen. De grondwet zegt, dat uitlevering alleen maar kan op basis van een toepasselijk verdrag. En is dat verdrag er niet, dan is de verwijdering onrechtmatig, mits die samenspanning verwijtbaar, vermijdelijk en wederrechtelijk was.

Dat is natuurlijk toch in dit opzicht interessant, als Nederland via de Caraïbische landjes die het nog bezit als voormalige overzeese bezittingen, de ontvoering van Maduro mede zou hebben voorbereid of begunstigd. Dan heeft het bijgedragen aan verkapte uitlevering via ontvoering. De opstelling van de Minister van Justitie bij de afdoening van de door Poch ingediende schadevergoedingsclaim baarde destijds verwondering omdat de bewindspersoon geen openheid wilde geven over de wijze waarop het Openbaar Ministerie zou hebben gehandeld ten aanzien van Poch. Duizenden documenten uit het archief over de zaak van de oud-Transavia-piloot bleven op last van minister Yesilgöz geheim, ondanks de stellige belofte van haar voorganger Grapperhaus om het archief ter beschikking te stellen aan de Tweede Kamer. Met name Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Michiel van Nispen (SP) weigerden daar genoegen mee te nemen. Zij vroegen daarom de ambtelijke adviesnota’s op die de basis vormen voor ministeriële besluiten. Wat blijkt? De eigen ambtenaren van Yesilgöz vonden dat het archief best – vertrouwelijk – ter inzage kon worden gegeven. Het was zelfs al uitgebreid beoordeeld en deels zwartgelakt. Maar twee dagen na dit advies nam de minister plotseling een besluit dat hier volledig haaks op staat. De reden: er was een ‘dringend signaal’ binnengekomen. Een signaal van de politie. Meer wil Yesilgöz er niet over kwijt. Wat betekent dit? Moeten Kamerleden zich hierbij neerleggen?  Dat deden ze uiteindelijk wel. In de zaak-Poch.