Koekoeksklok III

Deze koekoeksklok verhuisde natuurlijk met mij naar alle nieuwe vestigingsplaatsen die ik vanwege mijn loopbaan moest aandoen. De kreet van het vogeltje klonk overal scharrig en soms droevig zoals een baltsend roerdompmannetje in de ochtendstond. Echt vrolijk werd werd een mens er niet van. Maar het hoorde op een of andere manier bij mij, net als de inmiddels groen uitgeslagen zwarte garibaldi of eden-hat die ik achterover drukte uit de boedel mijns verwekkers reeds nadat hij de ouderlijke woning verliet in 1983 om bij zijn nieuwe liefde in te trekken te Schiebroek. Aan de Cypreslaan aldaar. Ik draag die hoed nog vaak, tot bevreemding van de omstanders. Maar ik moet nu vaak wel oppassen dat mijn baard niet te veel is uitgegroeid omdat ik dan ga lijken op een Aszkenasische Rabbi. Daarop moet men tegenwoordig in deze zo verlichte tijden niet willen gelijken want het kan leiden tot openlijke geweldpleging met verenigde krachten door andere semieten die het Oude Volk de Middellandse zee in willen jagen. Juist in een stad als Den Haag, de internationale hoofdstad van vrede en recht of ook: The Hague, Legal Capital of the World.

De koekoek ging ook mee naar mijn huis aan De Breitnerlaan om daar de avondlijke stilte te verscheuren. En omdat ook daar de inboedel een onzegbaar lugubere sfeer kon wekken bij flakkerend kaarslicht was dat niet misplaatst. Totdat ik ging daten en een vriendin trof via deze onsympathieke en ook wat anonieme weg die kort na kennismaking geheel bij mij introk om daar naar Goede Tijden Slechte Tijden te kijken vanuit mijn enorme waterbed dat vrienden mij hadden aangeprezen als zijnde de panacee voor mijn aanhoudende slapeloosheid uit die dagen. Deze vriendin keek ook naar Onderweg Naar Morgen, haast ik mij er aan toe te voegen want ik wil te dezen niets ongerapporteerd laten.

Juist toen de romantiek van de beeldbuis afzweette en de eerste frontale zoen gewisseld zou worden hief de koekoek zijn kermen aan. Dat schokte die vriendin deerlijk. Maar in die dingen ben ik een rare. Dat zal iedereen u beamen die met mij kennis heeft moeten maken op de pelgrimstocht naar het eeuwig heil. Ik persisteerde bij geluid en klok. Dat leidde tot heftige nachtelijke discussies zoals het hoort en de bijbehorende onpeilbare verwijten. Aangezien ik destijds veel en lang op dienstreis moest, vertrok ik kort daarop naar Istanbul en Ankara om de Turken klaar te stomen voor toetreding tot onze Europese Unie. Teruggekomen bleek de klok verdwenen. Dus dat geluid ook. Dit voor de volledigheid. Het duurde lang voordat ik erachter kwam. Omdat mijn boedel inmiddels uitpuilde van diverse ongepast gerief. Net als bij ome Nico. Ik miste de vogel niet. Maar voelde mij toch te kort gedaan. Vooral omdat die vriendin wel goed en consistent kon liegen maar daarbij bepaalde gelaatstrekkingen niet kon beheersen of bedwingen. Zo wordt een mens wijzer. Maar veel helpen doet dat niet.