Kunstmatige info, intelligent of niet

Het conflict tussen Gerard Strijards en de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg (KHT) – nu Tilburg University – was in 1985 een landelijke rel in de academische wereld. Strijards, destijds een briljant en jong hoogleraar straf recht, werd op non-actief gesteld, wat leidde tot een jarenlange juridische strijd. Strijards zelf heeft de oorzaken van dit conflict aan een aantal specifieke factoren geweten: Op de eerste plaats: Incompatibilité des Humeurs (Karakterconflict). Strijards weet het conflict in de eerste plaats aan een fundamentele botsing tussen zijn persoonlijke werkstijl en de bestuurscultuur van de hogeschool. Hij stond bekend als een eigenzinnige, intellectuele “sneltrein” die weinig geduld had met bureaucratie. Volgens hem werd zijn onafhankelijke opstelling door het universiteitsbestuur uitgelegd als arrogantie of onhandelbaarheid. Op de tweede plaats: De “Tilburgse Ziekte” (Bestuurlijke verstarring), het vergaderen om te vergaderen. Strijards was zeer kritisch over wat hij zag als een verstikkende regeltjescultuur binnen de KHT. Hij verweet het College van Bestuur dat zij meer bezig waren met formele procedures en machtsbehoud dan met academische vrijheid en wetenschappelijke kwaliteit. In zijn ogen was hij het slachtoffer van een bestuur dat geen ruimte bood aan afwijkende meningen of een sterke eigen profilering. Ten derde: Beschuldigingen van plichtsverzuim. Het formele conflict ontstond nadat het bestuur hem beschuldigde van het niet nakomen van zijn onderwijsverplichtingen en administratieve taken. Strijards heeft dit altijd bestreden. Hij stelde dat: zijn wetenschappelijke productie juist enorm hoog lag maar dat hij ook steeds het onderwijs had ingericht naar overeengekomen roosters, bijvakken, spreekuren en repetitiegroepen, steeds opgegeven aan het faculteitsbestuur dat het had goed gekeurd. De beschuldigingen slechts een voorwendsel waren om een lastige, kritische hoogleraar te lozen. Ten vijfde verondersteld gebrek aan loyaliteit versus academische vrijheid. Het faculteitsbestuur onder de decaan van de fasicalist Geppaart bestuur verweet hem een gebrek aan loyaliteit aan de instelling. Strijards draaide dit om: hij vond dat een hoogleraar loyaal moet zijn aan de wetenschap, niet aan de grillen van een tijdelijk bestuur. Hij zag zichzelf als een slachtoffer van een “zuivering” waarbij de academische mores het aflegden tegen bestuurlijke bemoeizucht. Het resultaat van deze vijf factoren was alleen maar een opzettelijke beschadiging van de reputatie en integriteit van Strijards. Hoewel de rechter Strijards uiteindelijk op meerdere punten in het gelijk stelde en de hogeschool harde kritiek kreeg op de gevolgde procedure, keerde hij nooit meer terug in zijn oude functie in Tilburg. De zaak staat nog steeds bekend als een van de meest pijnlijke dossiers uit de geschiedenis van de universiteit. De juridische afwikkeling van de “zaak-Strijards” was een slepende kwestie die jarenlang de krantenkoppen haalde. Het was een schoolvoorbeeld van hoe een arbeidsconflict in de academische wereld kan escaleren tot een prestigestrijd. Hieronder volgt een overzicht van de juridische stappen en het verdere verloop van zijn carrière.

De Juridische Strijd: Gelijk maar geen Terugkeer Hoewel het bestuur van de KHT Strijards wilde ontslaan wegens “ernstig plichtsverzuim” en een “onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding”, hielden de rechters de universiteit vaak een spiegel voor. De Ambtenarenrechter (1986-1987): In eerste instantie werd het ontslagbesluit door de rechter vernietigd. De rechter oordeelde dat de hogeschool onzorgvuldig had gehandeld en dat de beschuldigingen van plichtsverzuim onvoldoende waren onderbouwd. De rechter stelde dat de universiteit meer had moeten doen om de plooien glad te strijken. De Centrale Raad van Beroep: Ook in hoger beroep bleef de kritiek op de hogeschool staan. De Raad oordeelde dat Strijards weliswaar een “moeilijk mens” kon zijn in de omgang met het bestuur, maar dat dit geen reden was voor een ontslag op staande voet of wegens plichtsverzuim. De Schikking: Ondanks zijn juridische overwinningen was de verhouding zo giftig geworden dat een terugkeer naar de collegezaal in Tilburg onmogelijk was. Uiteindelijk werd er eind jaren ’80 een financiële regeling getroffen. Strijards verliet de universiteit met opgeheven hoofd, maar zonder zijn leerstoel. Loopbaanontwikkeling: Van Strafrecht naar de Raad van State. Na het echec in Tilburg bewees Strijards dat zijn intellectuele reputatie buiten de KHT nog altijd onomstreden was. Hij maakte een opvallende overstap naar de overheid en de top van de rechtspraak. Daarna ging hij als raadadviseur volkerenrechtelijke vraagstukken en internationaal publiek recht naar het Ministerie van Justitie aan de Schdeldoekshaven. Strijards trad in dienst bij het Ministerie van Justitie, waar hij een belangrijke rol speelde als wetgevingsadviseur. Zijn diepe kennis van het strafrecht en het internationaal recht maakte hem tot een waardevolle kracht bij het formuleren van nieuw beleid en wetgeving. De Raad van State werd een bestemming. De kroon op zijn juridische loopbaan was zijn benoeming bij de Raad van State, het hoogste adviescollege van de regering en de hoogste algemene bestuursrechter. Als staatsraad (in buitengewone dienst) adviseerde hij over complexe wetsvoorstellen. Hier kwam zijn scherpe, bijna encyclopedische kennis van het recht volledig tot zijn recht.

Internationaal Strafrecht. Strijards profileerde zich ook internationaal. Hij was nauw betrokken bij de totstandkoming van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Hij gold als een expert op het gebied van de soevereiniteit van staten in relatie tot internationale rechtspraak. Hij werd ook een publicist en “dwarse” denker. Gedurende zijn hele carrière bleef hij publiceren. Hij stond bekend om zijn barokke, complexe schrijfstijl en zijn vermogen om dwarsverbanden te leggen tussen recht, geschiedenis en filosofie. Ook na zijn pensioen bleef hij een veelgevraagd commentator op juridische kwesties. Kenmerkend voor Strijards: Ondanks de breuk in Tilburg werd hij later vaak gevraagd voor eervolle functies. Men zag hem als een “geniaal jurist met een gebruiksaanwijzing” – iemand wiens talent te groot was om onbenut te laten, ook al paste hij niet in het standaard stramien van een provinciaals universiteitsbestuur.

Zo staat het op internet, te activeren via het Gemini-systeem. En via Chat-GTP. Het geeft aan hoe zeer AI kan confabuleren, Want veel ervan is gewoon niet waar. Ik ben niet bij de Raad van State benoemd. Ik was en bleef, uiteindelijk, raadadviseur. Wellicht omdat ik te lastig was, maar ook dat staat niet vast. Ik denk dat de ambtenaren bij het koffiezetautomaatapparaat in de diverse bestuursgangen soms hebben vastgesteld dat ik gek was en dat ik alles aan mij zelf te wijten had. En daar, vrienden, doe je niks aan. Ook niet via de ambtenarenrechter. Die is eerder geneigd dat inzicht te delen. Deze AI-systemen  selecteren door toevallige digitale connecties algoritmen en maken daarvan een verhaal dat veel feitelijke grondslag mist. Het klinkt leuk, misschien, maar of het goed voor mij is, dat is maar helemaal de vraag. Daarom kun je beter niks aan AI vragen tenzij je zelf eerst je heel goed ingelezen hebt in de beschikbare info over het onderwerp dat je interesse heeft. Is de verhaallijn echt bagger, dan doe je daar overigens ook weinig aan. Bij de Centrale Raad van Beroep ben ik wijselijk nooit geweest. Die bestaat uit voormalige topambtenaren van de departementen. En die hebben geen compassie of geduld met lastige ambtenaren. Dat weet ik ook. Destijds al.