Leidschendam heeft een handelseconomische geschiedenis die veel verder gaat dan die van een gemiddelde voorstad aan beurtvaartwatergangen! De kern van haar bestaan is altijd logistiek geweest: een strategisch knelpunt waar waterwegen, handel en techniek samenkwamen. Hier werd overtoomd, besasd, vervracht, overgeslagen omdat hier een dam was die destijds noodzakelijk was om de waterstaatkunde van Rijnland en Schieland autonoom op interregionaal niveau te borgen. De vaartuigen konden vaak niet via besluizing doorgezet worden en de dam kon niet worden besluisd op bevredigende wijze wegens de niveauverschillen in de diepere ondergrond. Hieronder volgt een analyse van de handelscommerciële betekenis van Leidschendam door de eeuwen heen. We zagen al de Romeinse Oorsprong: Het Kanaal van Corbulo. De commerciële kiem werd gelegd rond het jaar 47 n.Chr. De Romeinse generaal Corbulo liet een kanaal graven (de Fossa Corbulonis) om de Rijn met de Maas te verbinden. Strategisch belang: Het kanaal maakte een veilige binnendijkse route mogelijk voor troepen en voorraden, waardoor de gevaarlijke Noordzee werd vermeden. Wisselplaats: Archeologische vondsten wijzen erop dat er bij het huidige Leidschendam een Romeinse nederzetting was die functioneerde als pleisterplaats voor schepen en militairen. In de middeleeuwen: de geboorte van de ‘Dam’. In de middeleeuwen verschoof de focus van militaire logistiek naar waterbeheer en handel.

Omdat de waterschappen van Rijnland en Delfland verschillende waterpeilen hanteerden, mocht het water niet zomaar doorstromen. De Overtoom (Overhaal): In plaats van een sluis kwam er een dam. Goederen moesten hier fysiek over de dam worden getrokken met een overtoom (een mechanische installatie met windassen). Gedwongen Overslag: Dit was commercieel goud. Omdat schepen niet simpelweg konden doorvaren, ontstond er een natuurlijke marktplaats. Handelaren moesten wachten, wat leidde tot de vestiging van herbergen, smederijen en pakhuizen. In de Gouden Eeuw: ontwikkelde zich een wisselplaats en trekvaart. Vanaf de 17e eeuw werd Leidschendam een cruciaal knooppunt in het eerste “intercity-netwerk” van Nederland: de trekvaart. De commerciële dynamiek was opvallend rondom deze dam. Dat is nu nog goed te zien. Passagiersvervoer: De route tussen Amsterdam/Leiden en Delft/Rotterdam liep direct via Leidschendam. Omdat passagiers hier moesten overstappen van de ene trekschuit op de andere (vanwege het peilverschil), werd het een wisselplaats. Diensteneconomie: Terwijl de bagage werd overgeladen, besteedden reizigers geld in de lokale horeca. Leidschendam groeide uit tot een bruisende kern van bedrijvigheid, gevoed door de constante stroom van kooplieden en reizigers. Marktfunctie: Door de centrale ligging fungeerde de dam ook als verzamelpunt voor lokale agrarische producten (zuivel en groenten) die naar de steden werden getransporteerd. Samenvatting van de handelsfuncties:
| Periode | Kernfunctie | Commerciële Impact |
| Romeinse Tijd | Kanaal van Corbulo | Militaire logistiek en vroege bevoorrading. |
| 13e – 16e Eeuw | De Overtoom | Tolheffing en ontstaan van ambachtelijke diensten. |
| 17e – 19e Eeuw | Wisselplaats Trekvaart | Bloei van horeca, overslag en transportdiensten. |
