Herinnert u het zich nog? Op 28 juni 2024 vond het eerste constituerend beraad voor het kabinet Wilders zonder Wilders plaats. De formateur, Richard van Zwol, garandeerde dat het kabinet op het bordes zou staan in de eerste week van juli daarop volgend. Een verstrekkende garantie. Want wat er kon er personeelstechnisch daarin al allemaal niet misgaan? We zagen dat steeds weer iedere beoogde bewindspersoon onderwerp was, lijdend voorwerp, van mediahetze. Vol suggesties. Beschuldigingen. Vaag. Maar indringend. Effectief. De VVD was bijna steeds de eerste om ze te honoreren. Ik zie daarin de methode-Remkes. Speel vooral de beoogde PVV-ministers de zwarte Piet toe. En speel ze tegen elkaar uit. Laat steeds Wilders bakzeil halen. Plasterk, Markuszower, Faber, noem ze maar op. Het lukt feilloos. Het discrediteert. Het destabiliseert. Wat er achter zit is duidelijk. Laten we het niet onderschatten. Hele rijken gingen ten onder doordat ambtenaren voor zichzelf neringdoende waren geworden — via het staatapparaat. Laat het in vredesnaam bij u indalen, lezer!

De recentere Europese verkiezingsuitslag heeft nu eenmaal vooral de Nederlandse rijksambtenaren in een nóg heftiger staat van zorg en onzekerheid gebracht. Een soort van onbepaalde basisangst voor de baan en de bijbehorende promotieperspectieven wordt nu bestuurlijk op de departementen een factor van betekenis. Daarmee zullen de administratieve departementshoofden ter dege rekening moeten houden. De ambtenarij gaat intuïtief samenspannen tegen de komende nationale regering. Reeds omdat deze uitgaat van vooronderstellingen en werkhypotheses die deze ambtenarij bij voorraad voor illegitiem heeft verklaard. Wat deze vooronderstellingen – vooroordelen – zijn, weten die ambtenaren vaak zelf niet. Maar ze gaan uit van het onuitgesproken dogma dat ze “onrechtstatelijk” zullen zijn. Wat dat dan weer is, blijft ook vaag. Maar het is iets wat niet deugt. Het is niet goed. En de ambtenaren zijn Goed. Dat spreekt vanzelf. Bewijs het tegendeel maar. Met de bijbehorende bewijsminima. Deze massale voortgezette ambtswederspannigheid zal steeds komen van:
- De beleidsambtenaren die het uitvoeringstraject bemensen: financieel, logistiek, personeel.
- De rechterlijke macht idem dito.
- De leidinggevenden in het praktisch veld. Die de data formuleren die voor het traject nodig zijn.
Deze ambtenaren oriënteerden zich, hou het in de gaten, vooral op groen-linkse eindtermen en neoliberale ideaalsituaties, zonder lid te zijn van deze partij-gremia. Het is logisch. Ze werden aangenomen door chefs die zelf die oriëntatie koesterden. Als een religie. Die chefs zochten immers mensen die Goed waren. Fouteriken, nu steeds extreemrechts genoemd, konden ze niet gebruiken. Premier Schoof zelf is er het schegbeeld van. Hij prijkte nu uiteindeijk tot ieder stomme verbazing op het galjoen van dat kabinet. Maar hij staat niet aan het roer van dat vaartuig. Het probleem is, dat deze idealen en termen ook zelf zo wollig zijn. Let maar op de taal die erbij hoort. Verbinding, harmoniserend, inclusiverend. Humaan, dat voor alles. Rechtsstatelijk. Dat is het jargon. Het wachtwoord. Dat van Jesse Klaver. Schoof zal vóór alles de ambtenarij sauveren en bij die wederspannigheid begunstigen. Hij is de kampioen rijksambtenaar die zijn palmares als zodanig verdiend heeft. Hij is, was en blijft een deep state-premier. Hij zal zijn mensen kennen. Hij zal ze schuiven, instrueren. En, komt Wilders tussenbei, dan weet Schoof van de Prins geen kwaad. Daar weten Prinsen nooit iets van. Daarom zijn en blijven zij Prins. Niet alleen in Nederland. Faber zal erachter komen als zij tracht te komen tot sluitende binnengrenscontroles. Maar nu als Kamerlid.
