Monnikstjaskergangen in Madesteinse polderingen

Uiteraard besteedt de stichting Arcadisch Madestein uitvoerige aandacht aan de waterstaatkundige relicten van de werkzaamheden van de Cisterciënzer fraters in het huidige broekgebied dat zoveel kwelders heeft opgeleverd achter de veel en veel te poreuze en daardoor loze duinen die Loosduinen tot zulk een uniek heemkundige area hebben gemaakt. Omdat het zo leuk is om deze overblijfselen waar te nemen, maar nu vanonder die merkwaardige en ongedachte invalshoek. Want, om met Johans Cruyffs gedenkwaardige woorden plechtig te spreken “Je moet het zien voordat je het dóór hebt”. Maar dat is nog steeds een mogelijkheid als een deskundige begidsing dat begeleidt. Daarvoor tekent het bestuur van die Stichting dan ook met de handtekening van haar voorzitter, D.J. Oosthoek die zich daarvoor alle moeiten getroost op lokatie. Voor de diverse uitvoeringsovereenkomsten en convenanten met publiekrechtelijke organen. We gaan daarom het Madesteinse parkgebied in met alle vennen, boezemgangen, jaagpaden, duikersluizen met heulbruggen en overlaatdammen. Het gebied Madestein (nabij Den Haag/Monster) heeft inderdaad een fascinerende waterstaatkundige geschiedenis die nauw verweven is met de strijd tegen het water in het Westland. Hoewel “monnikstjaskers” een interessante term is, moeten we technisch even een klein onderscheid maken om het historische plaatje helder te krijgen. Hier is een overzicht van de typische  waterbouwkundige evolutie van dit gebied. De Middeleeuwse oorsprong vinden we via concessies van de Heilige Stoel in Rome! In de middeleeuwen bestond Madestein grotendeels uit veen- en kleigebieden die werden ontgonnen voor landbouw. Kloosterinvloed: Veel van de vroege waterwerken werden aangestuurd door kloosterordes (zoals de Cisterciënzers). Zij hadden de kennis om dijken aan te leggen en sluisjes te bouwen. De Monniken: Hoewel een “tjasker” specifiek een klein type poldermolen is dat bij de polderontginning zelf pas veel later opkwam, refereert de term in deze context vaak aan de jaagpaden voor het materiaaltransport dat voor de eerste ontwateringsprojecten werd opgezet door de fraters.

 

Er zijn dan ook vanaf de Hoek van Holland veel monnikspaden te vinden door het duingebied, en een menigte van  monnikenwerk-sluizen: vroege, houten duikers die door geestelijken werden ontworpen om overtollig water uit de polders naar de grotere boezems of de zee te leiden. Duikersluizen en de bijbehorende vaak trapsgegewijze “gangen” zijn oorspronkelijk naar ontwerp herkomstig uit het Groene Eiland bij de Atlantische Oceaan: Ierland, dat nog steeds tot in de nerven katholiek is. De Benedictijner monniken polderden hier voor de Paus. Formosus heeft een slechte naam – – waarom, dat zal de gids uitleggen – – maar hij liet zijn klerken wel de eerste concessie opstellen en aan de bisschop van Utrecht uitreiken. Sedert de zesde eeuw werd er al in de Lage Landen door monniken gepolderd overigens. . Deze zwoegende fraters kwamen naar Vlaanderen en later naar Holland met dat oogmerk. De “gangen” waar men naar verwijst in de litteratuur over de dijkages in Holland, zijn in feite de ondergrondse verbindingen of overwelfde waterlopen. Functie: Deze duikersluizen dienden als eenrichtingsverkeer: bij laagwater op de boezem gingen de deuren open om polderwater te lozen; bij hoogwater drukte het buitenwater de deuren dicht. Constructie: In de middeleeuwen werden deze vaak gemaakt van uitgeholde boomstammen of zware eikenhouten kokerconstructies. In Madestein zijn bij archeologisch onderzoek en herinrichting resten gevonden van dergelijke oude afwateringsstructuren die teruggaan tot de late middeleeuwen. De waterstaatkundige structuur in Madestein berust daarop. Madestein ligt op de grens van verschillende polders (zoals de Madepolder en de Uithofspolder). De historische waterhuishouding rustte op drie pijlers: Wist je dat? De moderne recreatieplas Madestein is eigenlijk ontstaan door zandwinning, maar de contouren van de oude slotenstructuur volgen nog steeds grotendeels de middeleeuwse kavels die door de monniken zijn uitgezet. De geschiedenis van het Westlandse water is diep begraven onder de moderne recreatiegebieden. Er zijn specifieke archeologische vondsten van deze duikers, die zijn gerapporteerd tijdens de aanleg van het huidige park in de jaren 70. Deze duikersluizenstelsels en heulingen met hun riettenen oeverstroken bekijken we bij de wandeltochten in hun systemische waterstaatkundige samenhang, steeds in overzienlijke trajecten in overleg met de deelnemers.