Het komt niet vaak voor dat Donald Trump ter verklaring van zijn buitenlandse geopolitiek teruggrijpt op de Vaderlandse Geschiedenis van de VS. Ter verklaring, zeg ik, niet ter rechtvaardiging, want Donald vindt nooit dat hij zich behoort te rechtvaardigen omdat hij overal en altijd gelijk heeft. Dat deelt hij dan weer met Putin op wie hij toch steeds meer begint te lijken. Maar nadat hij had bekend gemaakt dat hij Maduro, de ex-president van Venezuela had laten ontvoeren via een actie van zijn mariniers ging hij heel kort toch even terug op de expansiepolitiek van de VS in de eerste helft van de negentiende eeuw. De VS was een intern zwakke staat, nog volledig, ook staatshuishoudelijk, in ontwikkeling zonder een groot nationaal defensie-apparaat en vooral zonder militaire marine. Er was nog geen VS-ministerie van Defensie en liever had Washington ook dat zo’n apparaat niet nodig was. Want, zei het, wij hebben geen territoriale ambities buiten het Amerikaanse continent. Wij willen uit beginsel geen koloniën. Omdat dat stelsel immers strijdt met het zelfbestemmingsrecht van de individu, de naties en volkeren, dat ten grondslag ligt aan onze eigenste Onafhankelijkheidsverklaring van 1776. Dat beginsel verenigt onze eigen deelstaten als vast cement en fermentatiepunt: het is zowat het enige waarover de Zuidelijke en Noordelijke Staten het hartelijk eens zijn binnen onze Federatie. Maar vanaf 1820 begonnen Europese staten waarachtig zich toch weer met het Amerikaanse continent te bemoeien. Voorop waarlijk ook nog eens Frankrijk, dat zich opvallend snel scheen hersteld te hebben van al zijn Napoleontische nederlagen die de bloem van de Franse mannelijkheid hadden uitgeroeid en waarvan Frankrijk zich demografisch nooit meer zou weten te herstellen. Frankrijk begon zich te bemoeien met Noord- en Zuid-Amerika met het oogmerk om voormalige Franse koloniale territoria te restaureren, uit te breiden en nieuwe volksplantingen te leggen.

Spanje ging dat ook weer doen met voormalig Spaans Grondgebied, Portugal eveneens en vervolgens gek genoeg ook het onsamenhangende verband van de Noord-Duitsche Bond — het latere Duitsland — die zich eerst als douaneblok had gemanifesteerd. Dus als tolunie. Die Duitse Bond werd nu toch weer belust werd op koloniale verwervingen in Amerika. Eerst via private handelsfactorijen. Maar als die aansloegen, werden ze overgenomen door de onderscheidenlijke Bondsstaten die ze gingen behandelen als overzeese gebiedsdelen van die vorstendommen. Vooral Spanje en Portugal hadden landhonger en een grote bek en dat tolereerde Washington uiteindelijk niet. De zittend VS-president Monroe formuleerde nu de Monroedoctrine, zoals later Truman de Truman-doctrine ontwikkelde: als richtlijn voor de VS-buitenlandpolitiek. Niet als dwingend volkerenrechtelijk principe dat leidend moet zijn voor alle volken. Deze monroedoctrine was een uitgangspunt in de nog te ontwikkelen buitenlandse politiek van de Verenigde Staten vanaf 1825. De term was onderdeel van een toespraak die de Amerikaanse president James Monroe in 1823 hield voor het Amerikaans Congres. Monroe verklaarde elke vorm van Europese bemoeienis op het westelijk halfrond taboe, waarmee hij doelde op politiek ingrijpen in de pas kort onafhankelijke naties in Zuid-Amerika en op nieuwe pogingen Amerika te koloniseren. Monroe beloofde evenwel de bestaande kolonies in handen van de Europese machten te respecteren. De toespraak van Monroe was overduidelijk een reactie op de Franse inval in Spanje, waarbij in Spanje namens de Heilige Alliantie de liberale Grondwet van Cádiz buiten werking werd gesteld. Een van de weinige keren dat de Heilige Alliantie door de westelijke geallieerde mogendheden die Frankrijk hadden bedwongen in Waterloo werd gehanteerd als basisinstrument. Engeland moest er niets van hebben. Zoals het ook de aanspraken van de VS gebaseerd op de monroedoctrine nooit zou accepteren. Ook nu nog niet. Denk aan de Falklandeilanden. En de Falklandoorlog. Die de USA onrechtmatig achtte. Terug naar 1823.
De afgezette liberalen deden een beroep op de Amerikanen om tussenbeide te komen in Spanje. In zijn boodschap aan het Congres wees president Monroe een Amerikaanse bemoeienis met Spanje van de hand. Tegelijk waarschuwde hij, dat Europese restauratiepogingen in Zuid-Amerika niet zouden worden geaccepteerd. Monroe hoopte met het verbod op interventie ook een stokje te steken voor mogelijke Europese pogingen om het Amerikaanse expansieproces te saboteren. Vooral de Britten, de Spanjaarden en vooral ook de Russen werden met argusogen gadegeslagen, omdat ze aangrenzende territoria op het continent hadden. Daarnaast hadden vele kolonies in Zuid-Amerika met succes hun onafhankelijkheid bevochten, waarna ze al gauw diplomatieke erkenning van de Verenigde Staten hadden verworven. Om de voormalige kolonisatoren, Spanje voorop, iedere lust te ontnemen de nieuwe naties weer onder hun gezag te brengen, verbood Monroe daarom kolonisatie op het westelijk halfrond. Kolonies die de onafhankelijkheidsgolf hadden doorstaan respecteerde hij echter wel. De monroedoctrine was volledig defensief bedoeld. Dus heel anders dan Trump nu doet. De doctrine – meer een werkhypothese voor beleid in het buitenland door de VS-gezanten –fungeerde om het interne Amerikaanse expansieproces veilig te stellen. Monroe’s ideeën waren vooral ingegeven door pragmatisme. Geen Europese interventies meer op het Westelijk Halfrond zoals Washington dat definieerde. Amerika voor de Amerikanen. De Verenigde Staten zouden er pas rond 1850 in slagen het territorium tot ongeveer de huidige omvang uit te breiden, door enkele gebiedsaankopen en oorlogen met Spanje en Mexico. Alaska en Hawaï zouden nog later volgen.
