Nederland heeft zich als neutrale staat steeds alleen maar kunnen handhaven omdat zijn tegenstanders en geallieerden nog stommer deden dat de Staten-Generaal van deze Republiek. En dat wil heel wat zeggen, mensen! De stupiditeiten van dit college van vertegenwoordigers van de zeven gewesten die Nederland samenstelde zijn voorbeeldeloos geweest. Dus daarom past de huidige Tweede Kamer echt wel in een historische traditie. De beraadslagingen in ’s lands vergaderzaal zijn tenenkrommend van allure. Ik kan niet anders zeggen, als ik de huidige lijsttrekkers zie optreden in hun hoedanigheden van volksvertegenwoordigers. De regenten uit de gewesten waren ook voortdurend onderling aan het bakkeleien. Het leek echt nergens meer op.

Maar Nederland had altijd wel militair geallieerden die de vloot nodig hadden of het veldleger dat dit Republiekje toch nog in de vaart of op de been bleek te kunnen houden. Ze wilden deze vloot vooral meestal inzetten in hun alliantie tegen Spanje. Ze zagen de poldergasten en kruideniers eigenlijk niet zitten maar hun commandeuren wel. Vooral hun admiraals. Ze stapten dus over allerlei protocollaire moeilijkheden heen. Dat deden ze met vrucht. Spanje werd de oceanen uitgejaagd. In 1585. Niet door de Hollanders, maar eigenlijk door de noordwesterstormen waardoor de Armada uiteen werd geslagen en overal op riffen liep. Maar de Hollanders hadden die Armada lange tijd verhinderd uit te varen en te formeren. Totdat die westerstormen losbraken die de Spaanse vloot hulpeloos uiteen sloeg en op de Schotse riffen dreef in de Ierse Zee. De Hollanders moesten nadien géén grote bek hebben, besloten Frankrijk en Engeland, want wat hun statuur nu eigenlijk was, dat stond ze niet helder voor de geest. Ze konden als staat stellig geen oorlog verklaren, dat was een brug te ver. Dat was een te directe uitdrukking van het zwaardmacht monopolie, dat vraten Parijs en Londen in dit stadium niet. Dat wilde Johan van Oldenbarneveldt, de eerste minister-president, ook niet.
Onder geen beding. Hij wilde vrede. Als feitelijke toestand. Op het continent van West-Europa. Niet daarbuiten. Daar mocht best oorlog gevoerd worden. Maar door een vennootschap die daartoe gemachtigd zou worden bij een wetsbesluit. De Verenigde Oost-Indische Compagnie. Die kreeg die bevoegdheid in 1602. Dat zagen Parijs en Londen met verbazing aan. Kon die vennootschap oorlog verklaren, waaraan dat Holland niet gebonden was? Johan zat er niet mee. Hij claimde dat zijn Mogendheid – Hunne Hoogmogenden – in West-Europa voortaan gewapend neutraal zou blijven. Jegens staten die geweldshandelingen met soevereiniteitspretenties wilden ondernemen op dat continent.
Als deze handelingen ook gericht zou zijn tegen het grondgebied van zijn Mogendheid, dan zou hij deze handelingen aanvaarden als rechtsgrond voor militaire tegenweer. Maar hij zou die geweldshandelingen zelf nooit doen beginnen. Wel oorlogsaanvaarding. Geen oorlogsverklaring. Dat zou de neutraliteitspositie worden voor die Mogendheid die de estuaria van Schelde, Maas en Rijn effectief kon beheersen. Die positie zou Nederland blijven houden tot aan 1940. Met veel gewin. Wel zou het oorlog voeren, maar altijd in geallieerd verband, waaraan het deelnam.
Niet uit principe. Maar eigenlijk uit doordachte onmacht. Het kon niet veel anders. Alle verdragen, die deze Mogendheid wellicht zouden verwikkelen in interstatelijke geweldshandelingen met soevereiniteitsoogmerken, werden vanuit die onmacht gesloten. Dat maakten de diplomaten van deze Mogendheid ook steeds duidelijk. Ze waren Hoogmogend. Maar vermochten op dit vlak weinig. Er is één uitzondering op deze politiek. De inleidende wapenroep die de mobilisatie beoogde voor het voeren van het kluchtige bedrijf dat in Nederland bekend staat als de Tiendaagse Veldtogt. Bijna iedereen was dronken. En er werd niet gericht geschoten. Het was niettemin een agressie-oorlog. Een Nederlandse. Dan krijg je zo’n vertoning.
