Ons kent ons in Den Haag

De informatie onder Letschert via de harde kern CDA/D66 laat zien dat het oude bestel van de progressieve linkse coalitie herrijst tegen de uitgesproken electorale wil van de stemgerechtigde ingezetenen van deze moerasdelta. Van een nieuw immigratiebeleid gaat niets komen. Van een geïntensiveerd uitzettingsbeleid gaat niets komen. Van een sluitende grenscontrole gaat niets komen. Van een terugdrukking van het Engelstalige universitaire curriculum gaat niets komen. Van een koerswending betreffende het klimaatbeleid gaat niets komen: het oude stikstofbeleid blijft uitgangspunt. Maar dan komt er ook niets van een nieuwe intensivering van het sociale woningwetbeleid, de bestrijding van illegaliteit, wel integendeel. Voor criminele overlastgevende asielzoekers blijven allerlei voorliggende voorzieningen en verstrekkingen mogelijk en blijft de toegang tot de publieke medische zorg ook ruimhartig mogelijk, ongeacht het gedrag van de illegaal jegens de andere patiënten in de zorgvoorzieningen, de hospitalen en  de verpleegkundige staven. Het was natuurlijk voorzienbaar. Letschert was erom bekend dat zij de Rijksuniversiteit Limburg juist bij uitstek, gelet op de ligging ervan, wilde bestemmen voor studenten uit het buitenland, ongeacht hun verblijfsstatus en hun integratiebereidheid. Limburgse academische bestuurders hebben nooit willen meewerken aan een geïntegreerd totaalpakket  betreffende het nationale vreemdelingenbeleid. Letschert is van deze universiteit rectrice magnifica en kon zich op deze tegenstreving beroepen als profielbepalend voor deze instelling, die voortdurend in connectie wilde blijven met het omringende buitenland.

Een collegekaart was verkrijgbaar zonder enige verblijfstoets, want deze universiteit gold immers niet als een buitendienst van de IND, het agentschap voor de Immigratie en Naturalisatie van de Rijksoverheid. Via de collegekaart kon men komen tot inwisseling van een buitenlands rijbewijs in een Nederlands gelijkwaardig document en daarmee kon men zich toegang verschaffen tot de collectieve sector: de doorkoppeling van het VAS, het Vreemdelingenadministratiesysteem en het Gemeentelijk Basisadministratiesysteem bleef deswege een wassen neus. Wat zijn de uitgangspunten van de formatie wat betreft het vreemdelingenvraagstuk? Op het gebied van asiel en migratie valt vooral op dat D66 en CDA de spreidingswet willen behouden. Over die wet is al jaren discussie in Den Haag. Het is aangetoond dat die wet bij uitstek een aanzuigende werking heeft. Want uiteindelijk begunstigt ze de toelating van vreemdelingen die zichzelf toegang verschaften. De partijen vinden het verder belangrijk dat er een stabiel aantal opvangplekken beschikbaar komt. Dat moet worden geregeld door een stabiele financiering. Daar vraagt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) al langere tijd om. Het kabinet-Rutte IV had dat ook toegezegd, maar het kabinet-Schoof nam die belofte niet mee in zijn plannen. Er moet dus meer geld bij voor de huisvesting van vreemdelingen. In het plan staat verder dat tijdelijke verblijfsvergunningen van drie jaar ingevoerd moeten worden en dat het tweestatusstelsel ingevoerd wordt. Over de andere asielwet die nu voorligt in het parlement staat in dit document niets. Het Vluchtelingenverdrag moet ook gemoderniseerd worden. De partijen willen dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Maar hoe dat zou moeten, dat kan nu toch niet meer zomaar in het midden blijven? Op deze basis blijft Nederland het land waartoe het makkelijkst en het royaalst toegang verkregen kan worden. Dat was niet wat het electoraat wilde. Dat is ook het geval wanneer men voorgeeft te wachten op Europese immigratiewetgeving. Zolang FRONTEX er niet is en niet effectief werkt — een gezamenlijke Europese buitengrenzencontroledienst met uitzettingsbevoegdheden — is dat een loze opstelling die niets betekent voor Nederland.