Oudejaarsmorgen heel vroeg moest ik op pad naar het Sint Antoniusziekenhuis in Leidenschendam om weer eens een aantal scans te ondergaan. Het was heel erg glad. Dat hebt u meteen ook wel in de publieke journaals kunnen zien, want de botsingen en glijpartijen waren niet van de lucht in het donkere uur vóór achten in de ochtend. Ik zag het ook niet meteen. Maar kennelijk had het betrekkelijk hard gevroren, want in het Haagsche Bosch was het pad voor voetgangers dat met bladeren was bedekt een verholen glijbaan. Het naastgelegen fietspad ook en daar zag ik ook menige fietser merkwaardige capriolen maken op het glanzend macadam dat nu eenmaal ter plaatse niet beschenen wordt. Bij de kruising naar de Laan van Nieuw-Oostindië/ Benoordenhoutseweg. Daar ligt de Leidsche Straatweg en die ligt op een duinrug: het wegdek bolt daar, maar zichtbaar is dat niet. Je moet het weten. De voetganger voelt wel degelijk de hellingsgradiënt, die fietser niet. Maar die merkt dat zijn rijwiel gaat terugglijden, zodra hij die Laan van Nieuw Oostindië over is. En de voetganger ziet aan de hellingshoek van de fietslantaarn dat de cyclist ineens gaat remmen en dus op de mateloze gladheid blokkeert omdat de band geen grip krijgt. Je moet juist niet op je remmen gaan staan, maar trachten te vertragen. Dat lukte de eenzame fietser niet en die ging dus onderuit.

Het was voor mij een aansporing om extra voorzichtig te zijn. Ik had rechts van mij gelukkig een hek en daar kon ik mij tijdelijk aan vastklampen. De gang naar de Bezuidenhoutse weg was dus verder een moeizame. Opvallend is hoeveel rijwielberijders toch blijven jakkeren, slingeren, inhalen en snijden alsof er niets aan de hand is, met veel valpartijen tot gevolg. Ik stuntelde naar de halteplaats van de trams, die daar naar beneden komen van het viaduct dat leidt naar het tramplatform bij het Centraal Station. En natuurlijk was de dienst verstoord door de gladheid vanwege de vorst die zich meester had gemaakt van de rangeervorken waarvan de veerveiligheden volledig bevroren waren. Maar ik was gelukkig vroeg. Ik kon mij dus die vertragingen best permitteren. In het ziekenhuis waren de wachtrijen uiteraard aanmerkelijk, ook op de afdeling radiologie, omdat iedereen ontijdig en onregelmatig arriveerde. En dan merk je weer wat een enorme taalkundige wancommunicatie tegenwoordig stomweg in deze instellingen van maatschappelijk hulpbetoon basis is geworden voor de publieke dienstverlening. Want mijn scan afdeling zat uiteraard vol, afgestampt vol, met klanten en hun gezinnen die overduidelijk niet reeds decennia in Nederland door geboorte de nationaliteit van Nederlander verworven hadden.
En die allerminst in staat waren zich in behoorlijk verstaanbaar Nederlands te uiten. En die dat ook beslist niet van plan waren. Die verder ook onmiddellijk aannamen dat zij bij de bepaling van hun behandeltijdstip gediscrimineerd zouden worden. Die daarom een offensieve houding aannamen, nu al, in de vroege ochtend, jegens de verpleegkundigen die zich het zweet huns aanschijns nauwelijks van het voorhoofd konden wissen. Schreeuwen in gutturale klanken was daarbij nog het minste dat als strijdmethode ingezet werd. Bonken op de balie, woedende rukken aan de witte schortjassen van de verpleegkundigen, blokkades van de kleedhokken en hinderlijk nadringen van de patiënten die waarachtig wel op de afgesproken plaats en tijd zich meldden waren ook al standaard. En het was nog vóór negenen. Kan u nagaan. Maar het kabinet Jetten zal redden. Via wetgeving. Waarin staat dat dit alles niet mag. Alleen in verband met een openbare manifestatie is het laten struikelen van patiënten met blanke huidskleur op weg naar de scan geoorloofd. Dan behoeft geen ontheffing te worden gevraagd.
